Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Financiering en zekerheden

Voorrechten

In de serie Zekerheidsrechten

Hoofdregel is dat schuldeisers zich kunnen verhalen op het gehele vermogen van hun schuldenaar (artikel 3:276 BW) en dat zij onderling gelijk recht hebben om uit de netto-opbrengst (van de executie) van de goederen van hun schuldenaar te worden voldaan (artikel 3:277 lid 1 BW). Uitzonderingen op deze hoofdregel volgen slechts uit de wet. Zo kunnen de schuldeiser en schuldenaar niet onderling bepalen dat de vordering van de schuldeiser boven andere vorderingen met voorrang zal kunnen worden verhaald. Het omgekeerde is wel mogelijk; de schuldenaar en schuldeiser kunnen wel onderling bepalen dat de vordering van de schuldeiser wordt achtergesteld.

Indien de schuldenaar niet al zijn schulden kan voldoen, zoals vaak voorkomt in faillissementsituaties, is van belang welke onderlinge rang de verschillende schuldeisers innemen. Daar worden voorrechten interessant. Een voorrecht geeft namelijk een hogere rang bij de verdeling. Voorrechten volgen slechts uit de wet en worden onderverdeeld in bijzondere voorrechten die de schuldeiser slechts een hogere rang geven op de opbrengst van een bepaald goed, en algemene voorrechten die de schuldeiser een hogere rang geven op alle goederen van de schuldenaar.

Voorbeelden van bijzondere voorrechten:

- een vordering tot voldoening van kosten, tot behoud van een goed gemaakt, is bevoorrecht op het goed dat aldus is behouden (art. 3:284 BW);
- een vordering wegens bearbeiding van een zaak uit hoofde van een overeenkomst van aanneming, is (onder voorwaarden) op die zaak bevoorrecht (art. 3:285 BW); en
- een vordering van de vve op een appartementseigenaar is bevoorrecht op het appartementsrecht (art. 3:286 BW).

Voorbeelden van algemene voorrechten:

- een vordering in verband met kosten van de aanvraag tot faillietverklaring indien het faillissement op de aanvraag is uitgesproken (art. 3:288 sub a BW);
- een vordering van een werknemer op zijn werkgever in verband met reeds vervallen termijnen van pensioen (art. 3:288 sub c BW); en
- een vordering van een werknemer op zijn werkgever in verband met achterstallig salaris (art. 3:288 sub e BW).

Het komt in de praktijk geregeld voor dat voorrechten samenlopen met andere rechten waaraan voorrang verbonden is, zoals bijvoorbeeld pand of hypotheek, retentierecht en andere voorrechten. Een compleet overzicht van welke schuldeiser welke rang inneemt gaat deze blog te buiten (daarover worden handboeken volgeschreven). Ruwweg geldt de volgende rangorde - let op: er zijn veel uitzonderingen:

1. retentierecht (onder voorwaarden; art. 3:291 en 3:292 BW);
2. pand en hyptheek;
3. bijzonder voorrecht;
4. algemeen voorrecht; en
5. de overige schuldeisers.

Indien u te maken krijgt met het faillissement van uw schuldenaar, is het mogelijk dat u een hogere rang inneemt dan overige schuldeisers, bijvoorbeeld omdat aan uw vordering een voorrecht verbonden is. Het kan zeker lonen daar onderzoek naar te doen. Wij zijn u graag van dienst.

Deze blog is onderdeel van de Serie zekerheidsrechten.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Joosts recente berichten

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten