Praktijkgebieden: Omgevingsrecht
Onlangs heeft de minister van Infrastructuur en Milieu het wetsvoorstel Plattelandswoningen aan de Tweede Kamer aangeboden. Het wetsvoorstel voorziet er in dat bij het vaststellen van de mate van milieubescherming niet langer het feitelijk gebruik van het gebouw, maar de planologische status ervan doorslaggevend is. Hoewel de naam van het wetsvoorstel doet vermoeden dat het hier slechts om plattelandswoningen gaat, heeft het wetsvoorstel een groter bereik. Elk gebouw waarin het feitelijk gebruik afwijkt van de planologische status valt onder de reikwijdte van het wetsvoorstel. Het kan hier gaan om gebouwen op bedrijventerreinen die als bedrijfswoning gebruikt worden, maar hetzelfde geldt ook voor gebouwen met bijvoorbeeld een kantoor- of bedrijfsbestemming die in de praktijk als woning worden gebruikt.
Onder de huidige wet- en regelgeving is het zo dat bij het vaststellen van de mate van milieubescherming bij bepaalde milieuwet- en regelgeving (waaronder geluidhinder, geurhinder, luchtkwaliteit) gekeken wordt naar het feitelijk gebruik dat van een gebouw wordt gemaakt. Wordt bijvoorbeeld een gebouw met kantoorbestemming gebruikt als woning dan wordt voor de mate van milieubescherming uitgegaan van het gebruik als woning. Dat het gebouw illegaal wordt bewoond is voor de milieubescherming niet relevant.
Deze kwalificatie is belangrijk daar voor woningen doorgaans een hogere mate van milieubescherming geldt. In het geval een bedrijf zich in de buurt van het gebouw dat als woning wordt gebruikt wenst te vestigen, gelden er strengere milieunormen. Dit leidt ertoe dat een milieuvergunning (voor zover deze is vereist)minder eenvoudig te verkrijgen is dan wel dat deze zelfs moet worden geweigerd. Bedrijven worden hierdoor beperkt in hun exploitatiemogelijkheden.
Aldus krijgen illegale situaties nu toch bescherming tegen negatieve milieueffecten. Met dit wetsvoorstel wil de minister dit voorkomen. Volgens de minister wordt het handelen in strijd met het planologisch regime op grond van de huidige wet- en regelgeving beloond. Andere belanghebbenden, bijvoorbeeld dus bedrijven, kunnen hierdoor nadeel leiden. Voor die situaties maakt dit wetsvoorstel hieraan een einde: illegaal bewoonde panden zonder woonbestemming worden dus niet meer beschermd.
Om te bereiken dat het planologisch regime bepalend wordt voor de bescherming die een gebouw of functie geniet tegen negatieve milieueffecten wordt er in het kader van het beoordelen van een aanvraag om een milieuvergunning een koppeling gemaakt tussen milieu en het planologisch regime. Onder planologisch regime wordt verstaan datgene wat op grond van het bestemmingsplan of een ander ruimtelijk besluit (bijv. een vrijstelling) is toegestaan, inclusief de daarin opgenomen overgangsbepalingen. Dit laatste betekent dat situaties die niet in overeenstemming zijn met de bestemming, maar op grond van het overgangsrecht wel zijn toegelaten, gewoon vallen onder het planologisch regime. Het gebruik is dan immers toegestaan op grond van de overgangsbepalingen.
Het wetsvoorstel zal er voorts toe leiden dat een aantal begripsbepalingen wordt aangepast. Zo wordt in de huidige Wet geluidhinder onder het begrip 'woning' verstaan “een gebouw dat voor bewoning gebruikt wordt of daartoe bestemd is”. Na implementatie van het wetsvoorstel wordt de definitie enkel gericht op het planologisch regime om te bepalen of een gebouw daadwerkelijk als woning dient te worden beschouwd.
Zover is het echter nog niet. Het voorstel ligt nu bij de Tweede Kamer voor behandeling. Er zal dus nog enige tijd over heen gaan voordat het voorstel als wetgeving is geïmplementeerd.
Yordy Soffner is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot onderstaande contactpersoon van het praktijkgebied omgevingsrecht.
Door het leggen van conservatoir (derden) beslag worden vermogensbestanddelen van een wederpartij per direct bevroren. Er kan geen overdracht meer plaatsvinden en in bepaalde gevallen kunnen vermogensbestanddelen zelfs elders in bewaring worden gegeven. Deze actie kan druk zetten op de wederpartij waardoor een snelle oplossing kan worden bereikt.
Beslaglegging moet wel altijd worden gevolgd door een bodem of arbitrage procedure, tenzij eerder een buitengerechtelijke oplossing wordt bereikt.
Onterecht leggen van beslag moet worden voorkomen; het kan leiden tot een schadevergoedingsactie.
Wij onderzoeken graag of dit rechtsmiddel in uw situatie tot een spoedige oplossing kan leiden.
Snel een uitspraak nodig van de rechter over een bepaalde urgente situatie? In dat geval is een kort geding een oplossing voor uw situatie. De rechter geeft een voorlopig oordeel waaraan partijen zich al dan niet op straffe van een dwangsom dienen te houden.
Wij denken graag mee over de voor uw situatie passende juridische oplossing.
Dit is in het civiele en bestuurlijke recht de procedure die (al dan niet na hoger beroep) leidt tot een definitieve beslechting van het geschil. Anders dan in een kort geding ligt de nadruk hier veel meer op een schriftelijke uitwisseling van processtukken.
Wij onderzoeken graag of dit de aangewezen procedure is voor uw geschil.
Een partij die zich beroept op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde feiten of rechten moet deze bewijzen. Voorafgaand aan iedere gewenste procedure moet derhalve de bewijspositie worden bekeken.
Soms is het bewijs nog niet voldoende in handen van de cliënt. In dat geval is nadere actie gewenst. Te denken valt dan bijvoorbeeld aan het instellen van een (voorlopig) getuigenverhoor of het afdwingen van het verkrijgen van inzage in bepaalde documenten die zich bij de wederpartij bevinden (exhibitieplicht).
Wij zoeken graag met u naar de mogelijkheden om uw bewijsprobleem op te lossen.
Soms ontstaat er in een onderneming een intern geschil tussen aandeelhouders of tussen het bestuur en (enkele) aandeelhouders. Dit kan bijvoorbeeld gaan over de te volgen strategie van de onderneming. In dat geval kan aan de Ondernemingskamer, een speciaal daarvoor geëquipeerde afdeling van het Hof Amsterdam -- bij ons kantoor om de hoek -- een onderzoek naar de gang van zaken binnen de onderneming worden gevraagd. Zo'n onderzoek kan worden voorafgegaan door het vragen van voorlopige voorzieningen, zoals het schorsen van een bestuurder voor de duur van de procedure of het tijdelijk ontnemen van het stemrecht van een aandeelhouder.
Wij denken graag mee over de voor uw situatie passende oplossing.