Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Bestuursrecht
Annejet Lamme, 13/07/2011

Kerkklokken aan banden

Vandaag heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in een geoordeeld geoordeeld dat regulering van de duur en het geluidsni-veau van klokgelui in een gemeentelijke verordening geoorloofd is. De grondwettelijke vrijheid van godsdienst impliceert niet de vrijheid tot kerkklokgelui van elke duur en met elk geluidsvolume.

In deze zaak ging het om een Tilburgse pastoor die om 7.15 de klokken luidde. Dit was in strijd met het verbod in de APV om:

“tussen 23.00 uur en 7.30 uur door middel van klokgelui dan wel op andere wijze op te roepen tot gebed in de zin van artikel 10 Wet openbare manifestaties , met een geluidsniveau van meer dan 10 dB boven de normen van het Activiteitenbesluit en meer dan 10 dB boven het referen-tieniveau van de omgeving.”

De gemeenteraad had gemotiveerd waarom is gekozen voor de betrokken periode (bescherming van de nachtrust) en zachter luiden mag wel.

Wettelijk kader
Het wettelijk kader voor klokgelui vanwege het oproepen tot het belijden van godsdienst en klokgelui vanwege tijdsaanduiding of melodie (carillon) verschilt.

Klokgelui voor belijden godsdienst
Het Activiteitenbesluit (in kader Wet milieubeheer) laat het geluid ten behoeve van het oproepen tot het belijden van godsdienst buiten beschouwing. De Wet openbare manifestaties (Wom) staat klokgelui ter gelegenheid van godsdienstige en levensbe-schouwelijke plechtigheden toe, alsmede het oproepen tot het belijden van godsdienst en levensovertuiging. Maar; de gemeenteraad is bevoegd ter zake regels te stellen met betrekking tot duur en geluidsniveau (art. 10 Wom). De Afdeling heeft in bovengenoem-de uitspraak een verbod tussen 23.00 en 7.30 uur om boven een bepaald geluidsniveau klokken te luiden rechtmatig bevonden.

Klokgelui voor tijdsaanduiding en carillon
Uit een uitspraak uit 2006 van de Afdeling was al duidelijk dat het periodiek bespelen van carillon moet worden aangemerkt als een inrichting (voor het beoefenen van muziek) in de zin van de Wet milieubeheer, gezien de speelduur en de frequentie waarmee wordt gespeeld, waardoor een zekere bestendigheid bestaat van de op de buitenwereld gerichte en voor het publiek waarneembare bespeling van het carillon. Volgens de Afdeling is dit een bedrijvigheid “alsof zij bedrijfsmatig is”. Aan de milieuvergunning konden voorschriften gesteld worden met betrekking tot de speeltijd.

Nadien is het Activiteitenbesluit in werking getreden. Het ten gehore brengen van onversterkte muziek is uitgezonderd van toetsing aan landelijke geluidsnormen. Dit betekent dat klokgelui in beginsel is toegestaan, tenzij de gemeenteraad ter voorkoming van geluidhinder regels maakt.

In veel gemeenten is in de Algemene plaatselijke verordening (APV) opgenomen dat het verboden is om buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer handelingen te verrichten op zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidshin-der wordt veroorzaakt. Zo ook in de gemeente Bathmen. In de uitspraak van de Afdeling d.d. 23 maart jl. was overwogen dat een carillon wel een inrichting is in de zin van de Wm en dat carillonmuziek onversterkte muziek als bedoeld in het Activiteitenbesluit is. In de gemeente Bathmen gold geen regeling voor het ten gehore brengen van onversterkte muziek in inrichtingen. Daarom was handhaving niet mogelijk. Voor carillons moeten dus nadere regels gesteld worden door de gemeen-teraad. Anders zijn ze toegestaan.

Tegen algemene verbindende voorschriften in de APV staat geen bezwaar en beroep open. Indirect kan via bezwaar tegen een handhavingsbesluit wel getoetst worden of de algemene regel in de APV verbindend is, zoals in de uitspraak van vandaag. In het bestuursrecht kan een regel die verpakt is in een algemene regeling (APV) en algemeen geformuleerd lijkt, toch een rechtstreeks voor bezwaar vatbaar besluit blijken. Een voorbeeld hiervan is bezwaar tegen een bepaling in de APV van de Gemeente Weesp waarin stond dat het klinken van het carillon geen verboden geluidhinder was. Omwo-nenden maakten met succes bezwaar tegen deze bepaling. Eerst oordeelde de rechtbank Amsterdam dat bezwaar mogelijk was aangezien de bepaling geen algemeen verbindend voorschrift betrof, omdat de bepaling zag op het enige in Weesp staande carillon. Vervolgens besliste de gemeenteraad op 23 juni jl. dat het carillon in de nachtelijke uren uit moet. Of tegen dit besluit zal worden geappelleerd is nog onbekend. De kans van slagen lijkt mij klein.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Annejet Lamme is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van dit artikel kunt u zich wenden tot één van de advocaten binnen het praktijkgebied Bestuursrecht

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten