icon

Ontslag op losse gronden: de werkgever betaalt bijna een miljoen

Een werknemer die ruim 22 jaar in dienst is, bouwt een indrukwekkende carrière op. Hij groeit door tot Senior Counsel International, verantwoordelijk voor alle juridische en securityzaken buiten de Verenigde Staten, en wordt in 2017 benoemd tot statutair bestuurder. Daarna wordt zijn functie stap voor stap uitgekleed. Als de werkgever hem vervolgens ontslaat op gronden die geen stand houden, volgt een kostbare rechtszaak. Het gerechtshof Amsterdam kent de werknemer eind maart 2026 een billijke vergoeding toe van € 759.264 bruto.

Van topfunctie naar lege huls

De werknemer treedt in 2002 in dienst. Twintig jaar later is hij Senior Counsel International en statutair bestuurder. Vervolgens verandert de organisatie ingrijpend. Door meerdere reorganisaties verdwijnen steeds meer verantwoordelijkheden naar de Verenigde Staten en verdwijnt zijn directe lijn naar de top. De laatste reorganisatie in 2024 maakt de uitholling van zijn functie compleet.

De verhouding tussen partijen verslechtert. Zij onderhandelen over een vertrekregeling, maar bereiken geen overeenstemming. De werkgever kiest vervolgens voor ontslag en voert daarbij zes ontslaggronden aan, variërend van het misbruiken van vertrouwelijke informatie tot het tegenwerken van een intern onderzoek. Op 30 september 2024 wordt de werknemer ontslagen als statutair bestuurder. Daarmee eindigt ook zijn arbeidsovereenkomst per 1 februari 2025.

Wat maakt het ontslag van een statutair bestuurder bijzonder?

Een statutair bestuurder heeft een dubbele positie: bestuurder én werknemer. Vennootschapsrechtelijk kan de aandeelhoudersvergadering een bestuurder relatief eenvoudig ontslaan. De preventieve ontslagbescherming die voor gewone werknemers geldt, ontbreekt.

Dat betekent echter niet dat een werkgever zonder gevolgen kan ontslaan. Ontbreekt een redelijke ontslaggrond, dan kan de bestuurder aanspraak maken op een billijke vergoeding en in beginsel ook op een transitievergoeding. Deze zaak laat zien dat die financiële gevolgen aanzienlijk kunnen zijn. (Wilt u meer weten over de rechtspositie van de statutair bestuurder? Dan verwijs ik u graag naar de volgende blog: Statutair of titulair bestuurder?)

Het oordeel van de rechter

De werknemer stapt naar de rechter en krijgt gelijk. De kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van een redelijke ontslaggrond en dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Daarom wordt een billijke vergoeding van € 500.000 bruto toegekend. Beide partijen gaan in hoger beroep.

Het hof (ECLI:NL:GHAMS:2026:893) beoordeelt de zaak aan de hand van een ex tunc-toets: alleen de feiten en omstandigheden op het moment van het ontslag zijn relevant. Volgens het hof leverden die geen voldragen ontslaggrond op. Daarbij benadrukt het hof dat voor een statutair bestuurder geen lichtere ontslagtoets geldt. Ook een bestuurder heeft recht op een redelijke ontslaggrond en op goed werkgeverschap.

Volgens het hof heeft de werkgever de situatie bovendien laten escaleren. Toen de onderhandelingen over een vertrekregeling vastliepen, werd onvoldoende geluisterd naar de bezwaren van de werknemer over de reorganisatie. In plaats van samen naar een oplossing te zoeken, koos de werkgever voor een confronterende aanpak.

Ook de wijze waarop werd omgegaan met de externe spreekoptredens van de werknemer speelde een rol. De werkgever verlangde uitgebreide verantwoording over eerdere evenementen en dreigde zelfs met boetes. Dat was opmerkelijk, omdat de werknemer al meer dan twintig jaar regelmatig namens de onderneming als spreker optrad zonder daarvoor steeds vooraf toestemming te vragen.

Daarnaast werkte de werkgever niet mee aan mediation, liet zij een onzorgvuldig intern onderzoek uitvoeren waarvan de resultaten nooit met de werknemer werden gedeeld en volgde uiteindelijk ontslag op gronden die geen stand hielden. Alles bij elkaar kwalificeert het hof dit als ernstig verwijtbaar handelen.

De rekening: € 759.264 bruto

Voor de hoogte van de billijke vergoeding sluit het hof aan bij de uitgangspunten uit het New Hairstyle-arrest van de Hoge Raad. Daarbij gaat het hof ervan uit dat de arbeidsovereenkomst, als de werkgever wel zorgvuldig had gehandeld, nog ongeveer tien maanden had voortgeduurd. Mediation zou hebben plaatsgevonden en de arbeidsovereenkomst zou pas op 1 december 2025 zijn geëindigd.

De inkomensschade over die periode bedraagt € 556.284 bruto, inclusief ongeveer € 24.000 aan pensioenpremies. Daarnaast begroot het hof de schade door gemiste aandelen en opties op € 245.980. De ontvangen WW-uitkering wordt daarop in mindering gebracht.

Per saldo stelt het hof de billijke vergoeding vast op € 759.264 bruto. Samen met de eerder betaalde transitievergoeding van € 251.784 bruto komt de totale rekening voor de werkgever uit op ruim één miljoen euro.

Wat kunt u hiervan leren?

Deze uitspraak onderstreept dat ook bij het ontslag van een statutair bestuurder een redelijke ontslaggrond vereist is en dat een werkgever zich als goed werkgever moet gedragen. Het aanvoeren van meerdere ontslaggronden helpt niet wanneer die onvoldoende zijn onderbouwd. Zeker als een functie geleidelijk wordt uitgehold en partijen vastlopen in onderhandelingen over een vertrekregeling, is een zorgvuldige aanpak essentieel. Escalatie, het frustreren van mediation en een onzorgvuldig intern onderzoek kunnen uiteindelijk een hoge prijs hebben.

Heeft u vragen?

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Ontslag op losse gronden: de werkgever betaalt bijna een miljoen
Praktijkgebieden blogs
Auteurfilter blog