Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 

Wanneer wordt een buitenlands vonnis in Nederland erkend?

Soms heeft een rechter in een ander land een vonnis gewezen dat aldaar kan worden geëxecuteerd (om betaling af te dwingen), terwijl de verhaalsmogelijkheden in Nederland liggen. De partij die beschikt over een voor haar gunstig buitenlands vonnis, kan dan de Nederlands rechter vragen om dit vonnis te erkennen en de wederpartij conform dit vonnis te veroordelen. Maar wanneer komt een buitenlands vonnis eigenlijk voor erkenning in aanmerking? In een uitspraak van 6 maart 2019 van de Rechtbank Amsterdam komt het antwoord op deze vraag aan de orde.

Casus

In onderhavige zaak heeft European Commercial (EC) Investment B.V. (“EC”) op een openbare veiling aandelen in een Servische onderneming gekocht. Vervolgens heeft EC bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde waarde van de aandelen en heeft zij de definitieve koopovereenkomst niet willen ondertekenen. Na een lange procesgang is EC in Servië toch veroordeeld om aan wederpartij Agency for Dispute Resolution in Privatization Procedures (vertegenwoordiger van de Republiek Servië in privaatrechtelijke geschillen, “ADRPP”) omgerekend € 440.000 te betalen. Daarna heeft ADRPP in een bodemzaak bij de Rechtbank Amsterdam erkenning en tenuitvoerlegging van drie Servische vonnissen en overeenkomstige veroordeling in Nederland gevorderd (ex art. 431 lid 2 Rv).

Regeling van art. 431 lid 2 Rv

Omdat Verordening (EU) 1215/2012 (de EEX-Vo) niet van toepassing is – Servië is immers geen lid van de Europese Unie – en tussen Nederland en Servië geen verdrag van kracht is met betrekking tot de erkenning van buitenlandse vonnissen, staat voor ADRPP enkel een beroep op de regeling van art. 431 lid 2 Rv open om de Servische vonnissen in Nederland te executeren. Op grond van art. 431 lid 2 Rv kan een nieuwe procedure worden gestart voor de Nederlandse rechter om alhier een executoriale titel te verkrijgen. De rechter kan gezag toekennen aan het buitenlandse vonnis en geheel of gedeeltelijk het dictum daaruit overnemen in zijn Nederlandse vonnis, mits het buitenlandse vonnis voor erkenning in Nederland in aanmerking komt.

Om te bezien of dat laatste het geval is, dient de rechter het buitenlandse vonnis te toetsen aan de voorwaarden voor erkenning, zoals ontwikkeld in de jurisprudentie en geformuleerd in HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2838 (Gazprombank) en bevestigd in HR 18 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:54 (Yukos). Een buitenlandse vonnis komt in beginsel voor erkenning in aanmerking indien:

  1. het buitenlandse vonnis is gewezen door een rechter wiens bevoegdheid gegrond is op een bevoegdheidsgrond die internationaal aanvaard is;
  2. het buitenlandse vonnis tot stand is gekomen met inachtneming van de beginselen van een behoorlijke rechtspleging en de procesgang met voldoende waarborgen was omkleed;
  3. de erkenning van het buitenlandse vonnis niet strijdig is met de Nederlandse openbare orde; en
  4. het buitenlandse vonnis niet onverenigbaar is met een tussen partijen gegeven vonnis van de Nederlandse rechter dan wel met een eerder vonnis van een buitenlandse rechter dat tussen partijen is gewezen in een geschil dat hetzelfde onderwerp betreft en op dezelfde oorzaak berust, mits dat eerdere vonnis formeel gezien in Nederland voor erkenning vatbaar is.

Oordeel rechtbank

In de onderhavige zaak heeft EC aangevoerd dat niet zou zijn voldaan aan alle vier bovengenoemde erkenningsvoorwaarden. ADRPP heeft daarentegen toegelicht waarom dat wel zo is en waarom de Servische vonnissen juist wel voor erkenning en tenuitvoerlegging in Nederland in aanmerking zouden komen.

De rechtbank oordeelt dat sprake is van een internationaal aanvaardbare bevoegdheidsgrond, onder meer omdat sprake was van een schadebrengend feit in Servië, een in Servië gehouden veiling en het aandelenkapitaal in een Servische onderneming. Verder oordeelt de rechtbank dat uit geen van de door EC overgelegde stukken blijkt dat het in artikel 6 EVRM neergelegde recht op een eerlijk proces is geschonden. Tevens oordeelt de rechtbank dat niet is komen vast te staan dat er sprake is van strijd met de Nederlandse openbare orde of van onverenigbare uitspraken tussen dezelfde partijen over hetzelfde onderwerp. De rechtbank komt daarom tot de slotsom dat de Servische vonnissen voor erkenning en tenuitvoerlegging in Nederland in aanmerking komen en dat hetgeen waartoe EC in de Servische vonnissen is veroordeeld ook hier toewijsbaar is.

Heeft u vragen over de erkenning en tenuitvoerlegging van een buitenlandse vonnis en Nederland? Neem gerust contact met ons op.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Jorams recent blogs

 

what are you looking for?

pages with at least one of the search terms
pages with all search terms
pages with the exact text

in the entire website
only in the blog
in the website except the blog

Wieringa Advocaten