Het pluraliteitsvereiste bij de faillissementsaanvraag
Een faillissementsaanvraag slaagt niet zomaar. Hier gelden verschillende voorwaarden voor. Allereerst moet de schuldenaar opgehouden zijn met het betalen van zijn schulden (artikel 1 Faillissementswet). Als een schuldeiser het faillissement van zijn schuldenaar aanvraagt, geldt een aanvullende eis. In dat geval moet de rechter vaststellen dat er meerdere schuldeisers zijn die onbetaald blijven – het zogenoemde pluraliteitsvereiste. Eén onbetaalde rekening is in beginsel niet genoeg om tot een faillissement te leiden. Onlangs heeft de rechtbank Midden-Nederland over het pluraliteitsvereiste een uitspraak gedaan (ECLI:NL:RBMNE:2026:4523). Hierin oordeelde de rechtbank dat voldaan was aan het op grond van bijkomende omstandigheden, zonder dat er een concrete steunvordering was.
Het pluraliteitsvereiste
Het pluraliteitsvereiste vloeit voort uit artikel 6 lid 3 van de Faillissementswet: summierlijk moet blijken van een vorderingsrecht van de aanvrager én van de toestand dat de schuldenaar heeft opgehouden te betalen. Een schuldenaar is pas opgehouden met betalen, als hij meerdere vorderingen onbetaald laat en niet alleen die van de aanvrager. In de praktijk wordt dit vaak aangetoond met een zogenoemde steunvordering: een concrete, aanwijsbare vordering van een andere schuldeiser die ook onbetaald is gebleven. Lukt dat niet – omdat er geen bekende steunvordering is – dan kan de pluraliteit ook volgen uit bijkomende omstandigheden.
De uitspraak: faillissement op basis van de jaarrekening
De uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland illustreert deze bijkomende omstandigheden goed. De aanvragende schuldeiser had een vordering van slechts € 2.220,84, gebaseerd op een verstekvonnis. Partijen hadden bovendien een betalingsregeling getroffen, maar de schuldenaar kwam die niet na. Er lag dus een duidelijke vordering van de aanvrager. Een concrete steunvordering van een andere schuldeiser lag er echter niet.
Toch werd het faillissement uitgesproken. De aanvrager wees op de meest recente jaarrekening van de schuldenaar, over het jaar 2024, waaruit bleek dat het eigen vermogen van de schuldenaar negatief was en de kortlopende schulden ten opzichte van het voorgaande jaar waren gestegen. Daaruit leidde de rechtbank af dat de schuldenaar ook andere schulden had die onbetaald bleven, zodat volgens de rechtbank aan het pluraliteitsvereiste was voldaan. Het faillissement werd uitgesproken.
Geen verweer gevoerd
In deze zaak heeft de schuldenaar zich niet verweerd tegen de faillissementsaanvraag. Hoewel zij behoorlijk was opgeroepen, is niemand namens haar ter zitting verschenen. Dit geeft te denken, mogelijk had het voeren van verweer ertoe geleid dat de schuldenaar niet failliet was verklaard. Dat is daarom een gemiste kans voor de schuldenaar. Juist in een geval als dit – waarbij geen concrete steunvordering beschikbaar is en de pluraliteit uitsluitend wordt afgeleid uit verouderde jaarrekeningen – had verweer kunnen lonen. Bijvoorbeeld door het betalen van de kenbare vordering, het aanvoeren van een concrete betalingsregeling of het onderbouwen dat de financiële situatie niet zo schrijnend is als de jaarrekening (blijkbaar) deed vermoeden. Dat had de uitkomst wellicht anders doen zijn.
Verweer loont
Dit vonnis onderstreept dat tijdig en adequaat verweer voeren bij een faillissementsaanvraag van groot belang is. Een faillissement heeft verstrekkende gevolgen. Het is dan ook essentieel om een aanvraag niet aan je voorbij te laten gaan en hier serieus werk van te maken.
Bij Wieringa Advocaten staan wij zowel ondernemers bij die worden geconfronteerd met een faillissementsaanvraag, als schuldeisers die onbetaald worden gelaten. Vragen over een faillissementsaanvraag? Neem gerust contact met ons op.