Aanbesteding intrekken wegens te laag concurrentieniveau: mag dat?
Een aanbestedende dienst heeft soms de wens om een aanbestedingsprocedure in te trekken terwijl de inschrijvingen al zijn ingediend. Dat kan gevoelig liggen, want inschrijvers hebben immers tijd en geld geïnvesteerd in hun inschrijving en rekenen op een eerlijke kans op gunning. Toch kan een aanbestedende dienst goede redenen hebben om een procedure voortijdig te beëindigen. De Rechtbank Midden-Nederland heeft zich daar recent over uitgesproken in een kort geding over de aanbesteding van gladheidsbestrijding door de gemeente Lelystad (ECLI:NL:RBMNE:2025:6210).
Wat was er aan de hand?
De eisende partij verzorgt sinds 2015 de gladheidsbestrijding voor de gemeente Lelystad. Omdat de lopende overeenkomst in september 2026 afloopt, heeft de gemeente deze opdracht opnieuw Europees openbaar aanbesteed. Daarbij zijn twee procedures gestart: een aanbesteding voor de levering en het onderhoud van gladheidsbestrijdingsmaterieel en een aanbesteding voor de uitvoering van de gladheidsbestrijding. Dit kort geding had uitsluitend betrekking op die laatste procedure.
De zittende opdrachtnemer was de enige partij die daadwerkelijk een inschrijving indiende. Andere gegadigden stelden wel vragen in de inlichtingenfase, maar zagen uiteindelijk af van inschrijving. De gemeente startte met de beoordeling en sprak met de inschrijver over onder meer de prijs en het beschikbare budget. Die beoordeling werd echter niet afgerond, omdat de gemeente kort daarna besloot de aanbestedingsprocedure in te trekken. Volgens de gemeente was sprake van een gewijzigde behoefte.
De inschrijver legde zich hier niet bij neer en startte een kort geding. Zij stelde dat de werkelijke reden voor de intrekking was gelegen in het kostenaspect: haar inschrijving zou te duur zijn.
Wanneer mag een aanbesteding worden ingetrokken?
Als uitgangspunt geldt dat een aanbestedende dienst niet verplicht is een opdracht te gunnen. Zij is dus in beginsel bevoegd om van gunning af te zien en de aanbestedingsprocedure in te trekken. Daarbij moet wel rekening worden gehouden met de aanbestedingsrechtelijke beginselen, waaronder het gelijkheidsbeginsel. Een aanbesteding mag bijvoorbeeld niet worden ingetrokken omdat de winnende inschrijver de aanbestedende dienst niet aanstaat. Er moet sprake zijn van een gerechtvaardigde reden.
In de rechtspraak is aanvaard dat een aanbestedende dienst onder meer mag intrekken indien:
- sprake is van gewijzigde inzichten die aanpassing van de opdracht vereisen;
- geen behoefte meer bestaat aan de overheidsopdracht;
- slechts één geldige inschrijving is gedaan;
- de aanbestedingsprocedure gebreken vertoont; of
- alle inschrijvingen boven het beschikbare budget liggen.
Deze opsomming is niet limitatief. Ook andere gerechtvaardigde redenen kunnen intrekking rechtvaardigen, mits deze deugdelijk worden gemotiveerd. Intrekking is bovendien mogelijk tot het moment waarop definitief wordt gegund en de overeenkomst tot stand komt.
Inschrijving te duur?
De voorzieningenrechter volgt de inschrijver niet in haar betoog dat de aanbesteding in werkelijkheid is ingetrokken omdat haar inschrijving te duur zou zijn. De rechter oordeelde dat een aanbesteding ook om budgettaire redenen mag worden ingetrokken, ongeacht of dit aan de aanbestedende dienst is te wijten.
In dit geval was echter doorslaggevend dat sprake was van een te laag concurrentieniveau. De inschrijver was de enige partij die een inschrijving had ingediend, waardoor geen daadwerkelijke mededinging had plaatsgevonden. De gemeente was daardoor niet in staat de inschrijving te vergelijken met andere aanbiedingen op basis van objectieve criteria.
Juist die vergelijking is noodzakelijk om te kunnen spreken van concurrentie en om te waarborgen dat de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding wordt verkregen. Dat andere marktpartijen in de inlichtingenfase vragen hadden gesteld of dat de inschrijver subjectief concurrentiedruk heeft ervaren, maakt dat niet anders. Nu daadwerkelijke mededinging ontbrak, mocht de gemeente de aanbesteding intrekken. De intrekking was niet onrechtmatig en de vorderingen van de inschrijver werden afgewezen.
Conclusie
Deze uitspraak bevestigt dat het ontbreken van daadwerkelijke mededinging – bijvoorbeeld omdat slechts één geldige inschrijving is ingediend – een toelaatbare grond kan zijn voor het intrekken van een aanbestedingsprocedure. Voor aanbestedende diensten onderstreept dit het belang van een zorgvuldige en goed gemotiveerde intrekkingsbeslissing. Inschrijvers dienen zich er bovendien van bewust te zijn dat deelname aan een aanbesteding, zelfs als enige inschrijver, geen recht op gunning oplevert.