Vervalbedingen in bouwcontracten: onredelijk bezwarend?
Vervalbedingen in standaardvoorwaarden als de AVA 2013 en de UAV 2012 beschermen aannemers al decennia tegen late claims. Maar Hof Amsterdam oordeelde in december 2024 dat het vervalbeding in de AVA 2013 onredelijk bezwarend is tegenover de consument. Eerder dit jaar verscheen de conclusie van A-G Valk bij de Hoge Raad, die het oordeel van het hof plaatst in de bredere context van de praktijk.
Verval versus verjaring
Het verschil tussen verval en verjaring is groot. Een verjaringstermijn ontneemt de schuldeiser alleen de mogelijkheid om een vordering af te dwingen via de rechter. De onderliggende verbintenis blijft bestaan. De schuldeiser kan die nog gebruiken als verweer, bijvoorbeeld via verrekening. Bovendien kan een verjaringstermijn worden gestuit door een brief of aanmaning.
Een vervaltermijn gaat veel verder. Verstrijkt de termijn, dan gaat het recht zelf teniet. Verrekening is dan niet meer mogelijk. Een vervaltermijn kan niet worden gestuit: alleen een dagvaarding binnen de termijn houdt het recht in stand.
Contract zonder vervaltermijn?
Art. 7:761 BW regelt de verjaring bij aanneming van werk. Een vordering wegens een gebrek in het opgeleverde werk verjaart twee jaar nadat de opdrachtgever heeft geklaagd. Bij bouwwerken geldt een absolute termijn van twintig jaar na oplevering. Die twintigjaarstermijn beschermt opdrachtgevers tegen gebreken die pas laat zichtbaar worden.
In de situatie bij het hof vervangt art. 16.3 AVA 2013 deze regeling door vervaltermijnen. Gebreken die tijdens de onderhoudstermijn opduiken, moeten binnen twee jaar na die termijn worden voorgelegd aan de rechter. Gebreken die later aan het licht komen, kennen een termijn van vijf jaar, of tien jaar bij ernstige gebreken (zoals (dreigende) instorting). De AVA 2013 verkorten de wettelijke bescherming dus aanzienlijk.
Contract met vervaltermijn?
Een beding in algemene voorwaarden is vernietigbaar als het onredelijk bezwarend is voor de wederpartij (art. 6:233 sub a BW). De wet kent daarbij een grijze lijst (art. 6:237 BW) van bedingen die vermoed worden onredelijk bezwarend te zijn. Dat vermoeden is weerlegbaar: de gebruiker kan aantonen dat het beding in de concrete omstandigheden toch redelijk is. Vervalbedingen staan op die grijze lijst (art. 6:237 sub h BW). Bij een consumentenovereenkomst valt deze toets grotendeels samen met de Europese toets van Richtlijn 93/13/EEG over oneerlijke bedingen. Een beding is oneerlijk als het in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de rechten en plichten van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort.
Het oordeel van het hof
Hof Amsterdam oordeelde op 17 december 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:3490) dat het vervalbeding in artikel 16.3 AVA 2013 onredelijk bezwarend én oneerlijk is in de zin van Richtlijn 93/13/EEG. Het hof vergeleek het beding met de wettelijke regeling en concludeerde dat de consument in een aanzienlijk slechtere positie komt. De verweren van de aannemer – dat de consument de AVA 2013 zelf had voorgesteld, de gebreken tijdig kende en dat een termijn van vijf jaar gangbaar is in de sector – wees het hof af. Het resultaat: de schadeclaim van meer dan € 208.000 bleef ontvankelijk.
Kanttekeningen A-G Valk
In de conclusie van 27 maart 2026 bij de Hoge Raad (ECLI:NL:PHR:2026:308) plaatst A-G Valk kritische kanttekeningen bij de uitspraak van het hof. Het grootste bezwaar is dat het hof miskent dat de AVA 2013 zijn opgesteld in overleg met consumentenorganisaties en dat dit wel degelijk relevant is voor de beoordeling. Standaardvoorwaarden spelen al lang een centrale rol in de bouw. De UAV worden zelfs in de Staatscourant gepubliceerd omdat de overheid ze gebruikt. Er bestaan talloze toelichtingen, monografieën en commentaren op de UAV. Gangbare consumentenvoorwaarden zoals de AVA ontlenen daar veel aan. Bovendien past een verjaringstermijn van twintig jaar volgens de Toelichting bij de UAV-GC niet in de huidige bouwpraktijk. Vervalbedingen zijn geen toevallig verschijnsel, maar een bewuste keuze van de hele sector.
Tegelijkertijd sluit de A-G niet uit dat vervalbedingen jegens consumenten oneerlijk en onredelijk bezwarend kúnnen zijn. Maar het is belangrijk om te realiseren dat de gevolgen van een eventueel precedent voor de bouwsector groot zijn. Dat vraagt om een extra zorgvuldige motivering.
Afwachten
Het blijft nog even spannend wat de Hoge Raad zal oordelen. De zaak heeft betrekking op een consumentenrelatie, waar de grijze lijst en Richtlijn 93/13/EEG rechtstreeks van toepassing zijn. Bij zakelijke contracten geldt de open norm van art. 6:233 sub a BW, maar niet de grijze lijst. Wat de Hoge Raad zal oordelen is dus met name relevant voor consumenten en partijen die met consumenten werken.