Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Bestuurdersaansprakelijkheid

Bestuurdersaansprakelijkheid bij een negatief eigen vermogen?

Indien een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, is uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is, naast aansprakelijkheid van die vennootschap ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap.

Een bestuurder kan met succes aansprakelijk worden gesteld als hij namens de vennootschap verplichtingen is aangegaan, terwijl hij wist of redelijkerwijze moest begrijpen dat de vennootschap niet of niet binnen een redelijke termijn aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou kunnen bieden voor de schade die deze derde op grond daarvan zou lijden. In andere woorden, lichtvaardig contracteren is onrechtmatig en kan leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid (zie Hoge Raad 6 oktober 1989, Beklamel).

Een recent arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden gaat over de vraag wanneer een bestuurder, als hij namens de vennootschap met een derde contracteert, geacht wordt te weten dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst kan voldoen.

Feiten

Een bouwbedrijf (Terpstra) is met een opdrachtgever een overeenkomst tot aanneming van werk aangegaan, waarbij het bouwbedrijf onder andere zou zorgdragen voor de bouw van een overkapping. Nadat de werkzaamheden waren opgeleverd vond er een zware storm plaats, waarbij schade ontstond aan de door het bouwbedrijf gerealiseerde overkapping. Na de storm ontstond onenigheid tussen het bouwbedrijf en de opdrachtgever over de kwaliteit van het verrichte werk. De opdrachtgever heeft het bouwbedrijf gedagvaard en het bouwbedrijf is door de rechter veroordeeld tot betaling van ongeveer € 30.000,00 aan de opdrachtgever.

Een maand voor het vonnis werd het bouwbedrijf failliet verklaard. De opdrachtgever diende de schadevergoedingsvordering in in het faillissement, maar na verificatie werd daarvan slechts 3,55% voldaan. De opdrachtgever sprak vervolgens de bestuurders van het bouwbedrijf aan uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid. Hij stelde dat de bestuurders een persoonlijk ernstig verwijt trof, omdat zij de overeenkomst tot aanneming van werk zouden zijn aangegaan wetende dat het bouwbedrijf niet in staat zou zijn om alle gevolgen van deze overeenkomst te kunnen dragen. Omtrent de oorzaken van het faillissement merkt de curator in zijn eerste faillissementsverslag van 4 juni 2014 het volgende op:

Sinds enige jaren was er sprake van een verliesgevende situatie bij Terpstra. Deze verliezen werden vooral gefinancierd door S. Terpstra Beheer B.V (toevoeging: bestuurder Terpstra), die per datum faillissement circa € 290.000 van Terpstra te vorderen had. Begin 2014 ontstond er een geschil met een opdrachtgever, waardoor Terpstra in (nog) sterkere mate met liquiditeitsdruk te maken kreeg. Het een en ander heeft de directie en aandeelhouders doen besluiten het eigen faillissement van Terpstra aan te vragen.”

Naar het oordeel van het hof is het enkele feit dat de vennootschap bij het aangaan van de overeenkomst een flink negatief vermogen had en in het jaar voorafgaand aan de overeenkomst verlies heeft gedraaid, als zodanig onvoldoende om daarop de conclusie te kunnen baseren dat de bestuurders wisten of behoorden te weten dat de vennootschap haar verplichtingen uit de overeenkomst niet zou kunnen nakomen en geen verhaal zou bieden voor de daaruit voortvloeiende schade. Het bestaan van een negatief eigen vermogen en het lijden van verlies wil nog niet zeggen dat het punt is bereikt waarop het onverantwoord is de onderneming te continueren en nog verdere verbintenissen met derden aan te gaan. Het gaat er niet om met kennis van achteraf (het ingetreden faillissement) het handelen van de bestuurders te beoordelen maar wat de situatie was op het moment dat de overeenkomst werd aangegaan. Daarbij moet bijvoorbeeld ook worden gelet op de orderportefeuille, marktontwikkelingen, de kasstromen en kredietmogelijkheden.

Dit arrest laat zien dat de drempel voor bestuurdersaansprakelijkheid nog altijd hoog is. Wilt u meer weten over bestuurdersaansprakelijkheid, neem dan gerust contact met ons op.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Eveline’s recente berichten

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten