Wieringa AdvocatenWieringa Advocaten • Postbus 10100 1001 EC Amsterdam • IJdok 17 1013 MM Amsterdam • +31 (0)20 624 6811 • Wieringa@wieringa.nl
 
Bestuursrecht

Voorstel voor aanpassing Awb naar aanleiding van ‘Varkens in nood’-arrest ter inzage

De ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Infrastructuur en Waterstaat & Justitie en Veiligheid hebben op 2 april 2022 een wetsvoorstel ter inzage gelegd waarmee de Algemene wet bestuursrecht wordt aangepast om deze in overeenstemming te brengen met het Verdrag van Aarhus en het Europees recht (zoals de mer-richtlijn).

Over de aanleiding van dit wetsvoorstel schreven wij eerdere blogs (1 en 2): in een uitspraak van 14 januari 2021 heeft het Hof van Justitie van de EU geoordeeld dat de zogenoemde personenfuik van artikel 6:13 Awb in strijd is met het Verdrag van Aarhus (ECLI:EU:C:2021:7). Het Verdrag van Aarhus bevat regels over de toegang tot informatie, inspraak in de besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden. Zo is in artikel 9 lid 2 van het Verdrag opgenomen dat leden van het betrokken publiek die voldoende belang hebben danwel stellen dat inbreuk is gemaakt op een recht, toegang hebben tot een herzieningsprocedure voor een rechterlijke instantie en/of een ander bij wet ingesteld onafhankelijk en onpartijdig orgaan, om de materiële en formele rechtmatigheid te bestrijden van enig besluit dat onder de werkingssfeer van het Verdrag valt. Artikel 6:13 Awb staat er echter aan in de weg dat belanghebbenden aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen naar voren heeft gebracht, geen bezwaar heeft gemaakt of geen administratief beroep heeft ingesteld, beroep instellen bij de bestuursrechter. Dit wordt ook wel de personenfuik genoemd.

Artikel 9 lid 2 van het Verdrag van Aarhus strookt niet met artikel 6:13 Awb. Duidelijk was dus dat de Awb moest worden aangepast. In de tussentijd heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State ervoor gekozen om de personenfuik geheel buiten toepassing te laten op alle omgevingsrechtelijke besluiten (waarop de uitgebreide procedure van toepassing is) (ECLI:NL:RVS:2021:786). Deze benadering is gekozen omdat het volgens de ABRvS niet in algemene zin vooraf is aan te geven in welk geval een besluit een ‘Aarhus-besluit’ is of niet.

Met het wetsvoorstel heeft de wetgever beoogd om deze ruime categorie besluiten in de jurisprudentielijn af te bakenen, en daarbij zoveel mogelijk aan te sluiten bij enerzijds het Verdrag van Aarhus en anderzijds de in het Nederlandse bestuursrecht bestaande begrippen. De wetgever vindt de door de ABRvS gekozen tijdelijke voorziening weliswaar relatief eenvoudig, maar acht de substantiële bijvangst van niet-Aarhuis-besluiten niet wenselijk. Dat zou volgens de wetgever kunnen leiden tot een minder voortvarende en minder efficiente besluitvorming in de bestuurlijke en rechtelijke fase.

In het navolgende worden de belangrijkste wijzigingen uit het wetsvoorstel in vogelvlucht besproken.

Introductie ‘Regeling beroep aanzienlijke milieueffecten’ voor belanghebbenden

De wetgever heeft een nieuwe bijlage bij de Awb ontworpen, de zogenoemde ‘Regeling beroep aanzienlijke milieueffecten’. In deze regeling zijn besluiten over activiteiten die aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, beschreven. Daarmee beoogt de wetgever aan te sluiten op artikel 6 van het Verdrag van Aarhus. Aansluitend wordt artikel 6:13 Awb zodanig aangepast dat de personenfuik niet van toepassing is op in de ‘Regeling beroep aanzienlijke milieueffecten’ beschreven besluiten.

Het is de vraag of hiermee de door de wetgever gewenste beperking ten opzichte van de jurisprudentielijn van de Afdeling wordt bewerkstelligd. In artikel 3 van de Regeling worden namelijk ook 'andere besluiten over activiteiten die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben' van de toepassing van artikel 6:13 Awb uitgesloten. Dat is nog steeds een zeer ruim geformuleerde categorie besluiten waarbij ruimte voor discussie blijft.

Nieuw beroepsrecht voor niet-belanghebbenden

Door een aanpassing van artikel 8.1 Awb wordt de toegang tot de bestuursrechter straks ook mogelijk gemaakt voor de niet-belanghebbende die een zienswijze naar voren heeft gebracht over besluit zoals omschreven in ‘Regeling beroep aanzienlijke milieueffecten’. Voor de niet-belanghebbende blijft wel de eis gelden dat een zienswijze is ingediend. De niet-belanghebbende die geen zienswijze heeft ingediend kan alleen beroep instellen, indien dit hem redelijkerwijs niet kan worden verweten.

Bezwaarschrift geen ontvankelijkheidseis bij Aarhus-besluiten

Het wetsvoorstel voorziet ook nog in een wijziging van artikel 7:1 Awb. Dat artikel voorziet thans in de verplichting om bezwaar te maken alvorens beroep kan worden ingesteld bij de bestuursrechter. Aan aan lid 1 wordt toegevoegd dat die verplichting niet geldt indien het besluit in de Regeling beroep aanzienlijke milieueffecten is omschreven. In de gevallen is het indienen van een bezwaarschrift nooit een ontvankelijkheidseis bij de bestuursrechter.

Vervolg

De einddatum van de internetconsultatie is 15 mei 2022. Reageren kan via de website van de Rijksoverheid.

Deel dit artikel via     
Twitter     Twitter     E-mail     

Blogs over omgevingsrecht

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 

waarnaar bent u op zoek?

pagina's waarop minstens één van de zoektermen voorkomt
pagina's waarop alle zoektermen voorkomen
pagina's waarop de exacte tekst voorkomt

in de hele website
alleen in de blog
in de website met uitzondering van de blog

Wieringa Advocaten