Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • Wieringa@wieringa.nl
 
Huurrecht

Wet maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde huurovereenkomsten

Onlangs heeft de Eerste Kamer het Wetsvoorstel Maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde huurovereenkomsten aangenomen. Met ingang van 1 mei 2021 is deze wet in werking getreden. Door deze wet wordt onder meer de huurprijsverhoging in de vrije sector voor de drie jaar vanaf de inwerkingtreding gemaximeerd op de inflatie plus 1 procent. Voor 2021 zal dit betekenen dat de maximaal toegestane huurprijsverhoging 2,4% is. Een huurwoning behoort tot de vrije sector als deze een aanvangshuur heeft boven de liberalisatiegrens (2021: € 752,33). In de sociale-huursector was al een maximale huurprijsverhoging geregeld. Tot voor kort was dit niet mogelijk in de vrije huursector, daar gold het uitgangspunt dat de huurder en verhuurder de vrijheid hebben om gezamenlijk af te spreken met hoeveel procent de huurprijs elk jaar verhoogd mag worden. Door deze wet komt daar dus verandering in.

Huurcommissie

Door deze wijziging wordt het voor huurders in de vrije sector ook mogelijk om een geschil over de huurprijsverhoging voor te leggen aan de huurcommissie. Eerst was dat alleen mogelijk voor sociale huurders. De huurcommissie is over het algemeen goedkoper dan de ‘gewone rechter’ en kan daarom interessant zijn voor huurders.

Bestaande contracten

In veel huurovereenkomsten (in de vrije sector) is een beding opgenomen met betrekking tot de jaarlijkse huurprijsverhoging. Volgens het nieuwe artikel 7:248 lid 3 BW is dit beding nietig voor zover dit leidt tot een verhoging met een hoger percentage dan is bepaald in artikel 10 lid 3 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.

In het oorspronkelijke voorstel van wet was in overgangsrecht voorzien voor bestaande huurovereenkomsten. Indien de bestaande huurovereenkomst een verhogingsbeding bevat, dan zou de verhuurder gedurende een periode van twee jaar de huurprijs één keer de huurprijs kunnen verhogen conform dit overeengekomen beding (ook als dit met een hoger percentage is dan is bepaald in artikel 10 lid 3 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte). Dit is niet in de uiteindelijke wet opgenomen. In artikel 208ea lid 1 Overgangsrecht nieuw Burgerlijk Wetboek is opgenomen dat de wet van toepassing is op bestaande huurovereenkomsten (dus zonder overgangsrecht).

Renovatie

Als de verhuurder de woning heeft verbeterd, dan mag de huurprijsverhoging wel hoger zijn dan het gemaximeerde percentage. De huurprijsverhogingen door woningverbetering staan los van de jaarlijkse huurprijsverhoging. Artikel 7:255a BW blijft van toepassing. Hier kunnen ook verduurzamingswerkzaamheden onder vallen. De gedachte hierachter is dat die verbeteringen in het belang van zowel de verhuurder als de huurder zijn.

Conclusie

Verhuurders in de vrije sector kunnen dus nog maar een beperkte huurprijsverhoging doorvoeren (inflatie + 1 procent), zelfs als ze al in een bestaande huurovereenkomst een hogere huurprijsverhoging zijn overeengekomen. Of deze wet het gewenste effect zal hebben moet afgewacht worden. Gevreesd wordt dat verhuurders een hogere aanvangshuur zullen vragen, of vaker zullen werken met tijdelijke contracten.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Blogs over huurrecht

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten