Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • Wieringa@wieringa.nl
 
Contracten

Serie zekerheidsrechten; deel 2: hypotheekrecht

In de serie zekerheidsrechten behandelen wij deze week het hypotheekrecht, het bekendste en minst omstreden zekerheidsrecht.

Een hypotheekrecht is, net als een pandrecht, bedoeld om de hypotheekhouder de mogelijkheid te geven om zich met voorrang boven andere schuldeisers te verhalen op het daaraan onderworpen goed op het moment dat een verschuldigde geldsom niet wordt betaald. Het hypotheekrecht kan echter alleen op registergoederen worden gevestigd; het pandrecht wordt op alle andere goederen gevestigd.

Een registergoed is een zaak die of een vermogensrecht dat in de openbare registers is ingeschreven, zoals een woning, een groot schip of een vliegtuig maar ook een recht van erfpacht, een recht van vruchtgebruik op een woning of een appartementsrecht.

Als gezegd, zijn hypotheekrechten bestemd om zekerheid te bieden voor de betaling van een geldsom. De bekendste vorm is de hypothecaire geldlening voor een woning. De bank leent een bepaalde som geld uit aan de (toekomstige) eigenaar en in ruil daarvoor verschaft die eigenaar aan de bank een hypotheekrecht op de woning. In de volksmond wordt de geldlening zelf een hypotheek genoemd, maar dat is strikt genomen onjuist. Anders dan vaak wordt gedacht, is de bank dan ook hypotheekhouder en de eigenaar van de woning hypotheekgever. Het is bovendien niet zo dat alleen banken hypotheekrechten kunnen bedingen tegenover de leningen die zij verstrekken: iedereen kan dat.

Hypotheekrechten kunnen, anders dan pandrechten, alleen bij notariële akte tot stand worden gebracht. Die akte moet in de openbare registers worden ingeschreven, hetgeen de notaris in de regel doet. In de akte wordt vermeld tot welk bedrag zekerheid wordt geboden. Vaak zijn er ook andere bedingen in opgenomen, zoals een huurbeding, dat de eigenaar verbiedt om het verhypothekeerde te verhuren. Hypotheekrechten kunnen ook worden verstrekt voor schulden van anderen. Men spreekt dan van een derdenhypotheek.

In de meeste gevallen zal de eigenaar van een verhypothekeerd goed weinig merken van het hypotheekrecht. Maar dat wordt anders wanneer de verplichtingen jegens de hypotheekhouder niet worden nagekomen. Op dat moment ontstaat namelijk voor de hypotheekhouder de mogelijkheid om tot zogenaamde executie over te gaan. Met deze executie wordt gedoeld op een openbare verkoop van het verhypothekeerde goed ten overstaan van een notaris. Meestal gaat het om een veiling. De netto-opbrengst die daarmee wordt opgebracht (de executiekosten moeten er eerst vanaf) wordt als eerste aan de hypotheekhouder uitgekeerd. Komt de opbrengst boven de vordering van de hypotheekhouder uit, dan wordt het restant uitgekeerd aan eventuele latere hypotheekhouders en beslagleggers wier beslag na het eerste hypotheekrecht zijn in de openbare registers zijn ingeschreven. Blijft er dan nog iets over (hetgeen toch regelmatig gebeurt) dan wordt dat uitgekeerd aan de eigenaar.

Naast executoriale verkoop is het ook mogelijk om de rechter toestemming te vragen om aan één specifieke koper (onderhands) te verkopen. Wat men dan goed voor ogen moet houden, is dat executieverkoop het hypotheekrecht doet vervallen maar onderhandse verkoop niet. Er moeten dus altijd goede afspraken met de hypotheekhouder worden gemaakt over de voorwaarden waaronder (tegen betaling van welk bedrag) die bereid is zijn hypotheekrecht prijs te geven.

In geval van faillissement van de hypotheekgever (meestal ook de schuldenaar, maar dus niet altijd) kan de hypotheekhouder zijn recht tot executie uitoefenen alsof het faillissement er niet was. Terwijl alle andere goederen onder de gezamenlijke schuldeisers moeten worden verdeeld, kan de hypotheekhouder de opbrengst van het verhypothekeerde voor zichzelf houden tot maximaal zijn vordering. In veel gevallen levert onderhandse verkoop in faillissement meer op dan executieverkoop. Als de hypotheekhouder dat wil, heeft hij de curator nodig. De curator zal in een dergelijk geval een boedelbijdrage bedingen die dan weer wèl aan de gezamenlijke schuldeisers ten goede komt.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Peters recente berichten

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten