icon

Moeder kan kartelboete niet zonder meer verhalen op karteldeelnemende dochter

De Autoriteit Consument en Markt heeft meelfabrikant Meneba en haar voormalige moedervennootschap een boete van EUR 9 miljoen opgelegd wegens een inbreuk op het kartelverbod. De voormalige moeder – een investeringsmaatschappij – probeerde in de afgelopen jaren (een gedeelte van) de opgelegde boete te verhalen op haar voormalige dochter. Dat is haar niet gelukt. De mededingingsrechtelijke schending van de dochter leidt volgens de rechter niet één-op-één tot de door de moeder gestelde aansprakelijkheid. Maar de aanwezigheid van bijkomende omstandigheden kan daar wel verandering in brengen.

De Hoge Raad deed op 10 april 2026 uitspraak in de zaak (ECLI:NL:HR:2026:596). In zijn oordeel stelt de Hoge Raad voorop dat de verdeling van aansprakelijkheid binnen een ‘onderneming’ voor een boete wegens overtreding van het mededingingsrecht op grond van nationaal recht moet worden bepaald, met inachtneming van het recht van de Europese Unie. Deze vaststelling volgt uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (zie onder meer onderdelen 58 t/m 62 van Siemens/Commissie).

Onder het mededingingsrecht werd vastgesteld dat de moeder onderdeel was van de ‘onderneming’ waaraan de kartelboete is opgelegd. Van die situatie is sprake wanneer de moeder een beslissende invloed heeft gehad op haar dochter. In deze zaak stond de beslissende invloed vast. Het is goed om te weten dat in het geval een moeder enig aandeelhouder is van een dochter er een weerlegbaar vermoeden bestaat van het bestaan van deze beslissende invloed (zie onder meer onderdelen 59 t/m 61 van Akzo Nobel/Commissie e.a.).

Het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht gaat vervolgens over de vraag of een mededingingsrecht-schendende dochter aansprakelijk is jegens haar (voormalige) moeder. In dit geval was de vraag of de moeder de dochter op grond van de onrechtmatige daad van artikel 6:162 BW kon aanspreken voor (een gedeelte van) het bedrag van de boete. De Hoge Raad benadrukt dat het handelen van de dochter ten opzichte van haar moeder niet zonder meer onrechtmatig is. Ook niet indien de moeder geen wetenschap heeft gehad van de mededingingsrechtelijke inbreuk van de dochter (wat in de zaak het geval was).

Bijkomende omstandigheden noodzakelijk

Bijkomende omstandigheden kunnen er volgens de Hoge Raad evenwel toe leiden dat het handelen van de dochter in strijd met het kartelverbod naar Nederlands recht toch onrechtmatig is jegens haar moeder. Hier kan worden gedacht aan omstandigheden als een bewuste misleiding van de moeder of het opzettelijk onkundig houden van de moeder omtrent de mededingingsrechtelijke schending. Omstandigheden die in deze zaak door de moeder waren aangedragen, maar door de rechter als onvoldoende concreet zijn afgedaan.

De moeder van meelfabriek Meneba was een investeringsmaatschappij die – een indirect meerderheidsbelang in – Meneba had verworven middels een aandelenoverdracht. De moeder heeft in de procedure aangevoerd dat in het verkoopproces dat aan de overname voorafging (i) een due diligence-onderzoek is uitgevoerd waarin specifiek is gevraagd naar mededingingsrechtelijke overtredingen van de dochter en (ii) door Meneba uitdrukkelijk is bevestigd dat er geen overtredingen zijn of werden gepleegd, en dat (iii) deze bevestiging vervolgens jaarlijks door Meneba aan haar is afgegeven. Dit laatste gebeurde volgens de moeder met behulp van vragenlijsten die zij naar haar portfoliobedrijven stuurde.

Uit de uitspraak lijkt te volgen dat deze door de moeder aangevoerde omstandigheden onvoldoende concreet zijn geworden en niet van bewijs zijn voorzien. Althans, onvoldoende om vast te kunnen stellen dat die omstandigheden zich daadwerkelijk hebben voorgedaan. Was de moeder daarin wel geslaagd, dan had de conclusie zomaar kunnen zijn dat aansprakelijkheid van de dochter toch was komen vast te staan.

Belang voor de praktijk

De uitspraak onderstreept het belang van een gedegen overnameproces waarin specifiek en concreet aandacht wordt besteed aan mogelijke mededingingsrechtelijke schendingen van de over te nemen rechtspersoon. Absoluut noodzakelijk is dit niet, want in de transactiedocumentatie kan de koper ook op een andere manier voldoende worden beschermd. Bijvoorbeeld door bekende en onbekende omstandigheden voor rekening en risico van de verkoper of de over te nemen rechtspersoon te laten. Via contractuele bepalingen kan zo een verhaalsmechanisme worden ingericht waardoor de moeder, die wordt geconfronteerd met een kartelboete, deze boete (en daarmee samenhangende schade en kosten) op de verkoper of de over te nemen rechtspersoon kan verhalen. Het bestaan van bijkomende omstandigheden die tot aansprakelijkheid kunnen leiden, wordt dan in één klap een stuk minder relevant.

Heeft u vragen?

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Moeder kan kartelboete niet zonder meer verhalen op karteldeelnemende dochter
Praktijkgebieden blogs
Auteurfilter blog