icon

Schaarse vergunningen: transparantieverplichting omvat geen ingangsdatum

Bij schaarse vergunningen rust op het bestuur een transparantieverplichting, maar hoe ver reikt die? Moet een bestuursorgaan dat een streefdatum noemt in een aankondiging, zich daaraan houden? De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt van niet (ECLI:NL:RVS:2026:2738) maar oordeelt tegelijkertijd dat de burgemeester het zorgvuldigheidsbeginsel wél had geschonden door een ingangsdatum te hanteren waarop de vergunninghouder helemaal niet kon starten.

Achtergrond: aanvraag voor een speelautomatenhal

Op 10 februari 2020 maakte de burgemeester bekend dat aanvragen konden worden ingediend voor een schaarse exploitatievergunning voor speelautomatenhallen, met als streefdatum voor de ingangsdatum 1 oktober 2020 (of bij vertraging: 1 januari 2021). RTTG diende op 15 mei 2020 een aanvraag in voor zowel een exploitatievergunning als een aanwezigheidsvergunning voor 81 kansspelautomaten.

De burgemeester verleende de exploitatievergunning op 4 december 2020 met ingangsdatum 1 januari 2021. Op die datum kon RTTG echter niet starten: de aanwezigheidsvergunning — eveneens vereist voor exploitatie — werd pas op 20 mei 2021 verleend. Ook de benodigde omgevingsvergunning was er op 1 januari 2021 nog niet.

Eerste vraag: bindt een streefdatum de burgemeester?

De rechtbank had geoordeeld dat de burgemeester vanwege het transparantievereiste bij schaarse vergunningen gebonden was aan de in de aankondiging genoemde datum van 1 januari 2021. De Afdeling volgt dat oordeel niet.

De transparantieverplichting bij schaarse vergunningen vloeit voort uit het gelijkheidsbeginsel en strekt ertoe gelijke kansen te bieden aan potentiële gegadigden (ECLI:NL:RVS:2016:2927). Zij verplicht het bestuur tot openheid over de beschikbaarheid van de vergunning, de verdelingsprocedure, het aanvraagtijdvak en de toe te passen criteria. De ingangsdatum valt daar niet onder: het is geen wezenlijke voorwaarde om gelijke kansen te creëren voor gegadigden. Bovendien was de genoemde datum uitdrukkelijk een streefdatum — geen bindende toezegging — en had de aankondiging een informatief karakter zonder rechtsgevolg. De rechtbank had de burgemeester op dit punt ten onrechte gebonden geacht aan die datum.

Tweede vraag: had het zorgvuldigheidsbeginsel tot een andere datum moeten leiden?

Op dit punt krijgt RTTG ook gelijk. De burgemeester verleende de exploitatievergunning met ingangsdatum 1 januari 2021, terwijl de aanwezigheidsvergunning — die hij zelf moest verlenen — pas op 20 mei 2021 werd afgegeven. De vertraging was te wijten aan personeelstekort bij de gemeente: een omstandigheid die voor rekening en risico van de burgemeester komt. RTTG kon de lange behandelduur niet voorzien en kon daar dus geen rekening mee houden bij de inrichting van haar aanvraagstrategie.

Het verweer van de burgemeester dat RTTG ook een omgevingsvergunning nodig had — die zij pas aanvroeg nadat de exploitatievergunning was verleend — doet hieraan niet af. Die omstandigheid staat los van de eigen verantwoordelijkheid van de burgemeester om tijdig te beslissen op de aanvraag voor de aanwezigheidsvergunning. De Afdeling lijkt daarmee begrip te tonen voor het feit dat RTTG de omgevingsvergunning pas aanvroeg nadat zekerheid over de exploitatie was ontstaan.

Uitkomst: opnieuw beslissen met correcte ingangsdatum

De Afdeling vernietigt zowel de uitspraak van de rechtbank als het bestreden besluit wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. De burgemeester moet opnieuw beslissen op het bezwaar van RTTG. De ingangsdatum moet zodanig worden vastgesteld dat RTTG de speelautomatenhal gedurende minimaal tien jaar kan exploiteren, waarbij de periode waarin zij al kon exploiteren wordt meegerekend.

Betekenis voor de praktijk

Deze uitspraak biedt twee heldere lessen. Ten eerste maakt de Afdeling duidelijk dat de transparantieverplichting bij schaarse vergunningen niet zo ver reikt dat een in een aankondiging genoemde streefdatum bindend wordt. Een informatieve vermelding van een beoogde ingangsdatum schept geen rechtens afdwingbare aanspraak.

Ten tweede onderstreept de uitspraak dat bij de verlening van schaarse vergunningen parallelle vergunningtrajecten — zoals een aanwezigheidsvergunning of omgevingsvergunning — zorgvuldig en tijdig moeten worden doorlopen. Vertraging in die trajecten door omstandigheden die aan het bestuursorgaan zijn toe te rekenen, kan consequenties hebben voor de ingangsdatum van de verleende vergunning en daarmee voor de schade die de vergunninghouder lijdt.

Heeft u vragen?

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Schaarse vergunningen: transparantieverplichting omvat geen ingangsdatum
Praktijkgebieden blogs
Auteurfilter blog