Praktijkgebieden: Medezeggenschap, Zorg
Voor wat betreft medezeggenschap – het behartigen van de belangen van een bepaalde groep binnen een organisatie – hebben zorginstellingen met twee wetten en organen te maken: een ondernemingsraad op grond van de WOR, en een cliëntenraad op grond van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen Wmcz). Die laatste wet gaat nu op de schop, zodat op termijn voor zorginstellingen zaken gaan veranderen. Wat verandert er?
Best veel, zowel op het gebied van de systematiek van de wet als de regels zelf. De systematiek zal voor de grotere zorginstellingen minder interessant zijn – het komt hierop neer dat voor de toepassing van de wet niet langer wordt aangesloten bij de Wet toelating zorginstellingen (Wtzi, die bepaalt of een instelling verzekerde zorg kan leveren) maar bij de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz, die een veel ruimer bereik heeft). Gevolg is wel dat meer private zorginstellingen gaan vallen onder de nieuwe regels voor medezeggenschap van cliënten. Voor de echt kleine zorgaanbieders (waar minder dan tien personen zorg aanbieden) zal de nieuwe wet echter niet gelden.
Die medezeggenschap zelf verandert ook, evenals de organisatie ervan. Voor wat betreft de medezeggenschap zelf wordt de positie van de cliëntenraad verzwaard; waar die raad nu over bepaalde belangrijke besluiten een verzwaard adviesrecht heeft (waarbij de bestuurder alleen van het advies mag afwijken als de commissie van vertrouwenslieden dat goedkeurt) krijgt de cliëntenraad een recht van instemming; een instemmingsplichtig besluit kan dan (als de cliëntenraad zijn instemming onthoudt) alleen worden genomen als diezelfde commissie oordeelt dat de cliëntenraad onredelijk instemming heeft onthouden, of als het besluit (toch) noodzakelijk om zwaarwegende bedrijfsorganisatorische, -economische of -sociale redenen. De Wmcz neemt hiermee de criteria van de WOR voor instemmingsplichtige besluiten over.
De cliëntenraad kan kwesties voorleggen aan de Ondernemingskamer – dat is het zogenaamde enquêterecht. Enquêteprocedures komen niet enorm vaak voor, maar zijn altijd wel behoorlijk ingrijpend, ook door de voorlopige maatregelen die de Ondernemingskamer kan nemen.
Het wetsvoorstel en de ontwikkelingen in de parlementaire behandeling zijn hier te vinden. Het is nog niet duidelijk wanneer de nieuwe wet ingaat – vóór die tijd echter is het zaak vast te kijken naar de (nieuwe) medezeggenschap. We houden de ontwikkelingen in de gaten en komen daarop terug!
Arco Siemons is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot onderstaande contactpersoon van het praktijkgebied zorg.
Door het leggen van conservatoir (derden) beslag worden vermogensbestanddelen van een wederpartij per direct bevroren. Er kan geen overdracht meer plaatsvinden en in bepaalde gevallen kunnen vermogensbestanddelen zelfs elders in bewaring worden gegeven. Deze actie kan druk zetten op de wederpartij waardoor een snelle oplossing kan worden bereikt.
Beslaglegging moet wel altijd worden gevolgd door een bodem of arbitrage procedure, tenzij eerder een buitengerechtelijke oplossing wordt bereikt.
Onterecht leggen van beslag moet worden voorkomen; het kan leiden tot een schadevergoedingsactie.
Wij onderzoeken graag of dit rechtsmiddel in uw situatie tot een spoedige oplossing kan leiden.
Snel een uitspraak nodig van de rechter over een bepaalde urgente situatie? In dat geval is een kort geding een oplossing voor uw situatie. De rechter geeft een voorlopig oordeel waaraan partijen zich al dan niet op straffe van een dwangsom dienen te houden.
Wij denken graag mee over de voor uw situatie passende juridische oplossing.
Dit is in het civiele en bestuurlijke recht de procedure die (al dan niet na hoger beroep) leidt tot een definitieve beslechting van het geschil. Anders dan in een kort geding ligt de nadruk hier veel meer op een schriftelijke uitwisseling van processtukken.
Wij onderzoeken graag of dit de aangewezen procedure is voor uw geschil.
Een partij die zich beroept op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde feiten of rechten moet deze bewijzen. Voorafgaand aan iedere gewenste procedure moet derhalve de bewijspositie worden bekeken.
Soms is het bewijs nog niet voldoende in handen van de cliënt. In dat geval is nadere actie gewenst. Te denken valt dan bijvoorbeeld aan het instellen van een (voorlopig) getuigenverhoor of het afdwingen van het verkrijgen van inzage in bepaalde documenten die zich bij de wederpartij bevinden (exhibitieplicht).
Wij zoeken graag met u naar de mogelijkheden om uw bewijsprobleem op te lossen.
Soms ontstaat er in een onderneming een intern geschil tussen aandeelhouders of tussen het bestuur en (enkele) aandeelhouders. Dit kan bijvoorbeeld gaan over de te volgen strategie van de onderneming. In dat geval kan aan de Ondernemingskamer, een speciaal daarvoor geëquipeerde afdeling van het Hof Amsterdam -- bij ons kantoor om de hoek -- een onderzoek naar de gang van zaken binnen de onderneming worden gevraagd. Zo'n onderzoek kan worden voorafgegaan door het vragen van voorlopige voorzieningen, zoals het schorsen van een bestuurder voor de duur van de procedure of het tijdelijk ontnemen van het stemrecht van een aandeelhouder.
Wij denken graag mee over de voor uw situatie passende oplossing.