icon

Wetsvoorstel rechtsbescherming aanbesteden: wetenschapstoets kritisch

Op 13 mei 2026 wordt de wetenschapstoets over het wetsvoorstel ‘Wijziging van de Aanbestedingswet 2012 in verband met de versterking van de rechtsbescherming bij aanbesteden‘ aan de Tweede Kamer gepresenteerd. Het oordeel van de toetsende wetenschappers — prof. mr. Chris Jansen (VU Amsterdam) en prof. dr. ir. Fredo Schotanus (Universiteit Utrecht) — is kritisch: het wetsvoorstel draagt naar hun mening niet bij aan een daadwerkelijke verbetering van de rechtsbescherming bij overheidsaanbestedingen. Een conclusie die voor ondernemers die inschrijven op aanbestedingen niet hoopgevend is.

Waarom is dit voor inschrijvers op aanbestedingen relevant?

Over de rechtsbescherming bij aanbestedingen schrijven wij al langer. In 2017 bespraken wij in onze blog ‘Rutte-III: aanbesteden moet toegankelijker voor mkb‘ het voornemen van het kabinet om aanbestedingen toegankelijker te maken voor het MKB — en de grote vraagtekens bij de uitvoerbaarheid daarvan. Vervolgens schreven wij in 2019 ‘Rechtsbescherming van inschrijvers bij aanbestedingen‘ over de beperkte mogelijkheden die inschrijvers hebben als zij menen onterecht een aanbesteding te hebben verloren. In de blog ‘Aanbesteding: wijzigingen per 1 januari 2022’ schreven wij over de wijzigingen die werden aangebracht in de Gids Proportionaliteit om de rechtsbescherming van ondernemers die inschrijven op opdrachten onder de Europese drempelwaarde te verbeteren. Tot slot bespraken wij in ‘Wetsvoorstel Rechtsbescherming bij aanbesteden in consultatie‘ de internetconsultatie van de voorgenomen wijziging van de Aanbestedingswet 2012 die ook in dit blog aan de orde komt.

Nu het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer is ingediend, heeft de wetenschapstoets de onderbouwing ervan grondig tegen het licht gehouden.

Welke maatregelen bevat het wetsvoorstel rechtsbescherming aanbesteden?

Het wetsvoorstel richt zich op vier concrete maatregelen:

  1. het verplicht stellen van klachtenloketten bij alle aanbestedende diensten,
  2. het stellen van termijnen bij klachtafhandeling met opschortende werking,
  3. het verstevigen van de rol van de Commissie van Aanbestedingsexperts,  
  4. het aanscherpen van de motiveringsplicht bij gunningsbeslissingen.

Het achterliggende doel is om ondernemers betere en meer laagdrempelige mogelijkheden te geven om problemen in aanbestedingsprocedures aan te kaarten. Uit eerder onderzoek in opdracht van het ministerie van Economische Zaken (KWINK groep, 2019) bleek immers dat veel inschrijvers de rechtsbescherming als onvoldoende ervaren: klachtenprocedures komen te laat, adviezen worden genegeerd en er heerst een gevoel van ongelijkheid ten opzichte van de aanbestedende dienst.

Wetenschapstoets: gaat het voorstel niet over rechtsbescherming?

Het kernbezwaar van de wetenschappers is fundamenteel. Het wetsvoorstel gaat volgens hen in de kern niet over rechtsbescherming, maar over klachtafhandeling. Echte rechtsbescherming veronderstelt dat een ondernemer zich kan wenden tot een onafhankelijke instantie die een beweerde wetsinbreuk kan beoordelen én zo nodig kan sanctioneren — en dat is precies wat de voorgestelde klachtenloketten en de Commissie van Aanbestedingsexperts niet kunnen. Zij kunnen slechts een niet-bindend ‘oordeel’ geven, zonder dat de ondernemer een juridische remedie krijgt als de klacht gegrond is.

Daarmee verandert het wetsvoorstel, ondanks de naam, niets aan het bestaande stelsel waarin de ondernemer voor echte rechtsbescherming uitsluitend op de voorzieningenrechter in kort geding is aangewezen — precies het probleem dat ondernemers als te beperkt ervaren.

Kritiek op de verplichte klachtenloketten

De verplichting tot het inrichten van klachtenloketten is een van de pijlers van het voorstel. De wetenschappers plaatsen hier stevige kanttekeningen bij. Uit recent onderzoek blijkt dat 72 tot 85% van de aanbestedende diensten al over een klachtenloket beschikt — aanzienlijk meer dan de 50% die de Memorie van Toelichting noemt. De wettelijke verplichting voegt voor de praktijk dus beperkt iets toe.

Belangrijker nog: het fundamentele probleem van de onafhankelijkheid en deskundigheid van decentrale klachtenloketten wordt niet opgelost. Met potentieel honderden tot maximaal 2.400 decentrale klachtenloketten lijkt het volgens de wetenschappers zeer moeilijk en inefficiënt om de benodigde expertise bij ieder afzonderlijk loket op te bouwen. Alternatieve modellen — zoals een centrale, gespecialiseerde voorziening — zijn in het wetsvoorstel niet opgenomen.

Commissie van Aanbestedingsexperts: ambitieuze termijn, beperkte capaciteit

De versterking van de Commissie van Aanbestedingsexperts wordt door de wetenschappers als zinvol bestempeld, maar de uitvoerbaarheid roept serieuze vragen op. De Commissie van Aanbestedingsexperts nam in 2025 slechts 37 klachten in behandeling. In 2025 werden 25 klachten afgehandeld, met een wachttijd van meer dan een jaar.

De voorgestelde termijn van veertien dagen voor de afhandeling van ontwerpklachten is bijzonder kort — de Commissie van Aanbestedingsexperts zelf acht tachtig dagen redelijk. Tachtig dagen is in veel lopende aanbestedingen een termijn die, gezien de doorlooptijd, dan weer onrealistisch lang lijkt.

Als de Commissie van Aanbestedingsexperts de termijn van veertien dagen niet haalt, kan met het wetsvoorstel de aanbesteding worden hervat zonder dat de klacht is behandeld. Het risico bestaat dat dit leidt tot klachtafhandeling die slechts op papier bestaat.

Ongewenste neveneffecten van opschortende werking

Een ander aandachtspunt betreft de cumulatieve opschortende werking van klachtafhandeling op zowel decentraal als centraal niveau. De Raad van State berekende dat een aanbestedingsprocedure met minimaal 27 dagen kan worden verlengd wanneer een ondernemer zowel bij het klachtenloket als bij de Commissie van Aanbestedingsexperts een klacht indient. Uit ervaringen in andere EU-lidstaten volgen aanwijzingen dat langere doorlooptijden tot risicomijdend inkoopgedrag leiden, zoals vaker aanbesteden op basis van de laagste prijs. Dat zou juist voor bedrijven die zich onderscheiden op kwaliteit nadelig uitpakken.

Motivering gunningsbeslissing: geen verbetering

Het wetsvoorstel wijzigt ook de regeling van de motivering van de gunningsbeslissing. De wetenschappers achten deze wijziging echter geen verbetering: het huidige artikel 2.130 lid 2 Aanbestedingswet bevat al een correcte tekst, maar wordt in de praktijk niet altijd juist toegepast.

Dat komt volgens de wetenschappers mede door de minder duidelijke toelichting op de voorganger van deze bepaling – artikel 6 Wira – die voorzieningenrechters nog wel eens tot het oordeel brengt dat een aanbestedende dienst kan volstaan met de bekendmaking van de door de inschrijvers behaalde (punten)scores. Dat leidt tot een verkeerde toepassing van artikel 2.130 Aanbestedingswet. De wetenschappers verwijzen naar een concrete uitspraak voor een voorbeeld van de onjuiste toepassing (rov. 5.31). De voorgestelde aanpassing van artikel 2.130 lid 2 Aanbestedingswet lost dit probleem niet op. Beter is volgens de wetenschappers om met een toelichtende tekst te verduidelijken dat voor transparantie over de “relatieve voordelen van de uitgekozen inschrijving” méér nodig is dan een enkele verwijzing naar de scores van de inschrijvingen.

Grossmann-verweer: gemiste kans

Een opvallende gemist kans in het wetsvoorstel is dat het de juridische kaders rondom het zogeheten ‘Grossmann-verweer‘ niet uniformeert. Dit verweer — waarbij een aanbestedende dienst stelt dat een ondernemer te laat heeft geklaagd en daarmee zijn rechten heeft verwerkt — wordt door rechters verschillend toegepast. Wij schreven over de wisselende toepassing van dit verweer eerder al een blog. Die rechtsonzekerheid treft met name MKB-bedrijven, die minder juridische capaciteit hebben om in ieder stadium van de aanbestedingsprocedure actief bezwaar te maken.

Advies Raad van State: niet indienen tenzij aangepast

Het kritische oordeel van de wetenschappers staat niet op zichzelf. De Afdeling advisering van de Raad van State adviseerde eerder het wetsvoorstel niet bij de Tweede Kamer in te dienen, tenzij het wordt aangepast. De Raad twijfelt aan de effectiviteit van het voorstel, vraagt zich af of de gedetailleerde klachtenprocedures niet juist tot méér juridische strijd leiden, en acht de evenredigheid van de verlengde doorlooptijden onvoldoende gemotiveerd.

Gevolgen voor inschrijvers op overheidsopdrachten

Voor ondernemers die inschrijven op overheidsopdrachten brengt dit wetsvoorstel in de huidige vorm dus waarschijnlijk niet de verbetering die het belooft. De bestaande knelpunten — beperkte toegang tot een onafhankelijke rechter, gebrek aan bindende remedies buiten het kort geding, en rechtsonzekerheid rond het Grossmann-verweer — blijven onverminderd bestaan.

De wetenschappers adviseren de wetgever om een onderzoekstraject te starten dat systematisch kennis opbouwt over de werking van het aanbestedingsstelsel, en op basis daarvan toe te werken naar een wetsvoorstel dat de rechtsbescherming fundamenteel versterkt. De verruiming van de capaciteit van de Commissie van Aanbestedingsexperts — die ook zonder wetswijziging mogelijk is — wordt als het meest concrete, direct haalbare verbeterpunt aangemerkt.

Het is nu aan de Tweede Kamer om te bepalen of het voorstel in deze vorm aanvaardbaar is — of dat een fundamentelere herbezinning nodig is. Wij volgen de parlementaire behandeling van dit wetsvoorstel op de voet en houden u op de hoogte van verdere ontwikkelingen.

Heeft u vragen?

Heeft u vragen naar aanleiding van deze blog of heeft u een andere aanbestedingsrechtelijke vraag? Onze gespecialiseerde advocaten adviseren en procederen over de meest uiteenlopende aspecten en vraagstukken op het gebied van Europees en nationaal aanbestedingsrecht. Neem gerust contact met ons op.

Heeft u vragen?

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Wetsvoorstel rechtsbescherming aanbesteden: wetenschapstoets kritisch
Praktijkgebieden blogs
Auteurfilter blog