Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • Wieringa@wieringa.nl
 
Joke Uittenhout, 31/03/2009

‘Dubbele aftrek’ bij het betalen van alimentatie?

De Hoge Raad heeft in een uitspraak van 27 februari j. overwogen dat de jaarlijkse verplichting tot het betalen van lijfrente kan worden opgevoerd als een persoonsgebonden aftrekpost én dat de contante waarde van deze lijfrenteverplichting als een schuld in Box 3 in aanmerking genomen kan worden. De uitspraak van de Hoge Raad betekent niet dat er sprake is van dubbele aftrek maar dat bij het berekenen van de rendementsgrondslag rekening gehouden moet worden met de schuld ter grootte van de contante waarde van in dit geval een lijfrenteverplichting. Van deze uitspraak hebben die mensen profijt die over een vermogen beschikken dat hoger is dan het heffingsvrije vermogen.

De vraag is of hetzelfde geldt voor de verplichting tot het betalen van alimentatie. De betaalde alimentatie in een bepaald jaar wordt opgegeven als een persoonsgebonden aftrekpost (meestal alleen in box 1). Geldt daarnaast de contante waarde van de alimentatieverplichting als schuld in Box 3? Ja, het ziet er naar uit dat voor alimentatie hetzelfde geldt. Sommige commentatoren, en de Staatssecretaris van Justitie, zeggen dat dit niet mogelijk zou moeten zijn; deze uitleg zou ook niet de bedoeling zijn van de wetgever. Bedoeling of niet, bij een afkoop van alimentatie wordt hetzelfde principe gehanteerd: de betaling zelf kan worden opgevoerd als een persoonsgebonden aftrekpost en het bedrag dat nodig is voor het betalen van de afkoopsom komt in mindering op het Box 3 vermogen (òf door de vermindering van liquide middelen òf door het aangaan van een schuld). Het probleem bij alimentatie kan zijn hoe de contante waarde van de alimentatie wordt berekend. Indien voormalige echtgenoten niets hebben afgesproken over een termijn dan wel indien de rechter de termijn niet heeft beperkt, dan geldt er een wettelijke termijn van 12 jaar. De praktijk is dat deze termijn door de rechter, na eerdere vaststelling van de alimentatie, op verzoek van de alimentatieplichtige steeds vaker wordt bekort. Mijns inziens is dit gegeven niet van belang voor het berekenen van de rendementsgrondslag van het vermogen in Box 3 in een bepaald jaar: de alimentatieplichtige houdt een verplichting tot het betalen van de alimentatie gedurende de termijn zoals bepaald in de wet of vastgelegd in een uitspraak of convenant totdat deze termijn door de rechter of door voormalige echtgenoten wordt gewijzigd. Met toekomstige mogelijke wijzigingen wordt geen rekening gehouden.

Indien de wetgever op goede gronden van mening is dat ‘dubbele aftrek’ van alimentatie niet wenselijk is dan is mijns inziens een wetswijziging van de Wet IB 2001 noodzakelijk om die gevolgen van de uitspraak van de Hoge Raad te voorkomen.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Joke Uittenhout is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van dit artikel kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied

Blogs van Joke Uittenhout

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten