Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • Wieringa@wieringa.nl
 
Bestuursrecht

Gebod aan stichting opgelegd om beroep in te trekken

De rechtbank Noord-Holland heeft op 8 april 2022 een vonnis (ECLI:NL:RBNHO:2022:3145) in kort geding gewezen, waarin is bepaald dat de Stichting Flora & Faunabescherming (hierna: de Stichting) haar beroep tegen twee omgevingsvergunningen moet intrekken.

Achtergrond procedure

Onder andere de gemeente Weesp, de gemeente Gooise Meren en GEM C.V. hebben in 2012 een uitvoeringsovereenkomst ondertekend voor de realisatie van een nieuwe woonwijk. Voor 162 woningen en appartementen geldt dat er een aannemingsovereenkomst is gesloten waarin is vermeld dat de overeenkomst is aangegaan onder de opschortende voorwaarde dat binnen negen maanden een onherroepelijke omgevingsvergunning is verkregen. Daarnaast geldt dat de kopers een hypotheekofferte hebben met een bepaalde geldigheidsduur, die voor het merendeel van de kopers eindigt in maart, april of mei 2022. De banken stellen als eis voor het geven van financiering dat er een onherroepelijke omgevingsvergunning is.

Op 26 oktober 2021 heeft het college omgevingsvergunningen verleend. Hiertegen heeft de stichting bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is ongegrond verklaard. De Stichting weigerde in overleg te treden. De Stichting heeft vervolgens beroep ingesteld bij de bestuursrechter van de rechtbank Amsterdam.

Vordering

De eiseressen (bestaande uit diverse projectontwikkelaars) vorderen dat de Stichting een gebod opgelegd krijgt tot het intrekken van beroep bij de rechtbank. Daarnaast vorderen ze dat de Stichting een verbod opgelegd krijgt tot het aantekenen van bezwaar en/of beroep tegen de ten behoeve van de ontwikkeling van de woonwijk in de toekomst nog te verlenen omgevingsvergunningen. Twaalf kopers hebben zich als partij gemeld bij de procedure en vorderen hetzelfde als de projectontwikkelaars.

Misbruik van recht

De eiseressen stellen dat sprake is van misbruik van recht, gelet op de onevenredig grote schadelijke gevolgen die zij vanwege het beroep zullen lijden. Artikel 3:13 BW bepaalt dat degene aan wie een bevoegdheid toekomt haar niet kan inroepen, voor zover hij haar misbruikt. Misbruik van bevoegdheid kan ook bestaan in het misbruik van processuele bevoegdheden, en vindt op grond van artikel 3:15 BW ook toepassing in het bestuursrecht. Van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure is in beginsel pas sprake als het instellen van de betreffende vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij, achterwege had moeten blijven. Hiervan kan sprake zijn als eiser zijn vordering heeft gebaseerd op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Bij het aannemen van een dergelijk misbruik van procesrecht past terughoudendheid, gelet op het mede door artikel 6 EVRM gewaarborgde fundamentele recht op toegang tot de rechter. In het bestuursrecht ligt deze lat nog hoger, aldus de voorzieningenrechter.

Uitspraak

De voorzieningenrechter weegt de belangen af, waarbij ook de belangen van de overige niet aan de procedure deelnemende kopers worden meegewogen. Gelet op de onweersproken zwaarwegende aard en omvang van die belangen, en op de omstandigheid dat de Stichting andere (en waarschijnlijk efficiëntere) middelen ter beschikking staan om het door haar nagestreefde doel te bereiken, waarbij de schadelijke gevolgen voor de kopers uitblijven, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de Stichting het beroep niet had mogen instellen. Door dit wel te doen, en door dit beroep te handhaven, maakt de Stichting misbruik van recht en handelt zij onrechtmatig tegenover de kopers. Ook jegens de overige eiseressen handelt de Stichting onrechtmatig volgens de voorzieningenrechter, gelet op de zorgplicht van de projectontwikkelaars jegens de kopers en het moeten voorfinancieren van de woningen indien de woningen aan andere kopers zouden moeten worden verkocht. De vordering ten aanzien van het algemene verbod wordt afgewezen, omdat nog niet kan worden vastgesteld dat de bezwaren kansloos zullen zijn.

Betekenis voor de praktijk

Met deze uitspraak lijkt de deur op een kier gezet te zijn. Het zou echter ook een incident kunnen zijn, gelet op de door de rechter toe te passen terughoudendheid bij toewijzing van een dergelijke vordering en de extra hoge lat in het bestuursrecht.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Blogs van Marjolein Zinkhann

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten