icon

Executie in het zicht van faillissement: geen pauliana

De faillissementspauliana is een krachtig instrument voor de curator om rechtshandelingen van de schuldenaar die kort voor het faillissement zijn verricht, terug te draaien ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers. Maar wat geldt als een betaling niet vrijwillig door de schuldenaar wordt verricht, maar via executoriaal beslag wordt verkregen? Die vraag stond centraal in een vonnis van 3 december 2025 van de kantonrechter van de Rechtbank Limburg (ECLI:NL:RBLIM:2025:12090). De kantonrechter oordeelt dat deze executiehandeling niet kan worden vernietigd met een beroep op de faillissementspauliana van artikel 47 Fw. In deze blog zetten wij de uitspraak, de juridische achtergrond en de betekenis voor de praktijk uiteen.

De kern van de zaak: executie na aanvraag faillissement

In de onderhavige procedure ging het om de situatie waarin een schuldeiser (tevens minderheidsaandeelhouder en voormalig bestuurder) op grond van een verstekvonnis een opeisbare vordering had op een schuldenaar (vennootschap). De schuldeiser had zelf het faillissement van de schuldenaar aangevraagd bij de rechtbank. Na de faillissementsaanvraag legde de schuldeiser executoriaal derdenbeslag onder de bank van de schuldenaar. De bank keerde vervolgens een bedrag aan de deurwaarder uit, die dit vervolgens aan de schuldeiser (beslaglegger) doorstortte. De volgende dag werd de schuldenaar failliet verklaard.

De curator van de inmiddels failliete schuldenaar stelde zich op het standpunt dat sprake was van een paulianeuze handeling en vernietigde buitengerechtelijk de betaling. Vervolgens vorderde de curator van de schuldeiser terugbetaling van het ontvangen bedrag aan de boedel. De curator baseerde zich daarbij op artikel 47 Fw (faillissementspauliana bij voldoening van opeisbare schulden). Volgens de curator was de betaling paulianeus, omdat de schuldeiser op het moment van ontvangst wist dat het faillissement van de schuldenaar reeds was aangevraagd; hij had dat faillissement immers zelf aangevraagd.

Artikel 47 Fw: de faillissementspauliana bij voldoening van opeisbare schulden

Artikel 47 Fw luidt als volgt:

  • “De voldoening door de schuldenaar aan een opeisbare schuld kan alleen dan worden vernietigd, wanneer wordt aangetoond, hetzij dat hij die de betaling ontving, wist dat het faillissement van de schuldenaar reeds aangevraagd was, en er geen sprake was van een schorsing van de behandeling van die aanvraag overeenkomstig de artikelen 3d, tweede lid, en 376, tweede lid, onder c hetzij dat de betaling het gevolg was van overleg tussen de schuldenaar en de schuldeiser, dat ten doel had laatstgenoemde door die betaling boven andere schuldeisers te begunstigen.”

De centrale vraag in deze zaak was of onder de term “voldoening door de schuldenaar” in artikel 47 Fw ook de situatie valt waarin een schuld via executie – na beslaglegging door een schuldeiser – wordt geïncasseerd, een vorm van betaling waar de schuldenaar geen zeggenschap over heeft.

De curator betoogde dat er geen wezenlijk onderscheid bestaat tussen een vrijwillige betaling door de schuldenaar en een betaling die via executiemaatregelen wordt verkregen. De kantonrechter komt tot een ander oordeel.

Het oordeel van de kantonrechter over art. 47 Fw en executie

De kantonrechter oordeelt op basis van de wetsgeschiedenis van artikel 47 Fw dat een betaling die door executie is verkregen, niet met een beroep op artikel 47 Fw kan worden aangetast, ook niet als de executerende schuldeiser weet dat het faillissement al is aangevraagd:

“Er is geen sprake geweest van voldoening van de vordering door de schuldenaar. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat dit een cruciale voorwaarde is en dat een andere uitleg in strijd komt met de bedoelingen van de wetgever. Daarnaast is in de toelichting op artikel 47 Fw ook nog eens expliciet bepaald dat dit een geval betreft dat door artikel 47 Fw onaangetast blijft. (…) Dat betekent dat de buitengerechtelijke vernietiging geen effect heeft gesorteerd. De vordering wordt afgewezen.”

De curator heeft hoger beroep ingesteld.

Betekenis voor de praktijk

Dit vonnis bevestigt een lijn in (de lagere) rechtspraak: Rechtbank Amsterdam 5 februari 2003, ECLI:NL:RBAMS:2003:AG8282 (TvI 2003, p. 96) en Rechtbank Oost-Brabant 25 februari 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:1410. In beide zaken is, met verschillende motiveringen, geoordeeld dat de executie niet op grond van artikel 47 Fw kan worden aangetast, omdat geen sprake is van een “voldoening door de schuldenaar” in de zin van de Faillissementswet.

Voor schuldeisers die weten dat het faillissement van hun schuldenaar is aangevraagd, bestaat er in de huidige stand van het recht mogelijk nog een laatste kans om vóór de faillietverklaring hun vordering voldaan te krijgen: de executie van een verkregen executoriale titel door beslaglegging en uitwinning. Deze executiemaatregelen worden – als aan de formele vereisten is voldaan – in beginsel niet vernietigd op grond van de faillissementspauliana van artikel 47 Fw. Dat onderstreept het belang van tijdig procederen, het snel verkrijgen van een executoriale titel en voortvarend beslag- en executiebeleid.

Wieringa is u graag van dienst

Wieringa Advocaten is uw specialist in faillissementsrecht, beslag en executie. Ons insolventieteam adviseert en procedeert voor curatoren, schuldeisers, bestuurders en ondernemingen over de faillissementspauliana, executoriaal beslag en de verdeling van de boedel. Wij staan u graag bij met praktisch, strategisch en doortastend advies.

Hebt u naar aanleiding van het bovenstaande vragen over de faillissementspauliana, artikel 47 Fw, het incasseren van vorderingen, het leggen van beslag of het executeren van executoriale titels? Neem gerust contact op met Wieringa Advocaten in Amsterdam. Onze specialisten in faillissementsrecht, beslag en executie denken graag met u mee.

Heeft u vragen?

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Executie in het zicht van faillissement: geen pauliana
Praktijkgebieden blogs
Auteurfilter blog