Moet het bestuur het advies van de bezwaarschriftencommissie afwachten?
De gemeente behartigt het algemeen belang door bijvoorbeeld besluiten te nemen waarin de rechtspositie van de burger eenzijdig wordt vastgesteld. In het geval de burger tegen een besluit bezwaar maakt, wordt dat besluit overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht (Awb) behandeld. Voor de behandeling van het bezwaar, kan de gemeente een bezwaarschriftencommissie als onafhankelijk adviseur inschakelen. In dat geval hoort de bezwaarschriftencommissie de partijen tijdens een hoorzitting. Na het horen brengt de bezwaarschriftencommissie een advies uit aan een bestuursorgaan van de gemeente over het te nemen besluit op bezwaar.
Moet het bestuursorgaan eerst het advies van de bezwaarschriftencommissie afwachten voordat het mag beslissen op bezwaar? Het antwoord op deze vraag wordt gegeven in een recente uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de “Afdeling”) (ECLI:NL:RVS:2025:5425).
Wat speelt in deze zaak?
In deze zaak gaat het om een besluit dat is genomen door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westerkwartier (het “college”). In dit besluit wordt een verzoek om handhavend op te treden afgewezen. Degene die het handhavingsverzoek heeft ingediend, gaat tegen dit besluit in bezwaar.
Het college stelt dit bezwaar in handen van een bezwaarschriftencommissie. Echter, voordat de bezwaarschriftencommissie een advies uitbrengt, wordt door het college een besluit op bezwaar genomen. Volgens de rechtbank heeft het college hiermee in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel gehandeld.
Welk standpunt neemt het college in?
Volgens het college is van handelen in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel geen sprake. Het college doet in dit kader allereerst een beroep op artikel 3:6 Awb. In dat wetsartikel, dat volgens het college van toepassing is, wordt bepaald dat in het geval een advies niet tijdig wordt uitgebracht, het bestuursorgaan een besluit op bezwaar zonder het advies mag nemen.
Daarnaast stelt het college zich op het standpunt dat het nemen van een besluit zonder advies van de bezwaarschriftencommissie in dit geval niet onmogelijk was. Dit wordt volgens het college ondersteund door een passage uit de memorie van toelichting bij de Awb. In die passage staat dat overschrijding van de termijn om op het bezwaarschrift te beslissen niet tot gevolg heeft dat niet meer op het bezwaarschrift kan worden beslist. Het college legde die passage zo uit dat wanneer de beslistermijn overschreden is, het college zonder advies een besluit op bezwaar mag nemen.
Tot slot voert het college aan dat het een volledige heroverweging heeft gemaakt, waarbij is ingegaan op de bezwaren, en het na de besluitvorming uitgebrachte advies van de bezwaarschriftencommissie het besluit van het college heeft onderschreven. Ook om die reden is volgens het college geen sprake van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel.
Wat vindt de Afdeling?
De Afdeling maakt allereerst korte metten met het standpunt van het college dat gelet op artikel 3:6 Awb niet zonder meer sprake is van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. De Afdeling licht in dit kader toe dat het college gelet op de Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Westerkwartier 2019, een adviescommissie is in de zin van artikel 7:13 Awb. Met andere woorden, deze commissie is geen adviseur als bedoeld in artikel 3:5 Awb, waardoor artikel 3:6 Awb toepassing mist.
De passage uit de memorie van toelichting waar het college naar verwijst, biedt volgens de Afdeling eveneens geen soelaas. De Afdeling licht dit als volgt toe. Uit de memorie van toelichting blijkt dat, indien nog geen advies is uitgebracht, een beslissing op bezwaar moet worden genomen, maar pas nadat het bestuursorgaan de beslissing overeenkomstig artikel 7:10, derde lid en (eventueel het) vierde lid, van de Awb heeft verdaagd. Daaruit blijkt dat het college de mogelijke termijnen dient te benutten, voordat het overgaat tot het beslissen op het bezwaar zonder het advies af te wachten. Het college heeft de beslissing niet verdaagd, waardoor het de beslissing op bezwaar niet had mogen nemen zonder het advies af te wachten.
Op basis van het bovenstaande, is de rechtbank volgens de Afdeling terecht tot de conclusie gekomen dat het beslissen op het bezwaar zonder het advies van de bezwaarschriftencommissie af te wachten, in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel. Daarbij weegt de Afdeling mee dat het college zelf om dat advies heeft verzocht en wist dat een advies aanstaande was. Dat in de beslissing op bezwaar een gemotiveerde heroverweging is gemaakt, maakt dat volgens de Afdeling niet anders.