Wettelijke rente en verhoging bij faillissement is een boedelschuld
Op 13 februari 2026 heeft de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2026:239) uitspraak gedaan over de vraag over loonaanspraken in faillissement. Zijn wettelijke rente en wettelijke verhoging over te laat betaald loon boedelschulden?
In deze uitspraak hadden werknemers van een failliet bedrijf hun loon over de periode na het faillissement niet tijdig gekregen. Het UWV heeft op grond van de loongarantieregeling wel uitkeringen betaald, maar later dan het loon oorspronkelijk verschuldigd was.
Wettelijke rente
Wanneer loon niet tijdig wordt betaald, is daarover wettelijke rente verschuldigd (artikel 6:119 lid 1 BW). Loon vanaf de faillissementsdatum is op grond van artikel 40 lid 2 Fw een boedelschuld. De Hoge Raad oordeelt dat als dit loon niet tijdig wordt betaald, ook de wettelijke rente als boedelschuld moet worden aangemerkt.
Belangrijk daarbij is dat een gebrek aan geldmiddelen – wat in faillissement veel voorkomt – geen overmacht oplevert. Ook het feit dat een werknemer aanspraak heeft op een uitkering van het UWV maakt dit niet anders. Het bestaan van de loongarantieregeling staat los van de verplichting van de werkgever om tijdig loon te betalen.
Wettelijke verhoging
De wettelijke verhoging (artikel 7:625 BW) is bedoeld als prikkel voor werkgevers om het loon tijdig te betalen. Wordt het loon niet binnen de wettelijke termijn voldaan, dan kan de werknemer aanspraak maken op een verhoging die kan oplopen tot 50% van het verschuldigde loon. Ook in faillissement kan een werknemer aanspraak maken op een wettelijke verhoging.
Volgens de Hoge Raad doet betalingsonmacht en de aanspraak op een UWV-uitkering niet af aan het recht op verhoging. Ook de wettelijke verhoging is een boedelschuld. De rechter kan de wettelijke verhoging wel matigen. Faillissement of betalingsonmacht kan daarvoor een grond zijn.
Rangorde
Op grond van artikel 3:288 BW gelden bepaalde voorrechten voor loonvorderingen van werknemers. De Hoge Raad maakt hierin een onderscheid:
- De wettelijke verhoging valt onder het loonvoorrecht van artikel 3:288 sub e BW en is dus een preferente boedelschuld.
- De wettelijke rente valt niet onder dit voorrecht en is daarom een concurrente boedelschuld.
Tot slot gaat de Hoge Raad in op de rol van de curator. Een behoorlijke taakuitoefening kan meebrengen dat de curator werknemers wijst op hun mogelijke aanspraken op de wettelijke rente en wettelijke verhoging. Zeker wanneer hij weet of behoort te begrijpen dat werknemers hiermee niet bekend zijn. Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. Een eenvoudige mededeling bij of kort na de opzegging volstaat.
Afsluitend
Met deze uitspraak bevestigt de Hoge Raad dat faillissement geen uitzondering vormt op de regels van tijdige loonbetaling. Ook in faillissement kunnen wettelijke rente en wettelijke verhoging verschuldigd zijn. Zij kwalificeren bovendien als boedelschuld.
Heeft u vragen over deze vorderingen in faillissement? Neem gerust contact met ons op.