A-G Valk adviseert Hoge Raad de Vattenfall-zaak over het prijswijzigingsbeding in energiecontracten terug te verwijzen voor herbehandeling
Een impactvolle zaak over de eerlijkheid van een prijswijzigingsbeding gehanteerd door Vattenfall, en eveneens door andere energieleveranciers, in haar algemene voorwaarden krijgt mogelijk nog een verrassende wending. A-G Valk heeft onlangs in zijn conclusie van 29 mei 2026 (ECLI:NL:PHR:2026:541) de Hoge Raad geadviseerd om de zaak opnieuw te laten behandelen.
Eenzijdig tarieven verhogen: mag dat zomaar?
In een variabel energiecontract kondigt Vattenfall bij een van haar consumenten in 2022 een tariefverhoging aan. In deze aankondiging verwijst Vattenfall ter rechtvaardiging van de prijsverhoging naar haar algemene voorwaarden en naar de ontwikkelingen in Oekraïne. De consument is het niet met deze verhoging eens en start daartegen een procedure.
In de procedure staat de vraag centraal of een eenzijdig prijswijzigingsbeding van Vattenfall uit haar Algemene Voorwaarden 2017 tegenover consumenten als oneerlijk – in de zin van Richtlijn 93/13 (Richtlijn oneerlijke bedingen) – kwalificeert.
Interessant aan het prijswijzigingsbeding van Vattenfall uit de Algemene Voorwaarden 2017 – die zij tot voor kort hanteerde – is dat het is ontleend aan (de toenmalige versie van) de algemene voorwaarden van Energie-Nederland, de vereniging van energieleveranciers in Nederland. Deze voorwaarden zijn vaak gehanteerd bij kleinverbruikers, hetgeen maakt dat de uitkomst van de kwestie niet alleen voor klanten van Vattenfall relevant is.
Ter illustratie: volgens cijfers van de ACM had zo’n 39% van de Nederlandse huishoudens in maart 2026 een variabel energiecontract.
Rechtbank én hof eensgezind: het prijswijzigingsbeding is oneerlijk
De Rechtbank Amsterdam (24 februari 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:940) heeft het prijswijzigingsbeding uit de algemene voorwaarden in eerste aanleg oneerlijk bevonden. In het oordeel van de rechtbank speelde een rol dat het prijswijzigingsbeding ruim is omschreven en de consument daarmee niet voldoende in staat zou zijn economische gevolgen van het beding voor zijn financiële verplichtingen te beoordelen. Het vonnis van de rechtbank is door het Hof Amsterdam met haar arrest van 25 maart 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:704) bekrachtigd.
A-G Valk: het hof past de transparantietoets te streng toe
In zijn conclusie heeft A-G Valk hoofdzakelijk twee punten van kritiek op het arrest van het hof.
1) Te strenge transparantietoets
Ten eerste meent Valk dat het hof de transparantietoets te strikt heeft ingestoken. In dat kader wijst Valk erop dat het hof aansluiting in haar arrest heeft gevonden bij rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU over een overeenkomst van geldlening met een aflossingsverplichting in vreemde valuta, wat volgens de Valk in vele opzichten wezenlijk verschilt van een variabele energieleveringsovereenkomst. Ook meent Valk dat het hof in zijn beoordeling van de transparantie ten onrechte niet heeft meegewogen hetgeen voor een gemiddelde consument op grond van de overeenkomst al duidelijk is. Volgens Valk is een gemiddelde consument er immers mee bekend dat hij bij het aangaan van een variabel tarief het risico loopt dat de prijs wordt verhoogd naar aanleiding van prijsontwikkelingen op de wereldmarkt.
2) Relevante marktomstandigheden ongemotiveerd genegeerd
Naast de te strikte transparantietoets wijst Valk ook op andere omstandigheden die onvoldoende in de oneerlijkheidstoets zouden zijn meegewogen. Zo wijst Valk op (i) de keuzevrijheid voor een consument te kiezen tussen een overeenkomst voor bepaalde tijd met een vast tarief en een overeenkomst voor onbepaalde tijd met een variabel tarief (met een initiële lagere prijs, maar voor de normaal oplettende en gemiddeld geïnformeerde consument, het kenbare risico van prijsstijging, alsmede van prijsverlaging), (ii) de mate van competitiviteit op de Nederlandse energiemarkt en het daarbij komende marktconforme tarief en (iii) het toezicht dat door de ACM op de energiemarkt wordt gehouden
Als gevolg van het voorgaande kan volgens Valk het oordeel van het hof dat Vattenfall zich schuldig heeft gemaakt aan een oneerlijke handelspraktijk niet in stand blijven.
Averechtse werking van het herzieningsverbod
Interessant is dat Valk in zijn conclusie expliciet ingaat op het sluimerende risico van het Europese recht. Indien het prijswijzigingsbeding nietig wordt verklaard, verbiedt het Europees recht namelijk om het beding te matigen of aan te passen, hetgeen er in de praktijk op neer zou komen dat een variabel contract feitelijk een vast contract wordt. Dit herzieningsverbod creëert volgens Valk een prikkel om bedingen gelet op de disproportionele gevolgen eerder als eerlijk te kwalificeren, hetgeen op haar beurt juist ten koste gaat van effectieve consumentenbescherming.
Arrest Hoge Raad eind 2026 verwacht
Niet voor het eerst, en zeker niet voor het laatst, speelt de Richtlijn oneerlijke bedingen een belangrijke rol met (mogelijk) brede maatschappelijke impact. Zo is onlangs ook voorgesteld om prejudiciële vragen in het kader van een huurprijsverhogingsbeding aan het Hof van Justitie voor te leggen. Voor meer informatie daarover verwijzen wij u naar onze blog.
Uiteraard is het nog maar de vraag of de Hoge Raad het advies van A-G Valk zal volgen, maar interessant zal de uitkomst zijn. Uitsluitsel over deze kwestie wordt verwacht in december 2026 als – naar verwachting – het arrest door de Hoge Raad wordt gewezen.
Mocht u vragen hebben over de toepasbaarheid van algemene voorwaarden, dan kunt u vanzelfsprekend contact met ons opnemen.