RvdJ: klacht Coley Parry tegen De Gelderlander gegrond
Wie het nieuws rond voetbalclub Vitesse heeft gevolgd, kent wellicht ook de berichtgeving over de potentiële overname van Vitesse door investeerder Coley Parry en zijn bedrijf Common Sport GP. De Gelderlander schreef een reeks artikelen over vermeend wanbeleid en schimmige praktijken rond Parry en de club. Parry stapte naar de Raad voor de Journalistiek, die zijn klacht op 6 februari 2026 gegrond verklaarde. Hieronder licht ik de conclusie van de Raad kort toe.
De klacht tegen De Gelderlander
In 2025 publiceerde De Gelderlander ruim 20 artikelen over de (financiële) situatie bij Vitesse. In die publicaties werd Parry onder meer neergezet als iemand die achter de schermen de touwtjes in handen had bij Vitesse. Ook zou Parry zich schuldig maken aan “schimmige praktijken”, een “persona non grata” zijn in het Nederlandse voetbal en op een “zwarte lijst” staan.
Volgens Parry en Common Sport waren deze kwalificaties onjuist, onvoldoende onderbouwd en schadelijk voor hun reputatie. Zij stelden dat de krant zich met name baseerde op anonieme bronnen en vermoedens, zonder informatie voldoende te verifiëren en zonder hen een goede mogelijkheid tot wederhoor te bieden.
De Raad en de Leidraad
De Raad voor de Journalistiek is een onafhankelijke instantie die klachten over media-uitingen beoordeelt. Belanghebbenden kunnen een klacht indienen bij de Raad, bijvoorbeeld naar aanleiding van een schadelijk krantartikel. De Raad toetst dan of journalisten correct hebben gehandeld, waarbij hij zich baseert op regels uit de Leidraad voor de Journalistiek.
In die Leidraad staat wat onder goede en zorgvuldige journalistiek valt. Journalisten moeten waarheidsgetrouw, controleerbaar en zo volledig mogelijk berichten, en voorkomen dat hun berichtgeving eenzijdig is. Daarnaast moeten zij het belang van publicatie afwegen tegen de belangen die door die publicatie kunnen worden geschaad en, waar nodig, wederhoor toepassen.
Terug naar de conclusie: inzicht in anonieme bronnen
De Raad erkent dat berichtgeving over financieel wanbeleid bij een voetbalclub maatschappelijk relevant is. De pers heeft immers een belangrijke taak om mogelijke misstanden aan de kaak te stellen. In dit geval oordeelde de Raad echter dat de krant onvoldoende inzichtelijk had gemaakt waarop de beschuldigingen waren gebaseerd. Hoewel het toegestaan is om anonieme bronnen te gebruiken, moet voor de lezer duidelijk zijn dat de informatie zorgvuldig is onderzocht en gecontroleerd. De krant had niet toegelicht hoeveel bronnen waren geraadpleegd, waarom anonimiteit noodzakelijk was en hoe de informatie was geverifieerd.
Parafraseren mag, verdraaien niet
Verder vond de Raad dat kwalificaties als “persona non grata”, “zwarte lijst” en het suggereren van onoorbare praktijken deels als vaststaande feiten werden gepresenteerd, terwijl daarvoor onvoldoende feitelijke basis bestond. De aangehaalde KNVB-berichten en rechterlijke uitspraken boden volgens de Raad geen steun voor zulke stellige formuleringen. Zo waren termen als “persona non grata” of “zwarte lijst” nooit door de KNVB gebruikt. Journalisten mogen parafraseren, maar zij mogen daarbij geen zwaardere of andere lading aan de feiten geven dan uit de bron volgt.
Onvoldoende wederhoor
Tot slot oordeelde de Raad dat de krant niet voldoende wederhoor heeft toegepast bij de beschuldigingen aan het adres van Parry. Het opnemen van enkele algemene ontkenningen van betrokkenheid bij Vitesse was volgens de Raad onvoldoende, gezien de omvang en herhaling van de beschuldigingen. De Gelderlander had Parry concreter de gelegenheid moeten geven om op de verwijten te reageren.
En nu?
De Raad heeft De Gelderlander aanbevolen om zijn conclusie in zijn geheel of als samenvatting te publiceren. Daarmee wordt niet alleen verantwoording afgelegd aan Parry en zijn bedrijf, maar ook aan de lezer, die mag verwachten dat journalistiek waarheidsgetrouw, controleerbaar en eerlijk blijft.
Vragen over reputatieschade door publicaties of procedures bij de Raad voor de Journalistiek?