icon

Kan een kind medehuurder worden van de woning van zijn ouder?

Wie zijn hele leven bij een ouder heeft gewoond, staat op een bepaald moment voor een praktische vraag: wat gebeurt er met de huurwoning als de ouder overlijdt of vertrekt? Het antwoord hangt af van de vraag of het kind als medehuurder kan worden aangemerkt — en daarmee aanspraak kan maken op huurbescherming. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beantwoordde deze vraag op 17 maart 2026 (ECLI:NL:GHARL:2026:1634) in het voordeel van de zoon.

Wat speelde er?

Een vader woonde sinds 1970 onafgebroken in dezelfde woning, aanvankelijk als eigenaar en later als huurder. Zijn zoon heeft altijd met hem samengewoond. Na het overlijden van de moeder bleven vader en zoon samen in de woning wonen: ze runnen gezamenlijk het huishouden, koken afwisselend, eten samen en zorgen voor elkaar.

In 2021 kocht een nieuwe verhuurder de woning. Die weigerde in te stemmen met het medehuurderschap van de zoon. Vader en zoon stapten vervolgens naar de rechter.

Wettelijke basis: artikel 7:267 BW

Artikel 7:267 BW regelt de mogelijkheid van medehuurderschap voor personen die geen echtgenoot of geregistreerd partner van de huurder zijn. Over dit artikel schreven wij eerder deze blog. De rechter wijst een vordering tot medehuurderschap slechts af als sprake is van één van de drie weigeringsgronden: (1) er is geen duurzame gemeenschappelijke huishouding, (2) de vordering strekt er kennelijk slechts toe om de beoogde medehuurder op korte termijn de huurderspositie te verschaffen, of (3) de beoogde medehuurder biedt onvoldoende financiële waarborg. De stelplicht en (eventueel) de bewijslast van deze weigeringsgronden rusten op de verhuurder.

Ouder-kindrelatie: wanneer is er sprake van duurzaamheid?

Het is vaste rechtspraak dat bij een ouder-kindrelatie slechts onder bijzondere omstandigheden sprake kan zijn van een duurzame gemeenschappelijke huishouding. De gedachte hierachter is dat een kind in beginsel tijdelijk bij zijn ouder(s) woont en op enig moment zal uitvliegen. De verhuurder heeft zich dan ook op het standpunt gesteld dat van duurzaamheid geen sprake was.

Het Hof heeft overwogen dat in dit geval wel degelijk sprake is van bijzondere omstandigheden. Vader en zoon hebben (met getuigenverklaringen) onderbouwd dat de zoon altijd in de ouderlijke woning is blijven wonen. Ook hebben zij onderbouwd dat zij samen het huishouden runnen en voor elkaar zorgen. In deze kwestie is dus geen sprake van een gewone situatie waarin een kind op enig moment zal uitvliegen, maar van een duurzame gemeenschappelijke ouder-kindhuishouding.

Daarnaast heeft het Hof overwogen dat de noodzaak van de zoon om erkend te worden als medehuurder dringender wordt naarmate de hoofdhuurder ouder wordt. Die omstandigheid maakt nog niet dat sprake is van misbruik of (zoals de verhuurder stelde) beoogd stuivertje wisselen. Ook is niet gebleken dat de zoon onvoldoende financiële waarborg biedt.

Conclusie: bijzondere omstandigheden kunnen de doorslag geven

Deze uitspraak laat zien dat een kind onder bijzondere omstandigheden medehuurder kan worden van de woning van zijn ouder en daarmee aanspraak kan maken op huurbescherming. In ouder-kindrelaties worden dergelijke bijzondere omstandigheden in de rechtspraak (zie bijvoorbeeld rb. Noord-Holland 21 september 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:10283) niet vaak aangenomen. Heeft u vragen over medehuurderschap, met name in ouder-kindrelaties? Neem dan gerust contact op.

Heeft u vragen over medehuurderschap, in het bijzonder in ouder-kindrelaties? Neem dan gerust contact op met onze specialisten huurrecht.

Heeft u vragen?

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Kan een kind medehuurder worden van de woning van zijn ouder?
Praktijkgebieden blogs
Auteurfilter blog