Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • wieringa@wieringa.nl
 
Zorg

Gedoe met patiëntendossiers rond MCIJ laat vragen open

- wat mag wel en niet na faillissement?

De Voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland heeft eergisteren in Zutphen een wat onbevredigende uitspraak gedaan. Aan de orde was een ruzie tussen het ZBC Beekman Klinieken (hierna: “Beekman”) enerzijds en het Harderwijkse St. Jansdal ziekenhuis anderzijds. Die ruzie ging over een erfenis uit de boedel van het failliete MC IJsselmeerziekenhuizen (“MCIJ”): de patiëntendossiers. Beekman wilde o.a. laten vaststellen dat St. Jansdal onrechtmatig kennis had genomen van dossiers van haar (Beekmans) patiënten (deze dossiers in feite had ”gepikt”). En over die beschuldiging was St. Jansdal weer zo verontwaardigd dat ze daar rectificatie van eiste.

De ruzie kon ontstaan omdat Beekman reeds vóór het faillissement van MCIJ plastische chirurgie uitvoerde in van MCIJ gehuurde praktijkruimte in de vestiging Lelystad (MC Zuiderzee). MCIJ was destijds ook meerderheidsaandeelhouder in Beekman. De desbetreffende patiëntendossiers werden geïntegreerd in het elektronisch patiëntendossier (epd) van MCIJ.

Bij de afwikkeling van het faillissement van MCIJ is een groot deel van de bedrijfsvoering als going concern verkocht aan St. Jansdal. St. Jansdal heeft echter niet de door MCIJ gehouden aandelen in Beekman overgenomen en kort na de doorstart aan Beekman de huur opgezegd. Niet onbelangrijk detail daarbij: St. Jansdal beschikt zelf over plastisch chirurgen.

In het kader van de overdracht had St. Jansdal het beheer gekregen over het epd-systeem van MCIJ en daarmee ook over de dossiers van de patiënten van Bergman. Wél hadden de curatoren al eerder bepaald dat Beekman recht had op de patiëntendossiers waarvoor zij “hulpverlener was in de zin van artikel 7:466 BW” (een kennelijke verschrijving – bedoeld zal zijn artikel 7:446: het basisartikel van de geneeskundige behandelingsovereenkomst).

Volgens Beekman is St. Jansdal na de overname ook háár (Beekmans) patiënten gaan bellen om afspraken te maken voor voortzetting van de behandeling. Maar dan wel met chirurgen van St. Jansdal! In dat kader werden vier verklaringen van patiënten overgelegd en enkele van deze patiënten waren ook op de zitting aanwezig. Volgens Beekman was hier (kort gezegd) sprake van het op onrechtmatige wijze “ronselen” van patiënten, mogelijk gemaakt door onrechtmatige kennisname van medische dossiers. Zij vorderde o.a. een verbod daartoe (met dwangsom), publicatie van een rectificatie, onmiddellijke overdracht van haar dossiers en vernietiging van alle kopieën daarvan.

Wat dat laatste betreft voerde St. Jansdal als verweer dat zij de digitale patiënten-gegevens uitsluitend in beheer had in opdracht van de curatoren. Als zodanig was zij verwerker in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De gegevens zouden in een “digitale kluis” zitten waarvan de curatoren de sleutel hebben. Zonder opdracht van de curatoren zou zij niet tot vernietiging kunnen overgaan. De Voorzieningenrechter ging daar in mee.

Inzake het benaderen van patiënten verweerde St. Jansdal zich als volgt. Door de curatoren was een lijst opgesteld met 18.000 actieve patiënten. Al deze patiënten (waaronder die van Beekman) zijn door een transitieteam van St. Jansdal gebeld met de vraag of zij door St. Jansdal verder behandeld wilden worden en of zij toestemming gaven voor overdracht van de medische gegevens aan St. Jansdal. Zo ja, dan werd een afspraak ingepland en pas dan kreeg St. Jansdal inzage in het patiëntendossier van de betreffende patiënt.

Tussenopmerking mijnerzijds: dit is in zoverre “volgens het boekje”, dat inderdaad met alle patiënten een nieuwe behandelingsovereenkomst moest worden gesloten. Overeenkomsten gaan in een activa/passiva transactie immers niet automatisch over op de verkrijger. Daar komt nog bij dat het hier overeenkomsten tot geneeskundige behandeling betreft, waarvoor de wet nog in extra waarborgen voorziet voor wat betreft de artsenkeuze. Maar één vraag dringt zich natuurlijk wel op: waarom hebben de curatoren de patiënten van Beekman niet uit die lijst van 18.000 gefilterd? Zat dat epd van MCIJ zo ingewikkeld in elkaar dat dat niet mogelijk was? Het kán, maar dan was het naar mijn mening heel erg aan vervanging toe.

Daarnaast verklaart deze uitleg niet de vier door Beekman aangedragen gevallen. Voor elk van deze heeft St. Jansdal echter een verklaring gegeven, waarvoor ik naar de uitspraak moet verwijzen. Ook hier geldt: het kan dat het zo gelopen is. Ook de Voorzieningenrechter komt tot dat oordeel, daaraan begrijpelijk en terecht toevoegend dat in een kort geding nu eenmaal geen plaats is voor verdere bewijsvoering. En omdat partijen vlak vóór de zitting overeenstemming hadden bereikt over afgifte van de betreffende dossiers aan Beekman behoefde die vordering verder geen behandeling.

In reconventie vorderde St. Jansdal nog rectificatie van uitlatingen van Beekman in de media over het “op basis van de medische dossiers […] en met valse informatie [patiënten] naar de eigen plastisch chirurgen te lokken”. Ook die vordering werd afgewezen. De vrijheid van meningsuiting laat toe dat men zich uit over zaken waar men een procedure over voert. Bovendien komt uit de de krantenartikelen een breder beeld naar voren, namelijk:
dat de overname door St. Jansdal van het failliete MC IJsselmeerziekenhuizen in Lelystad en de koers die St. Jansdal wil varen, bij specialisten en patiënten van het failliete MC IJsselmeerziekenhuizen op weerstand stuit. De gevorderde rectificatie heeft slechts betrekking op een deel van de inhoud van de krantenartikelen en zal, bij toewijzing van de vordering, aan dit beeld niet of nauwelijks afdoen.”

Eindstand dus: 0-0. Komt er een verlenging in de vorm van een hoger beroep, of een rematch in een bodemprocedure? Ik verwacht het niet, vooral omdat Beekman door de afspraak-vóór-zitting nu zelf over de dossiers kan beschikken.

Op zich wel jammer. Het is voor mij wel aannemelijk geworden dat St. Jansdal geen kennis heeft genomen van de inhoud van de medische dossiers. Maar er zijn door de curatoren wel patiëntengegevens aan een derde verstrekt die niet aan de failliet toebehoorden (in ieder geval naam, telefoonnummer en –kennelijk- aandoening op specialisme niveau). Was dat AVG- en WGBO-technisch gezien wel in de haak? Speelt hier een rol dat MCIJ ten tijde van het faillissement meerderheidsaandeelhouder was in Beekman? En het feit dat het gevoelige persoonsgegevens betreft? Dat blijft nu toch knagen.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Lex’ recente berichten

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

Wij zijn bezig een specifieke nieuwsbrief voor de zorg te ontwikkelen. We zijn nog niet zo ver dat we deze al kunnen aanbieden. Wél hebben wij sinds jaar en dag onze algemene nieuwsbrief, die vrijwel iedere week verschijnt. Daarin vindt u alle blogjes – ook de zorg gerelateerde – sinds het verschijnen van de vorige nieuwsbrief. Wilt u zich daar kosteloos en vrijblijvend op abonneren, maak dan gebruik van onderstaand formulier.

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten