Gedoogplicht van rechtswege voor ontwerpwerkzaamheden voor werken van algemeen belang
Werken en werkzaamheden op het gebied van infrastructuur, water, mijnbouw en energie; het zijn allemaal werken van algemeen belang. Te denken valt bijvoorbeeld aan hoogspanningskabels, gasleidingen, de levering van warmte, etc. In sommige gevallen moet de aanleg van deze werken plaatsvinden op een perceel dat niet in eigendom is van de initiatiefnemer. In dat geval volgt een procedure van minnelijk overleg en onderhandelingen. Indien dit niet leidt tot een overeenkomst, biedt de Omgevingswet de mogelijkheid om grondeigenaren te verplichten om werken en werkzaamheden te gedogen op hun grond. Hiervoor is toestemming van de eigenaar of rechthebbende dus niet vereist. Het algemeen belang prevaleert in deze gevallen (tijdelijk) boven het eigendomsrecht.
Vaak is voordat werken uitgevoerd kunnen worden nader onderzoek op locatie nodig. Bijvoorbeeld archeologisch- of bodemonderzoek. Hiervoor moest tot 1 januari 2026 een aparte gedoogbeschikking worden aangevraagd en afgegeven waartegen bestuursrechtelijke juridische stappen ondernomen konden worden. Dat is met ingang van 1 januari 2026 met een wijziging van de Omgevingswet veranderd (wetswijziging 29 oktober 2025). Artikel 10.20 is komen te vervallen en artikel 10.10j is aan afdeling 10.2 van de Omgevingswet toegevoegd. Voortaan geldt voor de ontwerpfase van werken van algemeen belang een gedoogplicht van rechtswege. Vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 gold reeds een gedoogplicht van rechtswege voor ontwerpwerkzaamheden, de wetgever acht het wenselijk en gerechtvaardigd, met het oog op de urgentie van de energietransitie en het verminderen van netcongestie, naar die situatie terug te keren (Kamerstukken II 2025/26, 36776, nr. 6, Nota naar aanleiding van het verslag, link).
Wat is een gedoogplicht van rechtswege?
Een gedoogplicht van rechtswege vloeit voort uit de wettelijke verplichting voor grondeigenaren om werkzaamheden van algemeen belang te tolereren, zonder dat hiervoor een besluit van een overheidsinstantie voor nodig is. Ook als geen overeenstemming met de grondeigenaar is bereikt over de uit te voeren werkzaamheden, zorgt deze gedoogplicht ervoor dat de voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden. Hiertegen kan bestuursrechtelijk geen bezwaar en/of beroep aangetekend worden. Er wordt immers geen besluit of beschikking afgegeven, aangezien de gedoogplicht van rechtswege geldt.
Wat is er veranderd?
Voorheen moesten initiatiefnemers voor het opleggen van een gedoogplicht een gedoogplichtbeschikking aanvragen bij de Minister van Infrastructuur en Waterstaat om voor de ontwerpfase van een bepaald project onderzoeken of meetwerkzaamheden uit te voeren, zonder de toestemming van de grondeigenaar. Dat is met de invoering van de gedoogplicht van rechtswege niet meer nodig. Zonder tussenkomst van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan een initiatiefnemer gebruik maken van de gedoogplicht van rechtswege jegens een grondeigenaar. De gedachte hierachter is dat deze stap nodig is om de energietransitie te versnellen en verdere netcongestie tegen te gaan (Nota van toelichting, 10 november 2025, link). Afhankelijk van de situatie kan de gedoogplicht van rechtswege een aantal maanden tot maximaal 1,5 jaar aan proceduretijd besparen.
Daarbij moet de initiatiefnemer ten minste vier dagen van tevoren schriftelijk de grondeigenaar informeren over de voorgenomen ontwerpactiviteiten. De verplichting tot gedogen gaat pas in na deze vierdagentermijn.
Welke werkzaamheden vallen onder de gedoogplicht van rechtswege?
De werkzaamheden moeten zijn gericht op de vorming van het ontwerp voor de aanleg, instandhouding, wijziging, verplaatsing of opruiming van een werk van algemeen belang. Hieronder wordt verstaan:
- Meetwerkzaamheden;
- Graafwerkzaamheden;
- Het aanbrengen van tekens in, boven of op een onroerende zaak;
- Het verrichten van onderzoek met gebruikmaking van de daarvoor benodigde hulpmiddelen, bijvoorbeeld ecologisch of archeologisch veldonderzoek, handboringen, mechanische sonderingen en boringen, of het plaatsen van peilbuizen.
De werkzaamheden die zijn gericht op de realisatie van het project vallen hier dus niet onder. Hiervoor dient in veel gevallen dus wel nog een gedoogplichtbeschikking aangevraagd te worden bij de minister en staat de weg naar de bestuursrechter wél open. Graafwerkzaamheden kunnen dus worden gedaan in het kader van onderzoek naar de bodemgesteldheid, maar bijvoorbeeld niet om alvast de sleuf voor de aan te leggen leiding te graven.
Wat is juridisch (nog) mogelijk tegen een gedoogplicht van rechtswege?
Nu de weg naar de bestuursrechter is afgesloten, staat voor de grondeigenaar enkel de weg naar de civiele rechter open indien zij van mening is dat onrechtmatig gebruik wordt gemaakt van de gedoogplicht van rechtswege. De civiele rechter zal kunnen toetsen of het handelen van een initiatiefnemer in strijd is met een wettelijke plicht of met de maatschappelijke zorgvuldigheid.
Conclusie
Van het experiment met gedoogplichtbeschikkingen in de ontwerpfase is de wetgever inmiddels teruggekomen. We keren terug naar het stelsel zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Hoewel de ontwerpwerkzaamheden activiteiten zijn van ondergeschikte aard met een relatief korte duur en een relatief beperkte impact, wordt de rechtsbescherming van belanghebbenden met dit nieuwe stelsel aanzienlijk ingeperkt.
De energietransitie en de aanpak van netcongestie zijn zonder twijfel urgente maatschappelijke opgaven. Maar urgentie kan en mag niet zondermeer een vrijbrief zijn om fundamentele rechtswaarborgen opzij te schuiven. Eens temeer blijkt: het eigendom is vergaand beschermd, maar het is geen absoluut recht. Het spanningsveld tussen de voortgang van publieke projecten en de bescherming van individuele rechten verdient een zorgvuldige afweging. De vraag is dan ook of de wetgever met deze koerswijziging de balans daadwerkelijk heeft gevonden, of dat de weegschaal te ver is doorgeslagen ten koste van de grondeigenaar.