Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Bestuursrecht

Nijmeegse Huisvestingsverordening deels onverbindend verklaard

Nijmeegse Huisvestingsverordening deels onverbindend verklaard

Bij uitspraak van 24 januari 2020 (gepubliceerd op 27 januari 2020) heeft rechtbank Gelderland de Huisvestingsverordening Nijmegen 2019 gedeeltelijk onverbindend verklaard (ECLI:NL:RBGEL:2020:398). Het ging in deze zaak om vergunningen voor het omzetten van zelfstandige woningen naar onzelfstandige woningen (oftewel kamerverhuur).

In Nijmegen is voor het omzetten van zelfstandige woningen naar onzelfstandige woningen – net als in veel plaatsen in Nederland – een vergunning nodig. Dat gemeentes hiervoor een vergunningplicht mogen opnemen in hun verordeningen volgt uit artikel 21 van de Huisvestingswet, in het bijzonder uit sub c. Uit artikel 2 van deze wet volgt dat de gemeenteraad van zijn bevoegdheden op grond van deze wet – waaronder dus het creëren van een vergunningplicht voor omzetting van woningen – slechts gebruik mag indien dat noodzakelijk en geschikt is voor het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte. Een gemeente moet dan ook goed onderbouwen óf er sprake is van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte en of het middel om dat te bestrijden noodzakelijk en geschikt is.

In artikel 12 van de Nijmeegse Huisvestingsverordening is bepaald dat alle woonruimte vergunningplichtig is. Als reeds benoemd, mag de gemeenteraad op grond van de Huisvestingswet dit dus alleen doen als dat noodzakelijk en geschikt is voor het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte.

Deze zaak draaide om een weigering van een aanvraag om een vergunning voor omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte voor ‘verkamering’. Tegen de weigering is uiteindelijk beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechter oordeelt als volgt. De toelichting op de Nijmeegse Huisvestingsverordening vermeldt niets over schaarste aan woonruimte en ook niets over onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van zo’n schaarste. Dat betekent dat de gemeenteraad bij het vaststellen van de Huisvestingsverordening niet heeft aangetoond dat in Nijmegen sprake is van schaarste aan woonruimte, en al helemaal niet dat een vergunningenstelsel noodzakelijk is om onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van zo’n schaarste te beperken. Daar voegt de rechter aan toe dat dit te meer klemt bij het introduceren en in stand houden van een vergunningplicht voor het ‘verkameren’ van zelfstandige woningen, omdat zo’n plicht moet worden aangemerkt als een inbreuk op eigendomsrecht dat wordt beschermd door artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. Uit dat artikel en de daarover gewezen jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens kan worden afgeleid dat de overheid weliswaar het recht heeft om het gebruik van eigendom te reguleren, maar slechts indien en voor zover dit noodzakelijk en proportioneel is. De rechter refereert tot slot nog aan de conclusie van staatsraad advocaat-generaal Widdershoven van 22 december 2017, waarin is geschreven dat algemeen verbindende voorschriften – zoals bijvoorbeeld bepalingen in de gemeentelijke verordeningen – onverbindend kunnen worden verklaard wegens strijdigheid met formele beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het zorgvuldigheids- en het motiveringsbeginsel (hierover schreven wij ook een blog). Juist deze beginselen zijn in dit geval geschonden, aldus de rechter. Kortom, artikel 12 van de Nijmeegse Huisvestingsverordening is onverbindend: het college van burgemeester en wethouders moet terug naar de tekentafel.

Zoals al kort naar voren gebracht hebben verschillende gemeenten in Nederland een vergelijkbaar vergunningenstelsel voor o.a. kamerverhuur, waaronder Amsterdam. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in 2018 geoordeeld dat het stelsel van Amsterdam aan de voorwaarden van artikel 2 in samenhang met artikel 21 van de Huisvestingswet voldoet (ECLI:NL:RVS:2018:2833). Toch is gemeente Amsterdam recentelijk nog op de vingers getikt m.b.t. haar Huisvestingsverordening, waarvan een (ander) deel onverbindend is verklaard, ook hierover schreven wij een blog.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Anna’s recente berichten

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten