Weigering privaatrechtelijke toestemming na verlening publiekrechtelijke toestemming toegestaan?
Mag de gemeente na het verlenen van haar publiekrechtelijke toestemming haar privaatrechtelijke toestemming tot wijziging van de erfpachtbestemming weigeren? Over deze kwestie heeft het gerechtshof Amsterdam zich eind 2024 uitgelaten (ECLI:NL:GHAMS:2024:3485).
Feiten
In deze zaak heeft de gemeente ten behoeve van appellant een voortdurend recht van erfpacht op een perceel gevestigd. Dit perceel, dat valt onder een zelfbouwproject voor acht individuele bouwkavels, heeft als erfpachtbestemming een geschakelde eengezinswoning.
Appellant wil van de geschakelde eengezinswoning drie zelfstandige woningen maken. Om dit te kunnen realiseren, vraagt hij een omgevingsvergunning aan, die hij ook van het college verleend krijgt. Echter, voor de realisatie heeft hij niet enkel een omgevingsvergunning nodig, maar dient de gemeente ook privaatrechtelijke toestemming voor de wijziging van de erfpachtbestemming te verlenen.
Tot het verlenen van deze privaatrechtelijke toestemming gaat de gemeente uiteindelijk niet over. Dit omdat appellant ten eerste geen toereikende parkeeroplossing heeft geboden voor de extra te realiseren woonruimten. Daarnaast zou de bestemmingswijziging in strijd komen met de oorspronkelijke opzet voor deze zelfbouwkavels, te weten een kleinschalige ontwikkeling.
Appellant stelt zich op het standpunt dat de gemeente door niet de privaatrechtelijke toestemming te verlenen, misbruik van bevoegdheid maakt.
Hoe zat het ook alweer?
De bovenstaande casus betreft een bekend afstemmingsprobleem op het grensvlak van het civiele recht en het bestuursrecht. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 5 juni 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BH7845) een maatstaf aangelegd om deze problematiek op te lossen.
In dit arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het niet verlenen van privaatrechtelijke toestemming voor gebruik waarvoor reeds publiekrechtelijke toestemming is verleend, in beginsel misbruik van bevoegdheid oplevert.
Van misbruik van bevoegdheid is echter geen sprake in het geval de belangen die zich verzetten tegen het gebruik van de grond volgens de vergunning of ontheffing zo zwaar wegen, dat niet kan worden gezegd dat de gemeente haar belang onevenredig zwaar heeft laten wegen.
Is er sprake van misbruik van bevoegdheid?
Noch de rechtbank noch het gerechtshof zijn van oordeel dat in het onderhavige geval sprake is van misbruik van bevoegdheid. Immers, met het weigeren van toestemming borgt de gemeente de gerechtvaardigde belangen van de mede-erfpachters van dit zelfbouwproject. Daarom kan niet worden gezegd dat er zich geen gemeentelijk belang tegen het verlenen van toestemming verzet. Dit belang weegt volgens het gerechtshof voldoende zwaar.
Nu het hier bovendien gaat om een belang dat niet in de publiekrechtelijke toestemming is verdisconteerd, doordat die toestemming daarop niet ziet, rechtvaardigt dit belang volgens het gerechtshof dat de gemeente haar privaatrechtelijke toestemming heeft geweigerd.
Opmerkelijke uitspraak
Het gerechtshof rechtvaardigt de weigering van de privaatrechtelijke toestemming met twee redenen: het parkeertekort en de kleinschalige opzet van het project. Volgens het gerechtshof zouden deze belangen niet in de publiekrechtelijke toestemming zijn meegenomen. Dit is opmerkelijk en moeilijk te volgen, omdat juist deze punten onderdeel uitmaken van de publiekrechtelijke beoordeling. Het blijft onduidelijk waarom het gerechtshof deze belangen buiten de publiekrechtelijke toets plaatst, maar ze toch laat meewegen bij de privaatrechtelijke beoordeling, met als resultaat dat de toestemming volgens het gerechtshof mocht worden geweigerd.