icon

Eerste Kamer stemt in met Wet meer zekerheid flexwerkers

Op 7 juli 2026 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet meer zekerheid flexwerkers (WMZF). Daarmee is één van de zes wetsvoorstellen uit het arbeidsmarktpakket van het kabinet definitief aangenomen. Het doel van de wet is flexwerkers meer zekerheid bieden over hun werk en inkomen, en de kloof tussen vaste en flexibele arbeid verder dichten. Hieronder zetten wij de voornaamste maatregelen kort op een rij.

Wat verandert er precies?

De ketenregeling. De tussenpoos om de keten van tijdelijke arbeidsovereenkomsten te doorbreken, gaat van zes maanden naar drie jaar. Dit moet zogenoemde ‘draaideurconstructies’ tegengaan, waarbij werknemers steeds opnieuw in tijdelijke dienst worden genomen. Dezelfde termijn van drie jaar gaat ook gelden voor uitzendkrachten. Voor scholieren en studenten die maximaal 16 uur per week werken blijft een tussenpoos van zes maanden van toepassing, en voor seizoensarbeid blijft een afwijkende termijn van drie maanden mogelijk.

Nulurencontracten verdwijnen. Nulurencontracten worden afgeschaft en min-maxcontracten worden vervangen door een zogeheten ‘bandbreedtecontract’. Dit contract kent een minimumaantal uren waarvoor de werkgever de werknemer moet inroosteren en een maximumaantal uren, waarbij het maximum niet meer dan 130% van het minimum mag bedragen. De werknemer mag de uren boven dit maximum weigeren. Scholieren en studenten (maximaal 16 uur per week) en AOW-gerechtigde werknemers mogen wel op oproepbasis blijven werken.

Betere bescherming voor uitzendkrachten. Uitzendkrachten krijgen recht op ten minste dezelfde essentiële arbeidsvoorwaarden als werknemers in dienst van de inlener die hetzelfde werk verrichten. Voor niet-essentiële arbeidsvoorwaarden geldt dat deze ten minste gelijkwaardig moeten zijn. Overigens kan ook in de cao worden afgesproken dat het totaal aan arbeidsvoorwaarden gelijkwaardig moet zijn. Daarnaast krijgen uitzendkrachten bij ziekte altijd recht op loondoorbetaling. De uitzendfasen worden bovendien gewijzigd: fase A bedraagt maximaal 52 weken en fase B maximaal zes contracten in twee jaar. Na afloop van fase B heeft de uitzendkracht recht op een vast contract bij de uitlener.

Gefaseerde inwerkingtreding

Niet alle onderdelen van de WMZF treden tegelijkertijd in werking. De wet moet uiterlijk op 31 augustus 2026 in het Staatsblad worden gepubliceerd. Het onderdeel over gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten moet vervolgens uiterlijk op 31 december 2026 in werking treden. Voor de overige wijzigingen geldt 1 januari 2028 als beoogde ingangsdatum.

Wat betekent dit voor werkgevers?

Met de instemming van de Eerste Kamer is de parlementaire behandeling afgerond en verschuift de vraag voor werkgevers van ‘wat staat ons te wachten?’ naar ‘hoe bereiden wij ons voor?’. Met name organisaties die structureel werken met oproepkrachten, tijdelijke contracten of uitzendkrachten doen er verstandig aan hun contractpraktijk tijdig door te lichten. Denk daarbij aan de vraag welke functies nu structureel met flexibele arbeid worden ingevuld, welke contracten moeten worden omgezet of aangepast en welke gevolgen de nieuwe regels hebben voor HR-processen en het personeelsbeleid. Een tijdige voorbereiding voorkomt dat organisaties vlak voor de inwerkingtreding nog ingrijpende aanpassingen moeten doorvoeren.

Heeft u vragen over wat de Wet meer zekerheid flexwerkers voor uw organisatie betekent? Neem dan gerust contact met ons op. Wij denken graag met u mee over de juiste stappen.

Heeft u vragen?

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Eerste Kamer stemt in met Wet meer zekerheid flexwerkers
Praktijkgebieden blogs
Auteurfilter blog