Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • Wieringa@wieringa.nl
 
Bestuursrecht

Verenigbaarheid personenfuik artikel 6:13 Awb en het verdrag van Aarhus

Op bepaalde besluiten is de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure van toepassing (afdeling 3.4 Awb). Dit betekent onder meer dat zienswijzen kunnen worden ingediend tegen het ontwerpbesluit, daarna kan het bevoegd gezag pas een definitief besluit nemen. Uit artikel 6:13 Awb volgt dat het indienen van deze zienswijze verplicht is om later beroep in te stellen bij de rechtbank. Zonder zienswijze verklaart de rechter het beroep niet-ontvankelijk. Dit is de zogenaamde personenfuik.

Verenigbaarheid Verdrag van Aarhus

De Rechtbank Limburg heeft prejudiciële vragen gesteld over de verenigbaarheid van deze personenfuik met het verdrag van Aarhus. Het Verdrag van Aarhus bevat regels over de toegang tot informatie, inspraak in de besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden. De hoogste bestuursrechter had zich al eerder op het standpunt gesteld (zonder prejudiciële vragen te stellen) dat op dit punt geen strijd met het verdrag van Aarhus bestaat. De vragen van de Rechtbank Limburg bleken echter terecht. Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) heeft bepaald dat deze praktijk niet in lijn is met het verdrag van Aarhus (HvJ EU 14-01-2021).

Volgens het HvJ EU verzekert artikel 9 lid 2 van het verdrag van Aarhus een ruime toegang tot de rechter. Daarbij past niet de voorwaarde dat ontvankelijkheid van de belanghebbende afhangt van de rol die deze belanghebbende speelde in de inspraakfase zoals in artikel 6:13 Awb is bepaald.

Toepassingsbereik verdrag van Aarhus

Belangrijk is dus dat het aan te vechten besluit onder de werkingssfeer van het verdrag van Aarhus moet vallen. Bij deze beoordeling is artikel 6 bij het verdrag van Aarhus relevant. Hierin is bepaald dat het verdrag van Aarhus van toepassing is op besluiten met betrekking tot activiteiten genoemd in bijlage I bij het verdrag (bijv. aardolie- en gasraffinaderijen, intensieve varkenshouderij met meer dan 750 plaatsen voor zeugen of de aanleg van bovengrondse hoogspanningsleidingen van 220 kV of meer en langer dan 15 km)en op besluiten die niet op de lijst worden genoemd, maar die een aanzienlijk effect op het milieu kunnen hebben (vangnet-categorie). Voor deze laatste categorie is wel vereist dat dat de nationale wetgever vaststelt wat er onder deze categorie valt. De Nederlandse wetgever heeft dit echter niet gedaan. Het arrest van het HvJ EU is daarom strikt genomen alleen van toepassing op besluiten opgesomd in bijlage I bij het verdrag. In de zaak voor het HvJ EU ging het om een omgevingsvergunning voor een varkensstal. (artikel 2.1 eerste lid onder a en e Wabo: activiteit bouwen en milieu).

De Nederlandse wetgever is nu aan zet om de wetgeving te veranderen. In de tussentijd zullen bestuursrechters alvast het arrest van het HvJ EU moeten toepassen. Recent heeft de Rechtbank Gelderland dit al gedaan.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Blogs over omgevingsrecht

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten