Opbouw, verval en verjaring van vakantiedagen: hoe zat het ook alweer?
In deze blogserie bespreken wij arbeidsrechtelijke onderwerpen waar u als HR-professional dagelijks mee te maken heeft. Aan de hand van praktische voorbeelden en heldere uitleg bieden wij u houvast bij het toepassen van complexe arbeidsrechtelijke regels in de dagelijkse HR-praktijk.
In deze blog gaan wij in op de spelregels rondom de opbouw, het verval en de verjaring van vakantiedagen: hoe zat het ook alweer?
De opbouw van wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen
Werknemers hebben jaarlijks recht op een wettelijk aantal vakantiedagen. Dit aantal is gelijk aan 4 keer het aantal gewerkte uren per week. Werkt een werknemer 40 uur per week, dan heeft de werknemer recht op 160 vakantie-uren per jaar. Dit staat gelijk aan 20 vakantiedagen per jaar.
Als een werknemer meer vakantiedagen opbouwt dan dit wettelijke aantal, dan spreken we van bovenwettelijke vakantiedagen. Afspraken hierover staan in de arbeidsovereenkomst of in de cao.
Verval van wettelijke vakantiedagen: 6 maanden
Wettelijke vakantiedagen vervallen in principe zes maanden na het einde van het kalenderjaar waarin de vakantie is opgebouwd, tenzij in een cao of individuele arbeidsovereenkomst een langere termijn is afgesproken. Dit betekent dat de dagen die in 2025 zijn opgebouwd op 1 juli 2026 vervallen. De werkgever moet werknemers daadwerkelijk in staat stellen om vakantie op te nemen en hen wijzen op de vervaltermijn van de opgebouwde vakantiedagen. Deze verplichting gaat niet zo ver dat de werkgever de werknemer moet verplichten om op vakantie te gaan, maar de werkgever moet de werknemer wel actief en duidelijk informeren over zijn vakantierechten én hem aansporen om voldoende vakantie op te nemen.
Verjaring van bovenwettelijke vakantiedagen: termijn van 5 jaar
Bovenwettelijke vakantiedagen vervallen niet na zes maanden, maar verjaren pas vijf jaar na de laatste dag van het kalenderjaar waarin die dagen zijn opgebouwd. Dit betekent dat vakantiedagen die in 2025 zijn opgebouwd op 1 januari 2031 verjaren. Overigens kan ook van deze termijn worden afgeweken in de arbeidsovereenkomst of in de cao. In tegenstelling tot wettelijke vakantiedagen mogen bovenwettelijke vakantiedagen gedurende het dienstverband door de werkgever aan de werknemer worden uitbetaald.
Opbouw en opname van vakantiedagen tijdens ziekte
Een zieke werknemer blijft vakantiedagen opbouwen tijdens ziekte. Dit geldt in ieder geval voor wettelijke vakantiedagen. Voor bovenwettelijke vakantiedagen kunnen afwijkende afspraken worden gemaakt, die opnieuw worden vastgelegd in de arbeidsovereenkomst of in de cao.
Kan een zieke werknemer ook vakantiedagen opnemen tijdens ziekte? Ja, dat kan. De werknemer moet dan voorafgaand aan de vakantie toestemming hebben van zowel de bedrijfsarts als de werkgever. De vakantie mag het herstel en de re-integratie van de werknemer namelijk niet belemmeren. Voor het daadwerkelijk afboeken van deze vakantiedagen moet de werknemer vervolgens opnieuw toestemming geven.
Opbouw van vakantiedagen tijdens verlof
Tijdens onbetaald verlof bouwen werknemers geen vakantiedagen op. Tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof en geboorteverlof is dat anders: dan bouwen werknemers gewoon volledig vakantiedagen op. Hetzelfde geldt voor kortdurend en langdurend zorgverlof. Voor ouderschapsverlof geldt dat werknemers alleen dagen opbouwen tijdens de betaalde weken – dat zijn de eerste negen weken.
Uitbetaling bij het einde van het dienstverband
Bij het einde van het dienstverband heeft de werknemer recht op uitbetaling van de resterende, niet-opgenomen vakantiedagen. Dit geldt zowel voor wettelijke als voor bovenwettelijke vakantiedagen. De uitbetaling vindt plaats op basis van het op dat moment geldende uurloon van de werknemer.
In een vaststellingsovereenkomst kunnen hierover andere afspraken worden gemaakt. In de praktijk komt het regelmatig voor dat de vakantiedagen van een werknemer als genoten worden geacht wanneer deze werknemer tot de einddatum van de arbeidsovereenkomst wordt vrijgesteld van werk. In dat geval worden de resterende vakantiedagen niet uitbetaald.
Een werkgever is verplicht bij het einde van het dienstverband een schriftelijke verklaring af te geven waaruit blijkt hoeveel vakantiedagen de werknemer nog tegoed heeft of heeft opgenomen. Hiermee wordt voorkomen dat discussie ontstaat over het resterende saldo.
Wettelijke vakantiedagen mogen niet worden uitbetaald tijdens het dienstverband. Bij het einde van het dienstverband vervalt dit verbod en moet de werkgever de openstaande uren vergoeden. Bovenwettelijke vakantiedagen mogen ook tijdens het dienstverband worden uitbetaald, zoals wij hierboven al schreven, maar als ze bij het einde van het dienstverband nog openstaan, geldt uiteraard ook daarvoor de uitbetalingsverplichting.