Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • Wieringa@wieringa.nl
 
Intellectuele eigendom

Legoblokje mag geen vormmerk zijn

Vandaag werd maar weer eens duidelijk dat niet-juridische nieuwsdiensten (of ze nu via internet of op papier opereren) juridisch nieuws niet altijd even nauwkeurig brengen. En hun koppenmakers kunnen er al helemaal wat van! "EU Hof: iedereen mag legoblokjes maken" kopt bijvoorbeeld de NRC. Heeft het Hof dat echt gezegd?

Nou... nee. En strikt genomen was de wederpartij in de procedure ook niet de Canadese concurrent Megabrands (al speelde deze wel een rol in de zaak).
Wat was er wel aan de hand? Lego heeft geprobeerd zijn bouwsteentje (om precies te zijn: het rode legoblokje) als vormmerk ingeschreven te krijgen in het Europese merkenregister. Ja, ze moesten immers iets: het octrooi dat ze in het verleden hadden is lang en breed verlopen. Het grote voordeel van een merkrecht is dat het nooit hoeft te verstrijken.

Dat vormen een merk kunnen zijn is de lezers van deze blogjes algemeen bekend. Regelmatig heb ik u al vermoeid met het standaardvoorbeeld van het vormmerk: de Wokkel van Smiths (thans: Lays). Geen enkele andere zoutjesfabrikant mag zijn zoutjes de vorm van een wokkel geven: dat alleenrecht ligt bij Lays. Maar dit betekent nog niet dat álle vormen een merk kunnen zijn. Voor een zoutje doet de vorm er eigenlijk niet zo toe. Maar als de vorm wel technisch of functioneel bepaald wordt, is het onwenselijk dat daar een eeuwigdurend monopolie op wordt geboden. Een merk kan eeuwig duren, ik zei het al.

Vandaar dat genoemde Canadese concurrent bezwaar aantekende tegen de registratie van het legoblokje als vormmerk. Dat gebeurde op 21 oktober 1999: twee dagen nadat het vormmerk voor Lego in het register was ingeschreven. De nietigheidsafdeling van het Europese merkenbureau (OHIM) heeft bijna vijf jaar later de inschrijving van het blokje inderdaad nietig verklaard. Zij was van oordeel dat het betrokken merk "uitsluitend bestond uit de vorm van de waar die noodzakelijk was om een technische uitkomst te verkrijgen." Lego begon daarop een procedure tegen OHIM bij het Gerecht van Eerste Aanleg (GvEA) van de EU. Dat gerecht heeft de beslissing echter vandaag bevestigd.

De gronden van die beslissing zijn wel interessant, maar iets te technisch voor deze blog (liefhebbers klikken hier). Wat ik alleen maar wil aangeven is dat het GvEA zeker niet gezegd heeft dat iedereen nu lego-blokjes mag namaken. Lego kan de blokjes (vooralsnog) niet middels een vormmerk beschermen. Dat is alles. Er is echter ook nog zoiets als “slaafse nabootsing”. Dat leerstuk verbiedt de nabootsing van een product waardoor verwarring ontstaat over de herkomst.

Op dat vlak heeft Lego vorig jaar een heel gevoelige nederlaag geleden bij het Hof Den Bosch (die zaak was eigenlijk veel interessanter en wordt hier beschreven). Centraal stond daar vooral ook de vraag of Lego de eis kan stellen dat namakers toch tenminste andere afmetingen van de blokjes hanteren. “Nee”, zei het Hof, “want de uitwisselbaarheid met echte Legoblokjes gaat voor”. Lego is tegen die uitspraak in cassatie gegaan en wij zijn benieuwd naar de uitkomst daarvan.

Overigens kan Lego ook nog in beroep tegen de GvEA uitspraak; dit is nog geen gelopen race.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Lex’ recente berichten

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten