icon

Waterschap speelt voor eigen rechter en krijgt de rekening gepresenteerd

Een geschil over de eigendom van een strook grond van tweehonderd vierkante meter. Op zichzelf klinkt dit als een gewone kwestie die regelmatig bij de rechter belandt. Maar de wijze waarop Waterschap De Dommel dit geschil meende te kunnen oplossen, gaf de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant recent aanleiding tot gebruik van opmerkelijk felle bewoordingen in het vonnis van 10 maart 2026 (ECLI:NL:RBOBR:2026:1572): “zo hoort de overheid niet met burgers om te gaan”.

De feiten

Een vrouw maakt al lange tijd gebruik van een strook grond grenzend aan de Dommel. Die strook is eigendom van het Waterschap. In juli 2025 stelt de vrouw zich op het standpunt dat zij door verjaring eigenaar van de strook is geworden en brengt dit bij het Waterschap onder de aandacht. Het Waterschap betwist dit en sommeert haar uiterlijk binnen twee maanden de door haar in gebruik genomen strook te ontruimen.

Tot zover een herkenbaar geschil. Het bijzondere zit in wat daarna volgt. Wanneer de vrouw niet vrijwillig ontruimt, kondigt de advocaat van het Waterschap aan dat het Waterschap de strook eigenmachtig en op kosten van de vrouw zal ontruimen. Als haar advocaat bezwaar maakt en wijst op de ongeoorloofdheid van eigenrichting, laat het Waterschap weten dat de vrouw naar de rechter moet stappen als zij dat wil voorkomen – en wel binnen acht dagen, anders gaat het Waterschap tot actie over.

Eigenrichting

Gedwongen ontruiming van een onroerende zaak vereist op grond van de wet een executoriale titel en dient door de deurwaarder te worden uitgevoerd. Die vereisten gelden voor alle onroerende zaken, een dus ook voor ‘lege’ stroken grond, niet alleen voor verhuurde of bewoonde panden. Wie meent dat een ander zonder recht zijn eigendom gebruikt, moet ter bescherming van een vermeend eigendomsrecht dus naar de rechter. Dat geldt voor particulieren én voor overheden. Wat het Waterschap hier aankondigde, noemen we eigenrichting: het buiten de rechter om afdwingen wat men meent toe te komen.

Drie misslagen tegelijk

De voorzieningenrechter constateert niet één maar drie misslagen. De eerste is de eigenrichting zelf. De tweede is dat de advocaat van het Waterschap de aangekondigde ontruiming inzette als drukmiddel om de burger (op intimiderende wijze) tot handelen te dwingen. De derde – en misschien meest opmerkelijke – is dat het dagelijks bestuur wist wat er speelde. Toch zag het dagelijks bestuur geen aanleiding om in te grijpen.

Het eigen beleid als bewijs

Het gaat van kwaad naar erger voor het Waterschap: de voorzieningenrechter constateert dat het Waterschap een eigen Grondbeleid 2025 heeft vastgesteld. Daarin erkent het Waterschap met zoveel woorden dat het in het verleden gebruik van percelen door derden regelmatig niet had vastgelegd, dat oneigenlijk gebruik nauwelijks aandacht kreeg, en dat het daardoor het risico liep eigendom te verliezen door verjaring. Het beleid schrijft bovendien voor dat privaatrechtelijke geschillen aan de rechter moeten worden voorgelegd. De voorzieningenrechter stelt vervolgens vast dat het Waterschap zijn eigen beleid negeert, en daarmee zijn bestuurlijke verantwoordelijkheid veronachtzaamt. Het Waterschap handelde dan ook in strijd met de wet én met eigen beleid.

Het oordeel

De vordering van de vrouw wordt toegewezen. Het Waterschap mag de strook niet ontruimen of pogingen daartoe ondernemen zonder executoriale titel, op straffe van een (mede gelet op de opstelling van het Waterschap wel te begrijpen) dwangsom van € 50.000 per overtreding. De vordering van het Waterschap in reconventie tot ontruiming wordt afgewezen. De verjaringskwestie leent zich niet voor beoordeling in kort geding en moet in een bodemprocedure worden beslecht.

Heeft u vragen?

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Waterschap speelt voor eigen rechter en krijgt de rekening gepresenteerd
Praktijkgebieden blogs
Auteurfilter blog