Huisvestingsverordening Amsterdam in 2027: wat verandert er?
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam heeft onlangs de inspraakperiode over haar voornemens tot wijziging van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 afgesloten. In de Beleidstoelichting wijzigingsvoorstel Huisvestingsverordening 2027 zijn alle wijzigingsvoorstellen opgenomen.
Hieronder bespreken we een aantal van die voorgestelde wijzigingen.
- Aanscherping B&B-beleid
Per 1 juli 2028 lopen de huidige bed-and-breakfast (B&B)-vergunningen af. Om te voorkomen dat er een piek aan aanvragen ontstaat, is het voornemen van het college om al vanaf begin 2027 – gespreid over verschillende wijken en tijdvakken – te starten met het beoordelen en verloten van vergunningaanvragen.
Inhoudelijk stelt het college twee wijzigingen van de Huisvestingsverordening voor. Ten eerste wordt een verscherpte zelfbewoningsplicht ingevoerd: de aanvrager van een nieuwe B&B-vergunning moet ten minste één jaar zelf woonachtig zijn voordat de vergunning kan worden aangevraagd. Ten tweede wordt een bestaande onduidelijkheid in de regelgeving weggenomen. Voortaan wordt juridisch verankerd dat de aanwezigheid van een stopcontact of aansluitpunt voor elektra – bijvoorbeeld ten behoeve van een magnetron of waterkoker – niet tot gevolg heeft dat die ruimte als een zelfstandige woning moet worden aangemerkt.
- Langere geldigheidsduur vakantieverhuurvergunningen
De maximale geldigheidsduur van een vakantieverhuurvergunning (voor verhuur via platforms als Airbnb) wordt verlengd van één jaar en drie maanden naar maximaal twee jaar.
Deze verlenging sluit aan bij het toetsmoment van de zogenoemde Escalatieladder vakantieverhuur, waarmee het college elke twee jaar beoordeelt of strengere maatregelen nodig zijn. Naast administratieve voordelen voor de gemeente, biedt de verlenging ook de aanvrager een voordeel: leges hoeven voortaan nog maar eens per twee jaar te worden betaald.
- Koopwoning als weigeringsgrond voor sociale huurwoning
Een principiële voorgenomen wijziging betreft de toewijzing van sociale huurwoningen van woningcorporaties. Om te voorkomen dat schaarse sociale huurwoningen worden bezet door huishoudens die reeds een koopwoning bezitten, wordt bepaald dat woningzoekenden die een of meerdere koopwoningen bezitten in beginsel geen huisvestingsvergunning voor een sociale huurwoning van een woningcorporatie krijgen.
Deze maatregel is niet absoluut. Het college erkent dat bepaalde gevallen – zoals echtscheiding of een recent geërfde woning – een uitzondering kunnen rechtvaardigen. De gedachte achter deze maatregel is dat sociale huurwoningen beschikbaar blijven voor degenen die daar het hardst behoefte aan hebben.
- Herziening van het splitsingsbeleid
De meest omvangrijke voorgenomen wijzigingen betreffen het splitsingsbeleid. Het college beoogt hiermee in het bijzonder een kwaliteitsslag te maken bij oudere gebouwen die worden gesplitst.
Een aantal wijzigingen springt daarbij in het oog. Waar de vergunningplicht voorheen globaal van toepassing was op gebouwen binnen de ringweg van de A10, wordt het werkingsgebied uitgebreid naar de gehele gemeente. Daarnaast wordt de leeftijdsgrens voor vergunningsplichtige gebouwen gewijzigd en dynamisch: waar voorheen de vergunningplicht gold voor gebouwen van vóór 1940, wordt dit uitgebreid naar gebouwen die op 1 januari van het lopende jaar dertig jaar of ouder zijn.
Op het gebied van particuliere sociale huur vervalt het splitsingscontingent in gebieden waar dit thans geldt. In plaats daarvan komt er een algeheel verbod op het splitsen van particuliere sociale huurwoningen in de gehele gemeente.
Wat de kwaliteitseisen betreft, introduceert de verordening een minimumeis voor energielabels: bij splitsing moeten de afzonderlijke woonruimten in het gebouw beschikken over energielabel C of beter. Monumenten zijn van deze energielabeleis uitgezonderd, maar moeten wel aan de overige kwaliteitseisen blijven voldoen. Tot slot verdwijnt de verplichting om een gedragscode met huurders overeen te komen. In plaats daarvan moet de vergunningaanvrager aantonen dat hij relevante informatie op correcte wijze aan de huurders heeft verstrekt. Dit wordt geborgd door het opnemen van een voorschrift en een weigeringsgrond in de regelgeving.
Afsluitend
De reacties op de inspraakperiode zijn op dit moment nog in beraad. Een Nota van Beantwoording zal vervolgens aan de gemeenteraad worden voorgelegd, waarna de raad een definitief besluit neemt over de voorgestelde wijzigingen.
Hoewel het voorgaande dus nog niet definitief vaststaat, is het raadzaam tijdig in te spelen op de voorgenomen wijzigingen in het Amsterdamse volkshuisvestingsbeleid. Mocht u vragen hebben over de Huisvestingsverordening, neem dan contact met ons op.