Praktijkgebieden: Ondernemingsrecht
Wij hebben u in verschillende blogs (bijvoorbeeld op 3 oktober 2012) geïnformeerd over de flexibilisering van het B.V.-recht, die op 1 oktober 2012 is ingegaan. Eén van de vele wijzigingen die de nieuwe wet met zich heeft gebracht, betreft het zogenaamde steunverbod.
Tot 1 oktober 2012 was het voor een B.V. verboden om zich sterk te maken voor een schuld die een aandeelhouder aanging met het oog op het nemen van of verkrijgen van aandelen in die vennootschap. Dat verbod gold ook voor dochtervennootschappen van de B.V. Ook bepaalde vormen van leningen die de B.V. verstrekte om het verkrijgen van aandelen in haar kapitaal te financieren, waren nietig. Het doel van het verbod was kapitaalbescherming. Onder het oude recht werden belangen van schuldeisers van een B.V. beschermd met bepalingen die moesten voorkomen dat de aandeelhouders kapitaal uit de B.V. trokken, dat daardoor niet ter beschikking kon staan van de schuldeisers. Zonder het steunverbod had een nieuwe aandeelhouder de B.V. kunnen laten meetekenen (zich hoofdelijk laten verbinden) voor zijn schuld aan een vorige aandeelhouder voor de koopprijs op de aandelen. Als de B.V. vervolgens door de vorige aandeelhouder zou worden aangesproken, kon daardoor kapitaal van de B.V. verloren gaan. Om dat te voorkomen, werd bepaald dat dergelijke handelingen van de B.V. nietig waren.
Het steunverbod is per 1 oktober 2012 afgeschaft. Onder het nieuwe recht worden belangen van schuldeisers beschermd door uitbreiding van de aansprakelijkheid van bestuurders (en zelfs van aandeelhouders). De kapitaalbeschermingsregels werden niet effectief geoordeeld en zijn daarom geschrapt.
Er gelden diverse overgangsregels voor bestaande B.V.'s. Ten aanzien van het steunverbod geldt de volgende overgangsregel:
“1. Een nietige rechtshandeling wordt op het tijdstip waarop de wet op haar van toepassing wordt, met terugwerkende kracht tot een onaantastbare bekrachtigd, indien zij heeft voldaan aan de vereisten die de wet voor een zodanige rechtshandeling stelt. (…)3. De vorige leden gelden slechts, indien alle onmiddellijk belanghebbenden die zich op de nietigheid hadden kunnen beroepen, de handeling voordien als geldig hebben aangemerkt. “
Dat betekent dat het steunverbod is blijven gelden voor steunverleningen die hebben plaats gehad vóór 1 oktober 2012, behalve in het geval alle onmiddellijk belanghebbenden de steun vóór 1 oktober 2012 als geldig hebben aangemerkt.
De Rechtbank Gelderland heeft in een casus waarin dit speelde, op 12 juni 2013 een vonnis gewezen. In die zaak was de betreffende B.V. in staat van faillissement verklaard en had de curator zich beroepen op het steunverbod met het doel om een door de B.V. verstrekte kortingsregeling onderuit te halen. Omdat hij dat al had gedaan bij brief van 7 december 2011 (dus vóór 1 oktober 2012) en hij als onmiddellijk belanghebbende had te gelden, kon niet worden gezegd dat hij de ‘handeling voordien als geldig had aangemerkt'. Daarom bleef het steunverbod in die situatie van toepassing.
Uiteindelijk slaagde het beroep van de curator op het steunverbod overigens toch niet omdat de rechtbank meende dat in die situatie geen sprake was van steun. Niettemin kunnen zich dus nog altijd situaties voordoen waarin het steunverbod zich voordoet. Onder het nieuwe recht kan steunverlening bovendien een grond zijn voor bestuurdersaansprakelijkheid en ook onrechtmatige benadeling van schuldeisers ligt op de loer. Het blijft dus oppassen.
Peter Bos is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot onderstaande contactpersoon van het praktijkgebied handel- en ondernemingsrecht.
Door het leggen van conservatoir (derden) beslag worden vermogensbestanddelen van een wederpartij per direct bevroren. Er kan geen overdracht meer plaatsvinden en in bepaalde gevallen kunnen vermogensbestanddelen zelfs elders in bewaring worden gegeven. Deze actie kan druk zetten op de wederpartij waardoor een snelle oplossing kan worden bereikt.
Beslaglegging moet wel altijd worden gevolgd door een bodem of arbitrage procedure, tenzij eerder een buitengerechtelijke oplossing wordt bereikt.
Onterecht leggen van beslag moet worden voorkomen; het kan leiden tot een schadevergoedingsactie.
Wij onderzoeken graag of dit rechtsmiddel in uw situatie tot een spoedige oplossing kan leiden.
Snel een uitspraak nodig van de rechter over een bepaalde urgente situatie? In dat geval is een kort geding een oplossing voor uw situatie. De rechter geeft een voorlopig oordeel waaraan partijen zich al dan niet op straffe van een dwangsom dienen te houden.
Wij denken graag mee over de voor uw situatie passende juridische oplossing.
Dit is in het civiele en bestuurlijke recht de procedure die (al dan niet na hoger beroep) leidt tot een definitieve beslechting van het geschil. Anders dan in een kort geding ligt de nadruk hier veel meer op een schriftelijke uitwisseling van processtukken.
Wij onderzoeken graag of dit de aangewezen procedure is voor uw geschil.
Een partij die zich beroept op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde feiten of rechten moet deze bewijzen. Voorafgaand aan iedere gewenste procedure moet derhalve de bewijspositie worden bekeken.
Soms is het bewijs nog niet voldoende in handen van de cliënt. In dat geval is nadere actie gewenst. Te denken valt dan bijvoorbeeld aan het instellen van een (voorlopig) getuigenverhoor of het afdwingen van het verkrijgen van inzage in bepaalde documenten die zich bij de wederpartij bevinden (exhibitieplicht).
Wij zoeken graag met u naar de mogelijkheden om uw bewijsprobleem op te lossen.
Soms ontstaat er in een onderneming een intern geschil tussen aandeelhouders of tussen het bestuur en (enkele) aandeelhouders. Dit kan bijvoorbeeld gaan over de te volgen strategie van de onderneming. In dat geval kan aan de Ondernemingskamer, een speciaal daarvoor geëquipeerde afdeling van het Hof Amsterdam -- bij ons kantoor om de hoek -- een onderzoek naar de gang van zaken binnen de onderneming worden gevraagd. Zo'n onderzoek kan worden voorafgegaan door het vragen van voorlopige voorzieningen, zoals het schorsen van een bestuurder voor de duur van de procedure of het tijdelijk ontnemen van het stemrecht van een aandeelhouder.
Wij denken graag mee over de voor uw situatie passende oplossing.