Praktijkgebieden: Arbeidsrecht
Voor veel mensen is het een droom: het winnen van de hoofdprijs in een televisieprogramma. Mensen doen, getuige de vele programma's op de televisie, dan ook mee met de vreemdste programma's waar ze tot het uiterste gaan om die mooie prijs te bemachtigen. We kennen allemaal wel een programma waar men afgezonderd op een eiland allerlei ontberingen moet ondergaan, gevaarlijke stunts moet doen, oneindig in een huis moeten zitten om medebewoners weg te pesten of ondefinieerbaar voedsel tot zich moeten nemen. Niet verbazingwekkend dat de uiteindelijke winnaar van het programma dolgelukkig is wanneer de felbegeerde prijs is binnengehaald. Althans dat is hij/zij tot de fiscus om de hoek komt kijken. Dan kan het zomaar zijn dat in plaats van de verwachte 25% aan kansspelbelasting “opeens” bijna de helft van het prijzengeld naar de belastingdienst gaat omdat deze van mening is dat de overeenkomst van opdracht met de televisieomroep is aan te merken als arbeidsovereenkomst.
Dit overkwam Jaap “Terror” Amesz, winnaar van het omstreden programma “De Gouden Kooi” die van zijn prijzengeld van € 1.351000,- een bedrag ad € 453.923,30 naar de fiscus zag verdwijnen. Het betrof een programma waarin een groep kandidaten langdurig in een luxe villa verbleven waarbij de laatst overgebleven kandidaat de hoofdprijs zou winnen. De hoofdprijs was in eerste instantie de villa waarin men verbleef maar werd, naar verluidt vanwege de tegenvallende resultaten, later een geldbedrag dat bestond uit een vast bedrag van € 1.000.000,- en daarnaast een flexibel bedrag van € 1.000,- voor elke dag dat de kandidaat in de villa was verbleven.
De deelnemers van de Gouden Kooi hadden voor de deelname aan het programma een overeenkomst van opdracht gesloten met televisie omroep Talpa. Daarin was bepaald dat de deelnemers vrij waren om invulling te geven aan hun verblijf in het huis maar dat men wel gebonden was aan de huisregels en aan de concrete instructies van de omroep. Voor deelname aan het programma betaalden de deelnemers € 10.000,- ter dekking van te maken kosten voor levensonderhoud. De deelnemers ontvingen dan wel een vergoeding van € 1.000,- netto per maand waarop loonheffing en sociale premies werden ingehouden voor de periode dat zij in de villa verbleven.
De winnaar ging er, gelet op de gesloten overeenkomst van opdracht en het feit dat eerst de villa en later een geldbedrag de hoofdprijs was, vanuit dat de prijs zou worden belast onder de kansspelbelasting. Dat liep dus anders: de omroep hield, op verzoek van de fiscus, loonheffing en premies in op het gewonnen geldbedrag omdat de prijs was aan te merken als voordeel uit de dienstbetrekking. Een opmerkelijke beslissing van de belastingdienst omdat deze daarmee afweek van het UWV die eerder had geoordeeld dat geen sprake was van een dienstbetrekking in het kader van een WW-aanvraag van een ex-deelneemster die een WW-uitkering had aangevraagd. Het UWV en de belastingdienst oordeelden dus over precies dezelfde verhouding terwijl het een vergelijkbaar beoordelingskader betreft.
Beide zaken kwamen voor de rechter. De uitkeringskwestie bij de rechtbank Zwolle en de belastingkwestie bij de rechtbank Den Haag. Beide rechtbanken kwamen tot de conclusie dat sprake was van een dienstbetrekking. De rechtbank Den Haag overwoog daartoe dat aan alle elementen was voldaan: er was sprake van het persoonlijk verrichten van arbeid, van betaling van loon (te weten de € 1.000,- vergoeding) alsmede van een gezagsverhouding. Want zo oordeelde de rechtbank, wanneer de deelnemers zich niet hielden aan de instructies kon de omroep de deelnemer verzoeken de villa te verlaten en tot een jaar na beëindiging van het programma waren de deelnemers gehouden zich beschikbaar te houden voor allerlei (commerciële) nevenactiviteiten. Dat er ook oneigenlijke elementen waren die niet thuishoren in een dienstbetrekking (zoals het betalen van een eigen bijdrage van € 10.000,-) doet voor de rechtbank niet ter zake.
Ook de rechtbank Zwolle overwoog eerder dienoveenkomstig, waarbij de rechtbank nog opmerkte dat de deelnemer tijdens de relatie volledig economisch afhankelijk was van de omroep, geen werkzaamheden mocht verrichten voor andere werkgevers en zij 24 uur voor de omroep beschikbaar moest zijn.
Er zijn vraagtekens te plaatsen bij deze uitspraken; de deelnemers zijn immers geen acteurs en mochten zelf bepalen hoe zij invulling gaven aan hun “rol” in het programma. Dat er daarbij algemene instructies gegeven konden worden, is niet bepalend, die worden immers ook in het kader van een opdracht verstrekt. In hoeverre kan dan van een gezagsverhouding gesproken worden, is nog maar de vraag. Dat geldt te meer wanneer er toch wel zeer a typische elementen zijn zoals een eigen bijdrage van € 10.000,-. Je zou kunnen stellen dat de deelnemers toch een risico nemen dat gelijk te stellen is met een bedrijfsrisico. Het is dan ook afwachten of er hoger beroep wordt ingesteld wordt in beide zaken en zo wat daaruit komt. Het is helemaal interessant omdat het dan verschillende hoger beroepsorganen zou betreffen; de Centrale Raad van Beroep inzake de uitkeringskwestie en het Hof in de belastingskwestie.
Mogelijk wordt vervolgd, maar voor iedere deelnemer aan televisieprogramma's nu: reken u dus niet al te rijk als u wint!
Fleur Costa Baiôa is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot onderstaande contactpersoon van het praktijkgebied arbeidsrecht.
Door het leggen van conservatoir (derden) beslag worden vermogensbestanddelen van een wederpartij per direct bevroren. Er kan geen overdracht meer plaatsvinden en in bepaalde gevallen kunnen vermogensbestanddelen zelfs elders in bewaring worden gegeven. Deze actie kan druk zetten op de wederpartij waardoor een snelle oplossing kan worden bereikt.
Beslaglegging moet wel altijd worden gevolgd door een bodem of arbitrage procedure, tenzij eerder een buitengerechtelijke oplossing wordt bereikt.
Onterecht leggen van beslag moet worden voorkomen; het kan leiden tot een schadevergoedingsactie.
Wij onderzoeken graag of dit rechtsmiddel in uw situatie tot een spoedige oplossing kan leiden.
Snel een uitspraak nodig van de rechter over een bepaalde urgente situatie? In dat geval is een kort geding een oplossing voor uw situatie. De rechter geeft een voorlopig oordeel waaraan partijen zich al dan niet op straffe van een dwangsom dienen te houden.
Wij denken graag mee over de voor uw situatie passende juridische oplossing.
Dit is in het civiele en bestuurlijke recht de procedure die (al dan niet na hoger beroep) leidt tot een definitieve beslechting van het geschil. Anders dan in een kort geding ligt de nadruk hier veel meer op een schriftelijke uitwisseling van processtukken.
Wij onderzoeken graag of dit de aangewezen procedure is voor uw geschil.
Een partij die zich beroept op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde feiten of rechten moet deze bewijzen. Voorafgaand aan iedere gewenste procedure moet derhalve de bewijspositie worden bekeken.
Soms is het bewijs nog niet voldoende in handen van de cliënt. In dat geval is nadere actie gewenst. Te denken valt dan bijvoorbeeld aan het instellen van een (voorlopig) getuigenverhoor of het afdwingen van het verkrijgen van inzage in bepaalde documenten die zich bij de wederpartij bevinden (exhibitieplicht).
Wij zoeken graag met u naar de mogelijkheden om uw bewijsprobleem op te lossen.
Soms ontstaat er in een onderneming een intern geschil tussen aandeelhouders of tussen het bestuur en (enkele) aandeelhouders. Dit kan bijvoorbeeld gaan over de te volgen strategie van de onderneming. In dat geval kan aan de Ondernemingskamer, een speciaal daarvoor geëquipeerde afdeling van het Hof Amsterdam -- bij ons kantoor om de hoek -- een onderzoek naar de gang van zaken binnen de onderneming worden gevraagd. Zo'n onderzoek kan worden voorafgegaan door het vragen van voorlopige voorzieningen, zoals het schorsen van een bestuurder voor de duur van de procedure of het tijdelijk ontnemen van het stemrecht van een aandeelhouder.
Wij denken graag mee over de voor uw situatie passende oplossing.