Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • Wieringa@wieringa.nl
 
Bestuursrecht

Oordeel van de AG van het Hof van Justitie over rechtsgeldigheid van vergunningvoorschriften: in lijn met Unierecht?

Ruim twee jaar geleden heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) zogeheten prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie in Luxemburg in een verwijzingsuitspraak. Wij schreven hierover toen een blog. Het betrof een zaak over een tankstation in Purmerend dat ook LPG verkoopt. Volgens een omwonende – die vreest voor haar veiligheid – zouden bepaalde voor het tankstation geldende vergunningvoorschriften in strijd zijn met Europees recht (Unierecht), en in het bijzonder de Europese richtlijn (2008/68/EG) over het vervoer van gevaarlijke goederen over het land. Hierom zouden de voorschriften niet handhaafbaar zijn en zou haar veiligheid dus niet verzekerd zijn. Het uiteindelijke doel van deze omwonende was niet dat de voorschriften werden vernietigd, maar dat de verkoop van lpg zou worden gestaakt.

De Afdeling heeft in deze verwijzingsuitspraak twee vragen gesteld aan het Hof van Justitie.

  1. Allereerst wilde de Afdeling weten of een van de gestelde voorschriften (het voorschrift over hittewerende bekleding) in strijd is met de Europese richtlijn voor vervoer van gevaarlijke goederen;
  2. Ten tweede wilde de Afdeling weten of de nationale rechter mag uitgaan van de rechtmatigheid van vergunningvoorschriften die in strijd zijn met Unierecht, maar inmiddels definitief zijn geworden en niet meer juridisch kunnen worden aangevochten.

Recentelijk heeft de Advocaat-Generaal Tanchev van het Hof van Justitie (de AG) een zogeheten conclusie geschreven in deze zaak.

Eerste vraag
Op de eerste vraag antwoordt de AG dat de Richtlijn 2008/68/EG zo moet worden uitgelegd dat constructievoorschriften voor lpg‑tankwagens, zoals de voorschriften inzake een hittewerende bekleding en een speciale vulslang, die verder gaan dan wat de richtlijn voorschrijft en op zijn minst deels zijn vastgesteld om redenen die verband houden met de veiligheid tijdens het vervoer (met inbegrip van het laden en lossen), in strijd zijn met de krachtens de richtlijn op de lidstaten rustende verplichtingen. De richtlijn voorziet volgens de AG in een gemeenschappelijke regeling voor o.a. veiligheid tijdens het vervoer. Voor strengere voorschriften omtrent de veiligheid tijdens het vervoer – zoals in onderhavig geval zijn verbonden aan een omgevingsvergunning – is er binnen de richtlijn geen plaats. Hierom zijn deze voorschriften in strijd met Unierecht.

Tweede vraag
Op de tweede vraag antwoordt de AG dat het Unierecht eraan in de weg staat dat een nationale rechter of een nationaal bestuursorgaan met het Unierecht strijdige voorschriften handhaaft die zijn opgelegd bij een bestuursbesluit waarbij een omgevingsvergunning is verleend, ook al mag het besluit zelf eventueel in stand blijven. Met andere woorden, voorschriften die in strijd zijn met het Unierecht kunnen niet worden afgedwongen, ook al blijft het besluit mét deze voorschriften in stand: effectieve handhaving (van die voorschriften) kan dus niet plaatsvinden.

Met name de beantwoording van de tweede vraag is interessant. Het nationaalrechtelijke uitgangspunt is namelijk dat een in rechte onaantastbaar geworden voorschrift (in bijv. een vergunning) in beginsel handhaafbaar is, tenzij dat evident in strijd is met hoger recht. Dit zogenoemde evidentiecriterium houdt in dat er bij voorbaat, zonder dat daartoe nader onderzoek is vereist, dan wel slechts na summier onderzoek, geen twijfel over bestaat dat het vergunningvoorschrift niet gesteld had mogen worden. Deze omstandigheid kan ertoe leiden dat in de belangenafweging die voorafgaat aan een handhavingsbesluit, de conclusie moet worden getrokken dat van handhaving van dat voorschrift moet worden afgezien.

Gelet op de zojuist besproken conclusie van de AG, zou dit ‘evidentiecriterium’ dus eventueel in strijd zijn met het Unierecht. De volgende stap is dat het Hof van Justitie uitspraak doet in deze kwestie, hierbij zullen de bevindingen van de AG worden meegewogen.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Actueel/column

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten