Praktijkgebieden: Arbeidsrecht
Privacy is een regelmatig terugkerend onderwerp van discussie, en met name in de relatie met toezicht, handhaving, veiligheid, enzovoorts. Cameratoezicht, het meeluisteren met telefoongesprekken, screenen van e-mail, de techniek maakt het mogelijk en de tijd lijkt er om te vragen. Ook in werkrelaties is het een vaak terugkomende vraag: hoe ver mag je gaan?
Die vraag dringt zich weer eens op bij het lezen van een artikel op de site van Webwereld, dat onder meer nieuws op het gebied van ICT en ontwikkelingen daarin brengt. Webwereld meldde gisteren een sterke stijging in de omzet van spionagesoftware, software waarmee computerhandelingen, e-mails en telefoongesprekken van computergebruikers kan worden gevolgd. Webwereld noemt met name een softwarepakket waarmee begin van dit jaar Jerome Kerviel werd ontmaskerd – de effectenhandelaar bij Société Générale, die een bedrag van 4,9 miljard euro had verloren met transacties waar verder niemand van wist.
Het is overigens geen nieuw onderwerp – wij schreven op deze plek al eens over het observeren van een medewerker om te zien of hij echt wel ziek was, en over heimelijk cameratoezicht op de werkvloer.
Terug naar de vraag: hoe ver mag je gaan? Meer in het bijzonder: mag je als werkgever gebruik maken van dit soort spionagesoftware? Zoals zo vaak luidt het antwoord ja en nee. Nee, omdat je als werkgever niet heimelijk inbreuk mag maken op de privacy van je werknemers. Als je al toezicht pleegt, moet je dit tevoren melden. Vervolgens mag je dan overigens wel gebruik maken van heimelijke middelen. Het is overigens – uiteraard – een onderwerp waarover met de ondernemingsraad zal moeten worden gesproken. Ja evenwel, omdat in de praktijk vaak blijkt dat als je als werkgever op deze manier belastende informatie over een werknemer boven tafel krijgt, de rechter in een ontslagzaak vaak wel geneigd zal zijn dat bewijsmateriaal toch te betrekken bij de zaak. Hoe je aan de informatie bent gekomen lijkt dan minder relevant, hoewel de rechter uiteraard wel de verhoudingen in de gaten houdt: de ernst van de verdenking, de mogelijkheid op een andere manier bewijs te krijgen, en de mate van inbreuk spelen allemaal een rol in de toelaatbaarheid.
Maar er zijn uiteraard meer aspecten aan dit onderwerp dan alleen wat je er mee kunt in een ontslagzaak. Lang voor je aan een ontslagzaak bezig bent, ben je al bezig met het bespioneren van je werknemers, die daar – ik denk: terecht – bezwaar tegen kunnen hebben. Het kan je als bedrijf op klachten en boetes komen te staan bij het College Bescherming Persoonsgegevens, bij de civiele rechter, en zelfs bij de strafrechter. Inbreuk op privacy is tot op zekere hoogte noodzakelijk, maar het is een serieus onderwerp dat het ook verdient serieus genomen te worden. Ons advies: niet zomaar doen dus, maar goed voorbereiden.
Arco Siemons is niet meer werkzaam bij Wieringa Advocaten. Indien u een vraag heeft naar aanleiding van deze blog dan kunt u zich wenden tot onderstaande contactpersoon van het praktijkgebied arbeidsrecht.
Door het leggen van conservatoir (derden) beslag worden vermogensbestanddelen van een wederpartij per direct bevroren. Er kan geen overdracht meer plaatsvinden en in bepaalde gevallen kunnen vermogensbestanddelen zelfs elders in bewaring worden gegeven. Deze actie kan druk zetten op de wederpartij waardoor een snelle oplossing kan worden bereikt.
Beslaglegging moet wel altijd worden gevolgd door een bodem of arbitrage procedure, tenzij eerder een buitengerechtelijke oplossing wordt bereikt.
Onterecht leggen van beslag moet worden voorkomen; het kan leiden tot een schadevergoedingsactie.
Wij onderzoeken graag of dit rechtsmiddel in uw situatie tot een spoedige oplossing kan leiden.
Snel een uitspraak nodig van de rechter over een bepaalde urgente situatie? In dat geval is een kort geding een oplossing voor uw situatie. De rechter geeft een voorlopig oordeel waaraan partijen zich al dan niet op straffe van een dwangsom dienen te houden.
Wij denken graag mee over de voor uw situatie passende juridische oplossing.
Dit is in het civiele en bestuurlijke recht de procedure die (al dan niet na hoger beroep) leidt tot een definitieve beslechting van het geschil. Anders dan in een kort geding ligt de nadruk hier veel meer op een schriftelijke uitwisseling van processtukken.
Wij onderzoeken graag of dit de aangewezen procedure is voor uw geschil.
Een partij die zich beroept op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde feiten of rechten moet deze bewijzen. Voorafgaand aan iedere gewenste procedure moet derhalve de bewijspositie worden bekeken.
Soms is het bewijs nog niet voldoende in handen van de cliënt. In dat geval is nadere actie gewenst. Te denken valt dan bijvoorbeeld aan het instellen van een (voorlopig) getuigenverhoor of het afdwingen van het verkrijgen van inzage in bepaalde documenten die zich bij de wederpartij bevinden (exhibitieplicht).
Wij zoeken graag met u naar de mogelijkheden om uw bewijsprobleem op te lossen.
Soms ontstaat er in een onderneming een intern geschil tussen aandeelhouders of tussen het bestuur en (enkele) aandeelhouders. Dit kan bijvoorbeeld gaan over de te volgen strategie van de onderneming. In dat geval kan aan de Ondernemingskamer, een speciaal daarvoor geëquipeerde afdeling van het Hof Amsterdam -- bij ons kantoor om de hoek -- een onderzoek naar de gang van zaken binnen de onderneming worden gevraagd. Zo'n onderzoek kan worden voorafgegaan door het vragen van voorlopige voorzieningen, zoals het schorsen van een bestuurder voor de duur van de procedure of het tijdelijk ontnemen van het stemrecht van een aandeelhouder.
Wij denken graag mee over de voor uw situatie passende oplossing.