Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • Wieringa@wieringa.nl
 
Vennootschapsrecht en andere samenwerkingsvormen
Sabine Hirdes, 24/06/2011

Schadevergoeding zonder ingebrekestelling

Op 9 juli 2010 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over tekortkoming en schadeplichtigheid, het “Nissan-arrest”.

In de wet staat dat een contractspartij schadeplichtig is nadat die partij in gebreke is gesteld door een schriftelijke aanmaning waarin hem/haar een redelijke termijn is gesteld voor nakoming. Op deze hoofdregel bestaat echter een aantal wettelijke uitzonderingen die, niet-limitatief, zijn opgenomen in art. 6:83 van het Burgerlijk Wetboek. Een ingebrekestelling is bijvoorbeeld niet nodig wanneer er een voor voldoening bepaalde termijn is verstreken, een zogeheten 'fatale' termijn.

In het Nissan-arrest is een andere uitzondering aan de orde, namelijk dat de schadeplichtigheid zonder ingebrekestelling ook intreedt indien uit een mededeling van de andere partij kan worden afgeleid dat deze in de nakoming van de verbintenis zal tekortschieten (art. 6:83 onder c BW).

In het Nissan-arrest was een geschil aan de orde tussen een garagebedrijf dat zich bezighield met verkoop van auto's en auto-onderdelen van het merk Nissan en Nissan, die na een lange samenwerking besloot tot herstructurering van haar distributiesysteem met als gevolg dat het garagebedrijf niet meer werd aangewezen als hoofddealer.

Het garagebedrijf gaf daarop schriftelijk en vervolgens mondeling tijdens een partijbespreking aan hiermee niet akkoord te gaan. Omdat Nissan bleef volharden in haar voorgenomen plannen, ontbond het garagebedrijf de dealerovereenkomst met Nissan vervolgens wegens wanprestatie en vorderde het van Nissan schadevergoeding, een bedrag van € 2.732.000,--. Nissan voerde hiertegen aan dat zij op het moment van de ontbinding nog niet tekort was geschoten in de nakoming van haar verplichtingen en dat zij ook niet door het garagebedrijf in gebreke was gesteld.

De Hoge Raad is van oordeel dat de mededeling van Nissan dat het garagebedrijf geen hoofddealer zou worden, in samenhang met de volharding in die keuze in het gesprek, moet worden aangemerkt als een mededeling die het verzuim (en daarmee de schadeplichtigheid) heeft doen intreden. Wanneer een schuldeiser uit een mededeling van de schuldenaar moet afleiden dat deze in de nakoming van de verbintenis zal tekortschieten, treedt het verzuim zonder ingebrekestelling in, ook indien de vordering op het moment van die mededeling nog niet opeisbaar was. De verplichting tot schadevergoeding kan dus ook ontstaan indien de prestatie van de schuldenaar (nog) niet is uitgebleven.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Sabine Hirdes is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van dit artikel kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied Vennootschapsrecht en andere samenwerkingsvormen

Blogs van Sabine Hirdes

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten