icon

Invoering vergunningplicht voor pied-à-terre in Amsterdam

In de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 (hierna: de “Huisvestingsverordening”) zijn per 1 januari 2026 een aantal wijzigingen doorgevoerd. Over de verschillende wijzigingen en overwegingen daartoe kunt u onder meer lezen in de Nota van beantwoording Wijziging Huisvestingsverordening 2026 en de Beleidstoelichting wijzigingsvoorstellen.

Een van de wijzigingen is dat er vergunningplicht wordt doorgevoerd voor tweede woningen (zogenaamde pied-à-terres). Hiermee wordt afgestapt van de sinds 2010 geldende regelgeving binnen de Huisvestingsverordening waarbij tweede woningen, mits werd voldaan aan een aantal algemene criteria, niet vergunningplichtig waren.

De gedachte en doelstelling van de invoering van de vergunningplicht is om de toename van tweede woningen te voorkomen en te stimuleren dat meer woningen daadwerkelijk vast worden bewoond.

Tweede woning

In de Huisvestingsverordening wordt een tweede woning omschreven als “een zelfstandige woonruimte die naast een hoofdverblijf wordt gebruikt als verblijf mits en zolang deze zelfstandige woonruimte uitsluitend door de eigenaar of huurder, of personen die op hetzelfde adres als de eigenaar of huurder staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen, wordt gebruikt”.

Eigenaren van (meerdere) woningen die deze woningen verhuren vallen derhalve buiten de reikwijdte van de definitie tweede woning als bedoeld in de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024.

Bestaande gevallen

Voor alle personen die op 31 december 2025 reeds een tweede woning gebruikten overeenkomstig de criteria uit de Huisvestingsverordening geldt dat zij tenminste een jaar lang in aanmerking kunnen komen voor een vergunning op grond van die voorwaarden.

Hiermee behouden deze mensen het recht om ook na 2026 gebruik te kunnen van de tweede woning.

Nieuwe gevallen

Voor nieuwe tweede woningen geldt dat deze enkel nog in aanmerking kunnen komen voor een vergunning voor zover sprake is van een zwaarwegend belang. In drie zwaarwegende gevallen wordt een vergunning voor tweede woning verleend, hiervan is sprake indien de eigenaar of huurder kan aantonen dat hij/zij:

  1.  voor werkdoeleinden minimaal twee keer per week in Amsterdam dient te overnachten voor een minimale termijn van zes maanden;
  2. acht uur per week verdeeld over minimaal drie dagen per week in Amsterdam mantelzorgtaken voor een naaste dient te verrichten; of
  3. verhuist naar het buitenland maar wel binding heeft met Amsterdam, blijkend uit het feit dat de aanvrager minimaal drie jaar in Amsterdam ingeschreven heeft gestaan en de periode tussen uitschrijving uit de Basisregistratie Personen en datum van de aanvraag niet langer is dan zes maanden.

Voor de nieuwe gevallen geldt bovendien dat de vergunningen in beginsel slecht voor een periode van ten hoogste drie jaren worden verleend.

Mocht u vragen hebben over uw tweede woning of andere vragen over de Huisvestingsverordening, dan kunt u vanzelfsprekend contact met ons daarover opnemen.

Heeft u vragen?

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Invoering vergunningplicht voor pied-à-terre in Amsterdam

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief