icon

Europese bezwaren tegen onderhandse gunning aan NS

De Europese Commissie heeft Nederland vorige week voor het Europese Hof van Justitie gedaagd. De reden? De rechtstreekse gunning van het hoofdrailnet aan de Nederlandse Spoorwegen (NS) zonder eerst een openbare aanbestedingsprocedure te doorlopen.

De casus: een onderhandse gunning aan een vertrouwde partij

NS exploiteert al sinds jaar en dag het hoofdrailnet voor personenvervoer in Nederland. In 2015 werd deze concessieovereenkomst voor tien jaar aan NS gegund, en in 2023 besloot het kabinet die concessieovereenkomst te verlengen tot 2033. Opnieuw zonder openbare aanbesteding, terwijl op grond van de Europese aanbestedingsregels een concurrerende gunningsprocedure had moeten worden gevolgd. Het besluit van het kabinet werd onderbouwd met het argument dat NS als enige in staat zou zijn om de dienstverlening op deze schaal en kwaliteit te bieden. Bovendien zou een aanbesteding de samenhang op het spoor in gevaar brengen.

Dat argument overtuigde de Europese Commissie echter niet. Volgens de Europese Commissie had Nederland namelijk moeten onderzoeken of (delen van) het spoor commercieel geëxploiteerd konden worden, en had er in elk geval meer transparantie moeten zijn over de afwegingen. Ook stelt de Europese Commissie dat concurrentie op de spoormarkt is essentieel om reizigers aantrekkelijkere en innovatievere diensten tegen lagere kosten te bieden. Immers, in een aanbestedingsprocedure hadden concurrenten, zoals Arriva, Keolis en QBuzz, ook mee kunnen dingen naar deze overeenkomst. Nu Nederland dit heeft nagelaten en onderhands heeft gegund aan NS, ziet de Europese Commissie zich genoodzaakt naar de hoogste Europese rechter te stappen.

Europese regels: transparantie en gelijke behandeling

De kern van het conflict ligt in de toepassing van Verordening 1370/2007, ook wel de PSO-verordening. De PSO-verordening is van toepassing op de nationale en internationale exploitatie van openbaar personenvervoer per spoor en over de weg. De verordening bevat regels waaraan decentrale overheden zich moeten houden bij het verlenen van opdrachten voor het verrichten van deze diensten. Lidstaten worden in beginsel verplicht tot het aanbesteden van openbare vervoersdiensten. Hiervan kan alleen worden afgeweken indien sprake is van een zeer specifieke uitzonderingssituatie, waardoor een noodmaatregel (zoals onderhandse gunning) dient te worden getroffen. Een dergelijke noodmaatregel kan bijvoorbeeld worden ingezet wanneer een dienstregeling geheel dreigt uit te vallen of een concessiehouder failliet gaat.

Nederland heeft van de noodmaatregel van onderhandse gunning gebruikt gemaakt en heeft daarbij beargumenteerd dat het spoor in Nederland zo druk bereden wordt, dat de dienstregeling gebaat is bij één duidelijke hoofdvervoerder. Nederland houdt vol dat onderhandse gunning op grond hiervan mogelijk was. Het Europese Hof van Justitie zal hier over oordelen. Als het Europese Hof van Justitie Nederland in het ongelijk stelt, dreigen forse boetes en dwangsommen.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Deze kwestie bevestigt het belang om bij de gunning van (grote) concessies en infrastructuurprojecten niet slechts te focussen op de partij die het meest geschikt lijkt, maar vooral op de procedure die tot die keuze leidt. Binnen het Europees aanbestedingsrecht staat niet zozeer het eindresultaat centraal, maar de rechtmatigheid van het proces dat daaraan voorafgaat — met name de naleving van de fundamentele aanbestedingsbeginselen. Zelfs als een partij als NS in de praktijk dus een logische keuze lijkt, is het doorlopen van een aanbestedingsprocedure in veel gevallen de veiligste en juridisch meest houdbare route.

Heeft u vragen?

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Europese bezwaren tegen onderhandse gunning aan NS

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief