Contractuele vervaltermijnen UAV-GC: gebrek of ernstig gebrek?
Op 20 maart 2026 verscheen op rechtspraak.nl de eerste publicatie waarin de UAV-GC 2025 wordt aangehaald: een conclusie van de Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad (ECLI:NL:PHR:2026:272) over de kwalificatie ‘ernstige gebreken’. Hoewel de zaak zelf wordt beheerst door de UAV-GC 2005, plaatst de A-G de problematiek mede in het perspectief van de UAV-GC 2025. Dat biedt een mooie aanleiding om stil te staan bij een kernonderscheid in het bouwcontractenrecht: wanneer is een gebrek in het werk een ‘gewoon’ gebrek, en wanneer kwalificeert het als een ernstig gebrek? Dat onderscheid heeft namelijk ingrijpende gevolgen voor de termijn waarbinnen een opdrachtgever zijn aannemer nog in rechte kan aanspreken.
Relevantie
De UAV-GC (de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor Geïntegreerde Contractvormen) is de standaardset algemene voorwaarden die wordt gebruikt bij ‘design & build’-contracten. Deze voorwaarden zijn in 2025 vernieuwd. Bij een geïntegreerd contract is de opdrachtnemer verantwoordelijk voor zowel het ontwerp als de uitvoering van het (bouw)werk. Dat maakt de contractuele aansprakelijkheidsverdeling na oplevering extra interessant: wie draagt het risico voor gebreken die pas na jaren optreden?
Bollenplaatvloer: een ernstig gebrek onder de UAV-GC?
De zaak bij het Parket bij de Hoge Raad draait om een geschil tussen een Waterschap en aannemer ADS. In 2007 heeft ADS in opdracht van het Waterschap het hoofdkantoor in Doetinchem gerealiseerd. Voor dit project zijn bollenplaatvloeren gebruikt: een type breedplaatvloer waarbij kunststof bollen het beton deels vervangen om gewicht te besparen. Na de instorting in 2017 van een parkeergarage in Eindhoven, waar ook bollenplaatvloeren waren gebruikt, liet het Waterschap onderzoek uitvoeren naar de constructieve veiligheid van zijn eigen vloeren. Dat leidde ertoe dat begin 2018 tientallen werkplekken werden ontruimd en vloerdelen werden onderstempeld.
Inmiddels was er al fors wat tijd verstreken sinds de oplevering. En daar begint de kern van het juridische probleem: de UAV-GC kent vervaltermijnen van vijf respectievelijk tien jaar na oplevering (of na het verstrijken van de onderhoudstermijn). Alleen bij een ernstig gebrek staat de langere termijn van tien jaar open. De vordering van het Waterschap was ingesteld ná vijf jaar maar vóór tien jaar, waardoor het Waterschap moest aantonen dat sprake was van een ernstig gebrek.
Wanneer is iets een gebrek?
Onder de UAV-GC is een gebrek aan de orde als het werk niet voldoet aan de uit de overeenkomst voortvloeiende eisen (§ 4 lid 1 UAV-GC). In deze zaak betekende dat: voldoen de bollenplaatvloeren aan de contractueel voorgeschreven constructieve veiligheidsnormen (TGB 1990/NEN 6700-serie)? De rechtbank oordeelde op 15 maart 2023 in eerste aanleg dat het Waterschap aannemelijk had gemaakt dat dit niet het geval was.
Wanneer is een gebrek ernstig?
Een ernstig gebrek wordt gedefinieerd aan de hand van twee cumulatieve elementen.
Ten eerste moet het werk aan een van twee inhoudelijke criteria voldoen:
- het instortingscriterium: het werk dreigt geheel of gedeeltelijk in te storten, of;
- het bestemmingscriterium: het werk is ongeschikt geraakt of dreigt ongeschikt te raken voor de bestemming waarvoor het volgens de overeenkomst bedoeld is.
Ten tweede geldt als bijkomende voorwaarde dat het gebrek slechts kan worden verholpen of voorkomen door het treffen van buitengewone en zeer kostbare voorzieningen.
Het Waterschap slaagde er niet in om aan te tonen dat aan deze criteria was voldaan. Het hof woog in haar oordeel op 14 januari 2025 zwaar dat in de praktijk (afgezien van de ingestorte parkeergarage in Eindhoven) geen gebouwen met vergelijkbare vloeren waren gevonden waar grote (constructieve) problemen optraden. Bovendien functioneerde het gebouw al jarenlang (zij het met beperkingen) als kantoorpand. Een opvallend punt is dat getroffen maatregelen (onderstempeling, ontruiming werkplekken) meetellen bij de beoordeling. Als na getroffen maatregelen geen instortingsgevaar of bestemmingsongeschiktheid meer bestaat, wordt niet voldaan aan het criterium voor een ernstig gebrek. De A-G onderschrijft benadering.
Het gevolg: de vordering van het Waterschap viel buiten de vijfjaarstermijn en werd niet-ontvankelijk verklaard.
Wat verandert er onder de UAV-GC 2025?
Kortgezegd: weinig. Hoewel de opbouw van de aansprakelijkheidsbepaling is veranderd, zijn de inhoudelijke criteria voor een ernstig gebrek niet gewijzigd.
Wel is de kwalificatie van de termijnen aangepast. De toelichting op de UAV-GC 2005 sprak onterecht van ‘verjaringstermijnen’: de A-G wijst er nadrukkelijk op dat het gaat om vervaltermijnen die bij inroeping leiden tot contractuele niet-ontvankelijkheid. Dit is een wezenlijk verschil: een verjaringstermijn kan worden gestuit (art. 3:317 BW), een vervaltermijn niet. De UAV-GC 2025 spreekt in § 28b lid 1 eveneens van ‘niet-ontvankelijkheid’, waarmee de kwalificatie als vervaltermijn verduidelijkt is.
Op grond van art. 7:761 BW is de verjaringstermijn voor aanneming van bouwwerken twintig jaar na oplevering. De termijnen in de UAV-GC zijn dus aanzienlijk korter. In de toelichting op de UAV-GC 2025 wordt uitgelegd dat een verjaringstermijn van twintig jaar niet aansluit bij de huidige praktijk in Nederland. Belangrijk is dat de opdrachtgever nog wel rekening houdt met de wettelijke protestplicht: hij moet binnen twee jaar na protest daadwerkelijk een rechtsvordering instellen (art. 7:761 lid 1 BW).
Belangrijke aandachtspunten voor opdrachtgevers (en aannemers)
1. Constateer je een gebrek? Het onderscheid tussen gebrek en ernstig gebrek bepaalt de vervaltermijn
Voor opdrachtgevers die menen dat sprake is van een ernstig gebrek en de tienjaars termijn willen benutten, is het raadzaam om vroegtijdig bewijsmateriaal te verzamelen waaruit blijkt dat het gebrek ook daadwerkelijk kwalificeert als ernstig. Een rekenkundig aangetoond risico of theoretisch instortingsgevaar is niet voldoende. Het moet gaan om concrete feiten waaruit blijkt dat instorting dreigt of dat het werk feitelijk ongeschikt is of dreigt te worden voor zijn bestemming.
2. Getroffen maatregelen wegen mee
Zowel het hof als de A-G bevestigen dat de situatie na genomen maatregelen relevant is. Als maatregelen zoals onderstempeling of gebruiksbeperkingen het gevaar hebben weggenomen, wordt dat meegenomen bij de beoordeling of nog sprake is van een ernstig gebrek. Dit betekent paradoxaal genoeg dat een opdrachtgever die adequaat handelt door veiligheidsmaatregelen te treffen, daarmee zijn eigen positie om een ernstig gebrek te bewijzen kan bemoeilijken.
3. Hou de termijnen goed in de gaten als gebrek aan het licht komt
Onder zowel de UAV-GC 2005 als de UAV-GC 2025 zijn de termijnen contractuele vervaltermijnen die niet kunnen worden gestuit. Wie meent dat sprake is van een ernstig gebrek en de tienjaars-termijn wil benutten, doet er verstandig aan om vroegtijdig bewijsmateriaal te verzamelen. Zo wordt het makkelijker aan te tonen dat het gebrek ook feitelijk (en niet slechts rekenkundig) kwalificeert als ernstig. Wie een gebrek constateert, moet tijdig (binnen bekwame tijd na ontdekking) procederen met inachtneming van de wettelijke vervaltermijn van twee jaar.
Vraag je je af of je nog een aanspraak hebt wegens gebreken in het werk? Neem tijdig contact op voor advies over jouw situatie.
Wij volgen de ontwikkelingen rondom de UAV-GC 2025 op de voet. Houd onze website in de gaten voor meer updates.