De zorgplicht jegens minderheidsaandeelhouders: wanneer ontstaat zij en hoe ver reikt zij?
Minderheidsaandeelhouders bevinden zich regelmatig in een kwetsbare positie. Zij hebben beperkte zeggenschap, zijn afhankelijk van het bestuur voor informatie en kunnen het beleid niet eigenhandig bijsturen. De vraag rijst dan: bestaat er een zorgplicht jegens de minderheidsaandeelhouder, en zo ja, hoe ver reikt die?
Artikel 2:8 BW als fundament
De belangrijkste bron van bescherming van minderheidsaandeelhouders is gebaseerd op de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW. Dit artikel bepaalt dat een rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken, zich tegenover elkaar moeten gedragen naar hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. In de rechtspraak van de Ondernemingskamer is op basis van deze norm een zorgplicht jegens minderheidsaandeelhouders ontwikkeld.
Belangrijk is dat alleen het feit dat een partij een minderheidsaandeelhouder is, nog niet maakt dat jegens haar een zorgplicht in acht moet worden genomen. Er moet meer aan de hand zijn.
Wanneer ontstaat een zorgplicht?
De Ondernemingskamer neemt eerder een zorgplicht aan bij besloten verhoudingen (joint ventures of familiebedrijven) en bij zogenoemde “scheve verhoudingen”. Denk hierbij aan situaties waarin sprake is van informatieasymmetrie of de situatie waarin de meerderheidsaandeelhouder tevens bestuurder is terwijl de minderheidsaandeelhouder achterblijft en niet goed weet wat er speelt.
De zorgplicht kan zwaarder wegen indien de minderheidsaandeelhouder en de meerderheidsaandeelhouder recht tegenover elkaar staan, of indien er een reëel risico op belangenverstrengeling van het bestuur bestaat.
Transparantie als kernverplichting
De vennootschap dient in de regel altijd een hoge mate van transparantie jegens de minderheidsaandeelhouder te betrachten, zodat deze in staat wordt gesteld zijn rechtspositie te bepalen.
Bij familievennootschappen of joint ventures met een zwakke scheiding tussen kapitaal en leiding kan de vennootschap onder bijzondere omstandigheden verplicht zijn om uit eigen beweging én op vragen van de minderheidsaandeelhouder transparantie te betrachten. Daarnaast dient de vennootschap ‘onwetende’ aandeelhouders ruimhartig en toereikend van feitelijke en verifieerbare informatie te voorzien, in het bijzonder bij tegenstrijdige belangen.
Een belangrijke begrenzing is dat er zonder redelijk belang (of door een zwaarwichtig belang van de vennootschap) geen recht op informatie bestaat.
Invloed van een aandeelhoudersovereenkomst
De zorgplicht kan nader worden ingekleurd door de inhoud van een aandeelhoudersovereenkomst of een besluit. Artikel 2:8 BW is weliswaar van dwingend recht, maar de Ondernemingskamer respecteert de door partijen gekozen corporate governance, ook als die niet per se minderheidsaandeelhouder-vriendelijk is.
Een negatieve invloed (beperking van de zorgplicht) kan optreden wanneer partijen op gedetailleerd niveau afspraken hebben gemaakt over informatierechten. Het kan dan voor een professionele minderheidsaandeelhouder moeilijker zijn om aan te voeren waarom hij recht heeft op méér informatie dan waarmee hij contractueel heeft ingestemd. In de Novero-beschikking oordeelde de Ondernemingskamer dat de minderheidsaandeelhouder zodanig uitgebreide en gedetailleerde informatie wenste dat dit in redelijkheid haar rechten als aandeelhoudster te boven ging.
Vijf lessen voor de praktijk
Het voorgaande levert vijf concrete aandachtspunten op. Ten eerste activeert het enkele feit dat een persoon minderheidsaandeelhouder is geen zorgplicht op; er moet sprake zijn van asymmetrie of besloten verhoudingen. Ten tweede kunnen transparantieverplichtingen ver gaan, hetgeen moet worden meegewogen bij het nemen en vastleggen van besluiten. Ten derde kan de zorgplicht worden ingekleurd door een aandeelhoudersovereenkomst, zodat hierop moet worden gelet bij het opstellen daarvan. Ten vierde dient de minderheidsaandeelhouder steeds een redelijk belang te hebben om aanspraak te maken op bescherming. Ten vijfde geldt dat, zolang het bestuur en de meerderheidsaandeelhouder de zorgplichtregels correct in acht nemen, de minderheidsaandeelhouder geen aanvullende bescherming toekomt.
De zorgplicht voor minderheidsaandeelhouders is geen statisch begrip: de reikwijdte hangt af van de specifieke verhoudingen binnen een vennootschap, de gemaakte afspraken in een aandeelhoudersovereenkomst en de mate van transparantie die het bestuur betracht. Of u nu als minderheidsaandeelhouder twijfelt of u voldoende wordt geïnformeerd, of als meerderheidsaandeelhouder wilt weten welke verplichtingen op u rusten, het is van belang om uw rechtspositie tijdig in kaart te brengen.
Wilt u weten waar u staat? Neem gerust contact met ons op. Wij denken graag met u mee.