icon

Geen aanbestedingsplicht voor algemene ziekenhuizen

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 21 april 2026 geoordeeld dat het Ommelander Ziekenhuis Groningen (OZG) niet kwalificeert als publiekrechtelijke instelling en dus niet als aanbestedende dienst kan worden aangemerkt (ECLI:NL:GHARL:2026:2351). Het arrest sluit aan bij een bestendige lijn in de rechtspraak: algemene ziekenhuizen in Nederland zijn geen publiekrechtelijke instellingen en hoeven niet Europees aan te besteden.

De aanleiding: een EPD en een concurrent

Het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) heeft in 2015 haar elektronisch patiëntendossier (EPD) Europees aanbesteed en gegund aan EPIC. Het Ommelander Ziekenhuis Groningen (OZG), een 100%-dochter van UMCG, en Treant Ziekenhuiszorg wilden aansluiten op dit EPD-systeem. Chipsoft, een concurrent van EPIC op de Nederlandse markt voor elektronische patiëntendossiers, stelde dat dit niet kon zonder een nieuwe Europese aanbestedingsprocedure. De voorzieningenrechter volgde Chipsoft en verbood UMCG op straffe van een dwangsom van € 100.000 per dag om op de ingeslagen weg voort te gaan.

Het hof kwam echter tot een ander oordeel. Enerzijds oordeelde het hof dat de aanbesteding uit 2015 reeds de optie van een regionaal EPD omvatte, zodat de aansluiting van niet-aanbestedingsplichtige ziekenhuizen geen wezenlijke wijziging opleverde. Anderzijds oordeelde het hof dat OZG niet kwalificeert als een publiekrechtelijke instelling en dus ook geen aanbestedingsplicht heeft.

Wanneer is een ziekenhuis een aanbestedende dienst?

Om te beoordelen of OZG aanbestedingsplichtig is, moet eerst worden vastgesteld of het als publiekrechtelijke instelling kwalificeert. Op grond van artikel 1.1 van de Aanbestedingswet 2012 is een publiekrechtelijke instelling een instelling die: (I) specifiek ten doel heeft te voorzien in behoeften van algemeen belang, anders dan van industriële of commerciële aard, (II) rechtspersoonlijkheid bezit, en (III) waarvan de activiteiten in hoofdzaak door de overheid worden gefinancierd, het beheer is onderworpen aan overheidstoezicht, of de leden van het bestuur of toezichthoudend orgaan voor meer dan de helft door de overheid zijn aangewezen. Deze drie voorwaarden gelden cumulatief: bij het ontbreken van één voorwaarde is geen sprake van een publiekrechtelijke instelling en is er dus geen sprake van een aanbestedingsplicht.

De vraag of een algemeen ziekenhuis als publiekrechtelijke instelling kan worden aangemerkt is eerder aan de orde geweest in het Amphia-arrest (HR 1 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ9872). Daarin heeft de Hoge Raad overwogen dat bij de beoordeling of sprake is van een andere behoefte van algemeen belang dan van industriële of commerciële aard, moet worden gelet op alle relevante elementen, rechtens en feitelijk. Het bestaan van sterke concurrentie kan erop wijzen dat geen sprake is van een dergelijke behoefte, maar is op zichzelf niet voldoende om tot die conclusie te komen. Aan die conclusie kan bijdragen dat de betrokken instelling werkt op basis van criteria van rendement, doelmatigheid en rentabiliteit en dat zij zelf het economische risico van haar activiteiten draagt. In latere rechtspraak, over onder meer het Sint Antonius Ziekenhuis (Rb. Utrecht 9 februari 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BY5442) is steeds geoordeeld dat algemene ziekenhuizen niet als publiekrechtelijke instellingen kwalificeren, omdat niet is voldaan aan de derde cumulatieve voorwaarde.

OZG voldoet niet aan de eerste voorwaarde

In het onderhavige arrest staat vast dat OZG rechtspersoonlijkheid bezit (voorwaarde II) en dat UMCG de bestuursleden en leden van de raad van toezicht benoemt (voorwaarde III). Hoewel aan de tweede en derde voorwaarde is voldaan, zijn de voorwaarden cumulatief en moet het hof dus ook voorwaarde I beoordelen. De kernvraag is of OZG specifiek ten doel heeft te voorzien in behoeften van algemeen belang, anders dan van industriële of commerciële aard.

Het hof oordeelt dat de statutaire doelstelling van het OZG weliswaar wijst op het voldoen aan de behoefte van algemeen belang van het bieden van gezondheidszorg in Oost-Groningen, maar dat de wijze waarop daaraan uitvoering wordt gegeven niet afwijkt van die van alle andere algemene ziekenhuizen in Nederland. Die ziekenhuizen moeten voldoen aan de tucht van de markt en werken op basis van criteria van rendement, doelmatigheid en rentabiliteit. In het licht van de door de Hoge Raad in het Amphia-arrest betrokken uitspraken van het HvJ EU is dit een aanwijzing dat het OZG als algemeen ziekenhuis voorziet in een algemene behoefte, maar van commerciële aard. OZG en UMCG hebben ter zitting van het hof toegelicht dat het OZG haar eigen verliezen moet dragen en dat die op geen enkele wijze worden gedragen of afgedekt door UMCG. Het hof concludeert dan ook dat het OZG niet voldoet aan de eerste cumulatieve voorwaarde voor het zijn van een aanbestedingsplichtige publiekrechtelijke instelling.

Dochter van aanbestedende dienst is niet automatisch aanbestedende dienst

Chipsoft had verder betoogd dat OZG alleen al als aanbestedende dienst moet worden aangemerkt omdat het een dochteronderneming is van UMCG, dat zelf wel een aanbestedende dienst is. Het hof verwerpt dit betoog. Op grond van vaste jurisprudentie van het HvJ EU geldt dat een onderneming niet reeds als aanbestedende dienst kan worden beschouwd alleen omdat zij door een aanbestedende dienst is opgericht of omdat haar activiteiten worden gefinancierd met financiële middelen afkomstig uit door een aanbestedende dienst verrichte activiteiten. Alleen wanneer de aanbestedende dienst zonder de activiteiten van die dochteronderneming zijn eigen activiteit niet kan uitoefenen én de dochteronderneming zich bij het vervullen van behoeften van algemeen belang laat leiden door andere dan economische overwegingen, moet die dochteronderneming als publiekrechtelijke instelling worden aangemerkt. Het hof stelt vast dat van deze situatie bij OZG geen sprake is: UMCG kan zonder OZG haar eigen activiteiten uitoefenen en voor de gedachte dat OZG zou zijn opgericht als vehikel om onder de aanbestedingsplicht uit te komen, ontbreekt elke aanwijzing.

Betekenis voor de praktijk

Dit arrest bevestigt de bestendige lijn die sinds het Amphia-arrest in de rechtspraak is ingezet: algemene ziekenhuizen kwalificeren niet als publiekrechtelijke instelling en zijn dus niet aanbestedingsplichtig. Beslissend is dat algemene ziekenhuizen opereren onder normale marktomstandigheden, werken op basis van rendement, doelmatigheid en rentabiliteit en zelf het economische risico dragen. Daarnaast verduidelijkt het arrest dat het enkele feit dat een ziekenhuis een dochteronderneming is van een aanbestedende dienst niet maakt dat het zelf ook aanbestedende dienst is

Heeft u vragen over de aanbestedingsplicht van zorginstellingen of andere aanbestedingsrechtelijke vraagstukken? Neem dan gerust contact op.

Heeft u vragen?

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Geen aanbestedingsplicht voor algemene ziekenhuizen
Praktijkgebieden blogs
Auteurfilter blog