Ontslag als bestuurder: wanneer is het ontslagbesluit aantastbaar?
Het ontslag van een bestuurder lijkt op het eerste gezicht eenvoudig: het bevoegde orgaan binnen de rechtspersoon neemt een ontslagbesluit en daarmee is de zaak afgedaan. De praktijk is echter weerbarstiger. Bij de voorbereiding en besluitvorming omtrent een ontslag moeten de wettelijke voorschriften, de statuten en de beginselen van redelijkheid en billijkheid worden nageleefd. Gebeurt dit niet? Dan is het ontslagbesluit mogelijk aantastbaar. In deze blog worden een aantal belangrijke aandachtspunten bij het ontslag van een bestuurder van een besloten vennootschap (“BV“) behandeld.
Het wettelijk kader: nietige en vernietigbare ontslagbesluiten
Boek 2 BW regelt welk orgaan van een rechtspersoon bevoegd is tot benoeming en ontslag van bestuurders. In het geval van een BV bepaalt artikel 2:244 in samenhang met artikel 2:242 BW dat in beginsel de algemene vergadering bevoegd is een bestuurder te allen tijde te schorsen of te ontslaan. In de statuten kan van deze wettelijke hoofdregel worden afgeweken. Het nemen van een ontslagbesluit komt dus in beginsel toe aan de algemene vergadering (de gezamenlijke aandeelhouders) en kan zowel in de algemene vergadering als buiten vergadering (artikel 2:238 BW) worden genomen. Boek 2 BW schrijft vereisten voor die in acht moeten worden genomen bij de besluitvorming. Worden deze niet in acht genomen? Dan ligt een nietig of vernietigbaar besluit op de loer.
Artikel 2:14 BW bepaalt dat een besluit nietig is indien het in strijd is genomen met de wet of statuten, tenzij uit de wet iets anders voortvloeit. Nietigheid is bijvoorbeeld het gevolg als fundamentele totstandkomingsbepalingen zijn geschonden bij de besluitvorming, zoals quorumvereisten, stemvereisten of belangrijke goedkeurings- of voordrachtsrechten. Een nietig besluit is van rechtswege ongeldig: het besluit heeft juridisch nooit bestaan, zonder dat rechterlijke tussenkomst vereist is. Een ieder kan zich op de nietigheid van een besluit beroepen en daarmee het besluit naast zich neerleggen. Dit is anders bij vernietigbaarheid.
Artikel 2:15 BW bepaalt dat een besluit van een orgaan van een rechtspersoon, onverminderd het elders in de wet omtrent de mogelijkheid van een vernietiging bepaalde, vernietigbaar is:
a. wegens strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen;
b. wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist;
c. wegens strijd met een reglement.
Een vernietigbaar besluit is een geldig besluit, maar kan – desgevorderd – door de rechter vernietigd worden. Tot dat moment blijft het besluit geldig en moet het besluit worden nageleefd. Wanneer een ontslagbesluit wordt vernietigd, heeft het ontslag juridisch gezien nooit plaatsgevonden en herleeft het bestuurderschap.
De raadgevende stem
Bestuurders (en commissarissen) hebben in de algemene vergadering een raadgevende stem, zo luidt artikel 2:227 lid 7 BW. Ook de bestuurders van wie het ontslag op de agenda staat, hebben in de algemene vergadering een raadgevende stem. De Hoge Raad heeft in de zaak HR Steenfabriek (ECLI:NL:HR:2025:978) herhaald dat besluitvorming door een orgaan van een rechtspersoon vereist dat allen die vergader- of stemrecht hebben of die een raadgevende stem hebben, in de gelegenheid zijn gesteld aan het daarop betrekking hebbende overleg deel te nemen, respectievelijk hun raadgevende stem te gebruiken, en, wat betreft de stemgerechtigden, aan de besluitvorming deel te nemen. Dit geldt zowel voor besluitvorming in als buiten vergadering.
De ratio van de raadgevende stem is dat bestuurders de aandeelhouders door het geven van hun visie op het voorgenomen besluit kunnen informeren en adviseren, zodat de aandeelhouders een weloverwogen beslissing kunnen nemen. Bestuurders moeten daarom worden uitgenodigd tot het bijwonen van de algemene vergadering en tijdens de vergadering voldoende in de gelegenheid worden gesteld om hun raadgevende stem te gebruiken. Handelen in strijd met dit voorschrift levert strijd op met de wettelijke en/of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen in de zin van artikel 2:15 lid 1, aanhef en onder a, BW. Deze sanctie geldt ook indien de bestuurder bijvoorbeeld ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of wanneer de uitkomst van de stemming niet anders zou zijn geweest.
Bij het uitoefenen van de raadgevende stem geldt dat de bestuurder zich moet richten naar het vennootschappelijk belang (artikel 2:239 lid 5 BW), ook al staat zijn eigen ontslag ter discussie. Dit is anders bij het hoorrecht.
Het hoorrecht
Een bestuurder wiens ontslag op de agenda staat, heeft het recht om te worden gehoord. In tegenstelling tot de raadgevende stem, dient het hoorrecht het privébelang van de bestuurder. Het hoorrecht vloeit voort uit de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 lid 1 BW. Dit artikel bepaalt dat een rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken, zich als zodanig jegens elkander moeten gedragen naar hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd.
Voorafgaand aan het ontslagbesluit moet de bestuurder in de gelegenheid worden gesteld om zich te verdedigen tegen het voorgenomen ontslag met inachtneming van een redelijke termijn. De wet schrijft niet exact voor wat een redelijke termijn is. Vaststaat dat de bestuurder voldoende voorbereidingstijd moet krijgen om zich te verweren. Wordt de hoorplicht niet in acht genomen, dan leidt dat tot een vernietigbaar besluit wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:15 lid 1 sub b BW.
De eisen van redelijkheid en billijkheid
Ook wanneer alle formele vereisten zijn gevolgd, kan een ontslagbesluit onder omstandigheden vernietigbaar zijn wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:15 lid 1 sub b BW. Bij het toetsen van een besluit aan artikel 2:15 lid 1 onder b BW is de maatstaf of het orgaan alle in aanmerking komende belangen naar redelijkheid en billijkheid tegen elkaar heeft afgewogen, waarbij geldt dat de rechter bij de beoordeling aan de hand van die maatstaf terughoudendheid betracht.
De rechter kijkt bij de beoordeling naar alle omstandigheden van het geval, waaronder de aanleiding voor het ontslag, de wijze waarop het ontslagbesluit tot stand is gekomen, de belangen van de bestuurder en de belangen van de vennootschap en haar stakeholders. Van strijd met de redelijkheid en billijkheid kan bijvoorbeeld sprake zijn in situaties waarin aandeelhouders misbruik maken van hun stemrecht of waarin een bestuurder zonder enige aanleiding of op onzorgvuldige wijze wordt ontslagen.
Conclusie: lessen voor de praktijk
Niet ieder ontslagbesluit dat is genomen door het aangewezen orgaan is onaantastbaar. Voor vennootschappen is een zorgvuldige voorbereiding van een ontslagbesluit essentieel. Daarbij verdient het aanbeveling om: (i) de wettelijke en statutaire bepalingen te controleren, (ii) de bestuurder tijdig en correct uit te nodigen tot het bijwonen van de algemene vergadering, (iii) de bestuurder te wijzen op zijn raadgevende stem en hoorrecht en (iv) de besluitvorming zorgvuldig vast te leggen. Een zorgvuldig voorbereid ontslagbesluit voorkomt langdurige procedures en biedt zowel de vennootschap als de bestuurder duidelijkheid.
Heeft u vragen over dit onderwerp of vermoed u dat een (ontslag)besluit niet op geldige wijze tot stand is gekomen? Neemt u dan gerust contact met ons op. Wij zijn u graag van dienst.