Kwalificeert een gemeentelijke grondprijskorting als subsidie?
Gemeenten zetten grondprijskortingen regelmatig in om particuliere kopers te stimuleren op een bepaalde manier te bouwen, bijvoorbeeld energieneutraal of levensloopbestendig. Maar opereren zij daarmee op juridisch glad ijs? Uit een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2025:5086) volgt dat een dergelijke korting kwalificeert als subsidie in de zin van de Awb, met alle juridische gevolgen van dien: de afwijzing is een appellabel besluit én er is een deugdelijke wettelijke grondslag vereist.
De feiten: kortingen op woningbouwgrond in Land van Cuijk
De gemeenteraad van de gemeente Land van Cuijk besloot kortingen toe te kennen op de grondprijs bij de uitgifte van woningbouwgrond aan particulieren. De voorwaarden voor die kortingen waren neergelegd in een beleidsregel van het college en richtten zich op energieneutraal bouwen, levensloopbestendig bouwen en bouwen voor specifieke doelgroepen, zoals starters. Twee kopers dienden een kortingsverzoek in, maar het college wees beide verzoeken af. De vervolgens ingediende bezwaren verklaarde het college niet-ontvankelijk, omdat volgens het college geen sprake was van een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb.
Is er sprake van subsidie?
De Afdeling toetst de kortingsregeling aan de definitie van artikel 4:21 Awb. Van subsidie is sprake bij een aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan betaling voor geleverde goederen of diensten. Aan al deze vereisten is volgens de Afdeling voldaan. Dat de korting onderdeel uitmaakt van een privaatrechtelijke grondtransactie doet daar niet aan af, omdat de wettelijke definitie bepalend is en niet de vorm. Hieruit volgt ook dat de afwijzing van een kortingsverzoek een appellabel subsidiebesluit is. De bezwaren hadden ontvankelijk moeten worden verklaard.
De grondslag van de korting
Nu de kortingen als subsidie kwalificeren, is volgens de Afdeling artikel 4:23 Awb aan de orde. Subsidieverlening moet berusten op een wettelijk voorschrift, te weten een algemeen verbindend voorschrift: een naar buiten werkende bindende regel van een orgaan dat zijn regelgevende bevoegdheid aan de Grondwet of een wet in formele zin ontleent. Noch het raadsbesluit noch de beleidsregel voldoet volgens de Afdeling aan die eis, omdat beide de voor een avv vereiste externe werking missen. Het college miste daarmee de bevoegdheid de kortingen te verstrekken.
Gevolgen voor de praktijk
Deze uitspraak heeft twee belangrijke gevolgen voor de praktijk. Ten eerste kwalificeert een financieel voordeel dat is bedoeld om bepaald bouwgedrag te stimuleren al snel als subsidie, ook als het is ingebed in een privaatrechtelijke transactie. Beslissingen over dergelijke kortingen zijn daarmee vatbaar voor bezwaar en beroep door aanvragers die worden afgewezen.
Ten tweede volstaan een raadsbesluit of beleidsregel niet als wettelijke grondslag voor subsidieverlening. Gemeenten die grondprijskortingen willen inzetten voor doelstellingen als duurzaamheid, toegankelijkheid of doelgroepenbouw, moeten zorgen voor een deugdelijke wettelijke grondslag — in de praktijk betekent dit doorgaans een subsidieverordening of subsidieregeling op grond van de Gemeentewet.