Misbruik van recht in Woo-zaken
“Als burger heeft u recht op informatie van de overheid”
Het is een duidelijk statement op de website van de Rijksoverheid en maakt duidelijk dat de openbaarheid van overheidsinformatie een groot goed is in Nederland. De rechten van burgers en de verplichtingen van de overheid op dit gebied, zijn vastgelegd in de Wet open overheid (Woo). Deze wet heeft de oude Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangen. Het uitgangspunt van beide wetten is dat burgers een verzoek kunnen doen om bepaalde informatie openbaar te maken en de overheid binnen een bepaalde termijn op dit verzoek dient te beslissen.
In de afgelopen jaren is te zien dat het aantal verzoeken dat op basis van de Wob en de Woo wordt ingediend, alleen maar blijft stijgen. Burgers dienen in grote getalen verzoeken in om overheidsinformatie openbaar te laten maken. Dit levert een grote werklast op voor overheidsinstanties.
Daarbij komt het soms voor dat een burger in zulke groten getalen verzoeken indient, dat de overheid nieuwe verzoeken niet meer in behandeling wil nemen. Het verzoek wordt door het bestuursorgaan dan buiten behandeling gesteld. Uit een recente uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2026:1546) blijkt echter dat dat niet zomaar kan.
Woo-verzoek buiten behandeling gesteld wegens misbruik van recht
In deze zaak gaat het om een burger die bij de burgemeester van Rotterdam een verzoek heeft gedaan om informatie openbaar te maken over de veiligheidssituatie (meer in het bijzonder de sluiting van woningen) in bepaalde wijken in Rotterdam in de periode van 2014 tot en met 2020.
De burgemeester heeft dit verzoek buiten behandeling gesteld, omdat sprake zou zijn van misbruik van recht. Daarbij werd onder meer van belang geacht dat de indiener van het verzoek stelselmatig veel, grotendeels overlappende en onduidelijke verzoeken indiende, die hij niet wilde verduidelijken maar juist uitbreidde. Daarnaast zou hij zich op vervelende en bedreigende manier hebben geuit. Dit alles leidde de burgemeester tot de conclusie dat het verzoek niet was gericht op openbaarmaking van informatie, maar op het belasten en hinderen van de overheid.
De indiener van het verzoek ging hiertegen in bezwaar en beroep. De rechtbank gaf de burgemeester gelijk; volgens de rechtbank was er inderdaad sprake van misbruik van recht en had de burgemeester op goede gronden de aanvraag buiten behandeling gesteld.
Wanneer is er sprake van misbruik van recht bij een Woo-verzoek?
De indiener van het verzoek is het hier niet mee eens en gaat in hoger beroep bij de Afdeling. De Afdeling bevestigt allereerst haar eerdere uitspraken, waaruit blijkt dat het in bepaalde gevallen inderdaad mogelijk is om een aanvraag buiten behandeling te stellen als er sprake is van misbruik van recht (zie onder meer: ECLI:NL:RVS:2014:4129 en ECLI:NL:RVS:2014:4135). De lat voor het aannemen van misbruik van recht ligt echter hoog en kan alleen op basis van zwaarwichtige gronden worden aangenomen. Daarvan is onder meer sprake als bepaalde rechten of bevoegdheden overduidelijk zijn aangewend zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waartoe zij zijn gegeven. Uit de feiten en omstandigheden van het geval moet blijken dat de verzoeker te kwader trouw heeft gehandeld.
De Afdeling benadrukt dat iemand die op basis van de Wob of de Woo een verzoek indient, in principe niet hoeft uit te leggen welk belang hij heeft bij het openbaar maken van de verzochte informatie. Daarbij geldt echter wel dat de bevoegdheden van de Wob en de Woo bedoeld zijn voor openbaarmaking van overheidsinformatie. Het is daarom wel van belang om vast te stellen dat het verzoek inderdaad met dat doel is ingediend.
Daarbij geldt dat elk verzoek in principe afzonderlijk moet worden beoordeeld, al mag de eerdere handelwijze van de verzoeker worden meegewogen. Tegelijk geldt dat het indienen van veel verzoeken op zichzelf geen misbruik oplevert; pas in combinatie met andere omstandigheden kan dat anders zijn.
Oordeel Raad van State: geen misbruik van recht bij dit Woo-verzoek
De Afdeling past dit toetsingskader vervolgens toe op de zaak. Daarbij komt de Afdeling tot het oordeel dat geen sprake is van misbruik van recht. Het concrete verzoek dat is gedaan is op zichzelf voldoende duidelijk en begrijpelijk. Dat appellant vaker verzoeken heeft ingediend, klachten heeft gestuurd of veel correspondeert met de gemeente, maakt dat niet anders. Ook is niet gebleken van bedreigend gedrag of van gebruik van de bevoegdheid voor een ander doel dan openbaarmaking. De burgemeester heeft daarom ten onrechte misbruik van recht aangenomen en had het verzoek gewoon inhoudelijk moeten behandelen. De Afdeling verklaart het hoger beroep daarom gegrond en oordeelt dat de burgemeester binnen zes weken een nieuw besluit dient te nemen op het ingediende verzoek.
Wanneer mag een Woo-verzoek buiten behandeling worden gesteld?
Deze uitspraak onderstreept dat een beroep op misbruik van recht niet lichtvaardig kan worden aangenomen. Bestuursorganen kunnen Woo- of Wob-verzoeken niet zomaar buiten behandeling stellen, enkel omdat een verzoeker eerder veel of vergelijkbare verzoeken heeft ingediend. Er moeten concrete en zwaarwegende aanwijzingen zijn dat het verzoek geen redelijk doel dient of voor een ander doel wordt gebruikt dan waarvoor de bevoegdheid is gegeven.