Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Debt Collection and Attachments

Hoe komt u aan documenten die zich bevinden bij de wederpartij? De Hoge Raad schept duidelijkheid.

Als er sprake is van een geschil, kan het zeer nuttig zijn om informatie te verkrijgen waarover u zelf niet beschikt. Eén van de meest bekende opties om inzage te krijgen in stukken die zich bevinden bij de wederpartij of bij derden, is de exhibitieplicht van art. 843a Rv. Dit artikel biedt een effectief middel om inzage, afschrift of uittreksel van bescheiden te vorderen. Een procespartij in bewijsnood kan via deze weg zijn bewijspositie versterken. Maar ook buiten een procedure om kan een verzoek om informatie nut hebben, bijvoorbeeld om de proceskansen in te schatten. De Hoge Raad heeft in de arresten AIB/Novisem en Synthon/Astellas een maatstaf ontwikkeld voor de beoordeling van exhibitievorderingen in IE-zaken, welk maatstaf in het arrest Organik/Dow is uitgebreid naar schending van bedrijfsgeheimen. Tot voor kort was niet duidelijk of deze maatstaf ook moest worden toegepast op onrechtmatige daad-rechtsbetrekkingen buiten het IE-recht, bijvoorbeeld bij werknemersconcurrentie. De Hoge Raad heeft hier recent antwoord op gegeven: óók in niet-IE zaken geldt dezelfde maatstaf.

Vereisten exhibitievordering

Wij schreven al eerder over de vereisten die gelden voor een exhibitievordering. Kort gezegd is vereist dat de vorderende partij een rechtmatig belang heeft, dat het gaat om bepaalde bescheiden en dat de aanvrager partij is bij de rechtsbetrekking waar de stukken betrekking op hebben. Zogenaamde ‘fishing expeditions’, waarbij een partij naar informatie vist waarvan hij niet weet of deze bestaan maar hoopt iets bruikbaars te vinden, zijn verboden. Om te voorkomen dat bewijsstukken worden verduisterd of kwijt raken voordat de rechter op een exhibitievordering heeft beslist, kan voorafgaand daaraan met verlof van de rechter conservatoir bewijsbeslag worden gelegd.

AIB/Novisem-maatstaf

In het arrest AIB/Novisem heeft de Hoge Raad in het kader van een inbreuk op een IE-recht een maatstaf gegeven voor het aannemen van het bestaan van een rechtsbetrekking als bedoeld in art. 1019a Rv in verbinding met art. 843a Rv (kort gezegd: IE-zaken). Die maatstaf houdt in dat iemand die inzage, afschrift, of uittreksel van bewijsstukken verlangt, aan de hand van feiten en omstandigheden moet stellen en onderbouwen dat voldoende aannemelijk is dat inbreuk op een IE-recht is of dreigt te worden gemaakt. In het arrest Organik/Dow heeft de Hoge Raad vervolgens geoordeeld dat deze maatstaf voor IE-zaken ook moet worden toegepast op een rechtsbetrekking die voortvloeit uit het onrechtmatig verkrijgen en gebruiken van bedrijfsgeheimen. Onduidelijk was of de door de Hoge Raad ontwikkelde maatstaf buiten het IE-recht ook op andere gevallen dan schending van bedrijfsgeheimen moest worden toegepast.

Semtex/X-arrest

In de zaak Semtex/X heeft de Hoge Raad op 10 juli 2020 geoordeeld dat óók rechtsbetrekkingen buiten het terrein van IE-zaken en schending van bedrijfsgeheimen, onder hetzelfde regime vallen. Ook bij gestelde tekortkomingen of onrechtmatige daadsacties heeft dus als maatstaf voor de beoordeling van exhibitievorderingen te gelden dat het bestaan van de rechtsbetrekking waarop de vordering ziet, voldoende aannemelijk moet zijn. De Hoge Raad licht toe dat die maatstaf de rechter in staat stelt een evenwicht te vinden tussen het belang van eiser om de waarheid te kunnen achterhalen en zijn bewijspositie te versterken, en het belang van verweerder om geen vertrouwelijke informatie prijs te hoeven geven en verschoond te blijven van een ingrijpende maatregel als exhibitie.

De Hoge Raad herhaalt tot slot de overweging uit het AIB/Novisem-arrest dat de vraag wat in het kader van een exhibitievordering bij een gestelde tekortkoming of onrechtmatige daad als ‘voldoende’ mate van aannemelijkheid kan worden beschouwd, niet in algemene zin kan worden beantwoord. Enerzijds is niet dezelfde aannemelijkheid vereist als voor toewijzing van een ge- of verbodsvordering in kort geding wegens (dreigend) tekortschieten of onrechtmatig handelen. Anderzijds gelden voor aannemelijkheid wel hogere eisen dan bij de beoordeling van een verzoek tot het leggen van conservatoir bewijsbeslag.

Mocht u vragen hebben over het voorgaande of zelf informatie willen verkrijgen waarover anderen beschikken, laat het ons vooral weten. Wij informeren u graag over de mogelijkheden.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Blogs over incasso, beslag en executie

 

what are you looking for?

pages with at least one of the search terms
pages with all search terms
pages with the exact text

in the entire website
only in the blog
in the website except the blog

Wieringa Advocaten