icon

Sjouwen met vuilniszakken: De Afdeling overweegt over voorzieningen in de openbare ruimte

Op 3 september 2025 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) een uitspraak (ECLI:NL:RVS:2025:4230) die raakt aan een herkenbaar bestuursrechtelijk vraagstuk: waar moeten de afvalcontainers staan en hoe ver moeten bewoners lopen om hun vuilniszakken weg te brengen? Ook geeft de uitspraak inzichten mee over de belangenafweging van de bestuursrechter bij de plaatsing van voorzieningen in de openbare ruimte. Een geschil dat het nieuws haalde.

Vervanging huis-aan-huis inzameling voor centraal inzamelsysteem stuit op bezwaren

Buitenplaats Ketelhaven is een voormalig recreatiepark dat inmiddels permanent wordt bewoond. Toen de gemeente Dronten besloot de afvalinzameling te herstructureren, werden de huis-aan-huis ingezamelde containers vervangen door een centraal inzamelsysteem met bovengrondse containers. Bij besluit is de locatie aan de Ketelweg, tussen de toegangsweg van de Buitenplaats en de watergang Roggebottocht (hierna: de locatie), aangewezen voor de plaatsing van vier bovengrondse containers. De stichting staat geen containers van de gemeente toe op haar gronden. Daarom heeft het college de locatie net buiten de Buitenplaats en ter hoogte van de in- en uitrit daarvan, het meest geschikt geacht.

Stichting Buitenplaats Ketelhaven (hierna: de stichting) vindt de aangewezen locatie niet geschikt voor bovengrondse containers. Voor sommige bewoners betekent dit dat zij 250 tot zelfs 500 meter moeten lopen met hun afvalzakken. Volgens hen is dat te ver, zeker voor ouderen of mindervaliden. Bovendien vonden zij dat de plaatsing verkeersgevaar oplevert bij het uitrijden van het park en vinden ze de containers op deze plek niet mooi. De stichting vocht het besluit aan.

Toetsingskader

Bij de keuze van een locatie op basis van de Verordening Fysieke Leefomgeving Dronten 2025 voor afvalcontainers moet het bestuursorgaan een afweging maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het locatieplan. Daarbij heeft het bestuursorgaan beleidsruimte. Dat betekent dat de Afdeling, aan de hand van de beroepsgronden, beoordeelt of de nadelige gevolgen van de aanwijzing van de locatie niet onevenredig zijn in verhouding tot de met de aanwijzing te dienen doelen. Daarbij beoordeelt zij of het bestuursorgaan de locatie geschikt heeft mogen achten voor de plaatsing van afvalcontainers.

Verkeersveiligheid

De stichting betoogt dat de locatie uit het oogpunt van verkeersveiligheid niet geschikt is. Door de afvalcontainers op de locatie zal het zicht vanaf de uitrit van de Buitenplaats op de Ketelweg worden belemmerd, stelt zij. Het college erkent dat het zicht op de Ketelweg vermindert door de afvalcontainers, maar volgens het college leidt dat er niet toe dat ter plaatse een verkeersonveilige situatie ontstaat. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat het college zich niet op dat standpunt kon stellen.

Esthetiek en gebruiksvriendelijkheid

Ook het argument dat de containers het parkachtige karakter van de entree zouden aantasten, houdt geen stand. De Afdeling acht de visuele impact beperkt en wijst op de aanwezige beplanting die veel aanzicht wegneemt. Het college heeft zich naar het oordeel van de Afdeling op het standpunt mogen stellen dat de gevolgen voor het aanzicht van de Buitenplaats aanvaardbaar zijn. Wat betreft de gebruiksvriendelijkheid van bovengrondse containers geldt dat deze in Dronten gangbaar zijn en geen ongerechtvaardigde ongelijke behandeling opleveren ten opzichte van ondergrondse varianten.

Loopafstand

Het college erkent dat de loopafstanden van en naar de locatie vanaf de woningen op de Buitenplaats groot zijn. Het college hanteert, zoals het op de zitting te kennen heeft gegeven, als vaste gedragslijn een maximale loopafstand van in principe 250 meter. De stichting heeft daarnaast niet betwist dat een locatie met kortere loopafstanden voor de bewoners buiten de Buitenplaats niet mogelijk is. De locatie die bij het besluit is aangewezen, is namelijk de locatie met de kortst mogelijke loopafstand vanaf de Buitenplaats die zich bevindt op grondgebied in eigendom van de gemeente. De stichting werkt zoals eerder gezegd ook niet mee aan de plaatsing van containers op de Buitenplaats.

Belang van de uitspraak

De uitkomst is weliswaar teleurstellend voor de bewoners, maar legt de verhoudingen tussen gemeentelijk bestuur en rechtspraak goed bloot. De Afdeling bevestigt nogmaals dat gemeenten beleidsvrijheid hebben bij de inrichting van de openbare ruimte. Bijkomende factor is ook dat de Afdeling de verantwoordelijkheid deels bij de grondeigenaar legt. Omdat de stichting zelf geen medewerking verleende aan een locatie op eigen terrein, lijkt de Afdeling zich maar moeilijk te laten bewegen tot een andere uitkomst.

Heeft u vragen?

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Sjouwen met vuilniszakken: De Afdeling overweegt over voorzieningen in de openbare ruimte

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief