icon

Wanneer kan de aanvraag van uw eigen faillissement worden afgewezen?

Inleiding

Het gebeurt regelmatig dat ondernemingen zelf hun faillissement aanvragen. De rechter beoordeelt in zo’n geval of summierlijk is gebleken dat de schuldenaar in een toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen en de schuldenaar meerdere schuldeisers onbetaald laat. Een lage drempel, zo zou men denken. Toch bestaat in de praktijk enige discussie over de vraag wanneer de rechter een eigen aanvraag van faillissement kan afwijzen. In het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 9 september 2025 (ECLI:NL:GHDHA:2025:1774) stond deze vraag ook centraal.

Feiten

Smart CJM B.V. (“Smart”) verkeert in toestand van te hebben opgehouden te betalen. Een belangrijke oorzaak hiervan is dat enig bestuurder en minderheidsaandeelhouder In Equitem Holding B.V. (“In Equitem”) in januari 2025, eigenmachtig en zonder toestemming van medeaandeelhouder Smart Ventures GmbH (“Smart Ventures”), alle binnengekomen jaarbetalingen aan zichzelf heeft uitbetaald. Begin februari 2025 heeft In Equitem ontslag genomen als bestuurder van Smart. De gevolgen van het handelen van In Equitem zijn groot. De liquiditeit van Smart is voor een geheel jaar onderuitgehaald, met als gevolg dat Smart niet langer aan enige betalingsverplichting kan voldoen. Smart was daarom genoodzaakt om haar eigen faillissement aan te vragen.

Oordeel rechtbank

De rechtbank Den Haag wijst de faillissementsaanvraag van Smart af. Volgens de rechtbank staat voldoende vast dat de vennootschap geen baten meer heeft en hier ook geen verandering in zal komen. De rechter meent dat daarom onvoldoende belang bestaat om het faillissement uit te spreken, nu ook de mogelijkheid tot het liquideren van de vennootschap een mogelijkheid is (in de vorm van een turboliquidatie).

Oordeel van het Hof

Het hof oordeelt dat het faillissement er mede toe dient dat de curator ten behoeve van de schuldeisers onderzoekt of en, zo ja, in hoeverre de schuldenaar verhaal biedt. De enkele omstandigheid dat de boedel leeg blijkt te zijn, is geen reden om een faillissementsverzoek af te wijzen. Daarvoor is vereist dat de faillissementsaanvraag is aan te merken als misbruik van bevoegdheid.

De Hoge Raad heeft in rechtspraak bepaald dat slechts sprake is van misbruik van bevoegdheid als degene die het faillissement aanvraagt (i) weet dan wel behoort te weten dat de boedel leeg is en (ii) hij geen voldoende gerechtvaardigd belang bij de faillissementsaanvraag heeft.

In de onderhavige zaak is volgens het hof niet gebleken dat sprake is van misbruik van bevoegdheid door Smart. De rechtbank mocht de faillissementsaanvraag onder deze omstandigheden dan ook niet afwijzen en de gesuggereerde route van turboliquidatie is geen dwingend alternatief. Smart heeft verschillende (potentiële) baten aangevoerd die een reële waarde voor de boedel vertegenwoordigen en kunnen bijdragen aan de vergoeding van het loon van de curator en uitkering aan de schuldeisers. Hieronder vallen ook mogelijke baten die verband houden met onderzoek als bedoeld in art. 68 lid 2 sub a Faillissementswet. Zo heeft Smart mogelijk een vordering uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid op In Equitem voor haar handelingen als bestuurder die het faillissement (mede) hebben veroorzaakt.

Op grond van het voornoemde vernietigt het hof de beschikking van de rechtbank en verklaart Smart alsnog in staat van faillissement.

Nadere blik op de kwestie

Zowel de rechtbank als het hof lijken te suggereren dat een eigen faillissementsaanvraag kan worden afgewezen wanneer geen baten (meer) (te verwachten) zijn en daardoor ook een turboliquidatie voor de schuldenaar een optie is. Uit lagere rechtspraak volgt dat regelmatig een faillissementsaanvraag wordt doorverwezen naar een turboliquidatie omdat er dan geen baten meer zijn en die ook niet meer te verwachten zijn.

Echter, dat lijkt niet helemaal te stroken met vaste rechtspraak van de Hoge Raad. Daarin is herhaaldelijk bevestigd dat de afwezigheid van baten alleen, geen weigeringsgrond voor de eigen faillissementsaanvraag kan zijn. Het is namelijk aan de curator om te onderzoeken waaruit het vermogen van de schuldenaar bestaat en of binnen afzienbare tijd voldoende vermogen aanwezig is. Dat betreft een grondig onderzoek van de curator, in tegenstelling tot de summiere toets die de rechter hanteert bij de faillissementsaanvraag.

Het doorverwijzen c.q. aansturen op een turboliquidatie door een rechterlijke instantie, zorgt er dan ook voor dat de (cruciale) onderzoekstaak van de curator aan waarde inboet. Bij een turboliquidatie bestaat niet een dergelijk onderzoek en bovendien verschuift de beoordeling die de curator normaliter moet verrichten of er enig te verdelen vermogen is, naar de rechter die de faillissementsaanvraag toetst. Dat is onwenselijk en past niet binnen het systeem van de faillissementswet.

Het afwijzen van een eigen faillissementsverzoek wegens misbruik van bevoegdheid of het ontbreken van een redelijk belang dient door de rechter met grote terughoudendheid te worden toegepast. Een dergelijke afwijzing mag in ieder geval niet uitsluitend worden gebaseerd op het ontbreken van baten. Met het te makkelijk afwijzen van de faillissementsaanvraag en doorverwijzen naar de mogelijkheid van turboliquidatie, gaan bepaalde waarborgen van het insolventierecht verloren. De onderzoekstaak van de curator is cruciaal: slechts dan komt vast te staan of de lege boedel ook echt leeg is.

Afsluitend

Bent u aandeelhouder en/of bestuurder van een vennootschap en heeft u vragen over dit onderwerp of overweegt u een faillissementsaanvraag? Neemt u dan gerust contact met ons op. Wij zijn u graag van dienst

Heeft u vragen?

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Wanneer kan de aanvraag van uw eigen faillissement worden afgewezen?

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief